Gedenk Napoleon!

HAREN

Deze week kunt u de column van  Jaap Matthijs Jansen uit Haren lezen. Jansen is afgestudeerd in de Neerlandistiek en koestert een grote liefde voor het geschreven woord. In 2011 heeft Jansen een verhalenbundel gepubliceerd, ook schreef hij enkele jaren recensies voor de website Literair Nederland. Jansen verzorgt een keer per maand de column voor het Harener Weekblad.

In het kantoor klonk zachtjes marsmuziek, terwijl de Groninger burgemeester handenwrijvend rondbeende. Op zijn bureau lag een kaart van het Gorecht. O, eens zouden die kapitale landhuizen aan het arbeiderdom ten deel vallen! Eens zou het standbeeld van Troelstra het Boeremapark sieren, eens zou de krakersbeweging haar vleugels uitslaan over die leegstaande nieuwbouw, eens zou dit laatste fort van rechtse hoogmoed worden geslecht! De gedeputeerde hoorde zijn vertoog aan, hij wist dat het marxistisch bloed in d’hoogedelachtbare aderen vloeide. ‘U zult,’ zo vervolgde de burgemeester, en een glimlach krulde zich op zijn gezicht, ‘die dorpelingen een briefje sturen, een verzoekje tot een gesprekje. Héél vrijblijvend. U zult in hoogsteigen persoon uw opwachting maken in het gemeentehuisje, en vriendelijk zeggen dat ze een prachtig begroeide binnenmuur hebben. U zult hen complimenteren met de koffie, even vragen naar het wel en wee van het grijze deel der bevolking, en dan… vragen naar de financiën. Als ze die met het schaamrood op hun kaken tonen, zult u hen geruststellen: ach, wij helpen jullie wel… Mijnheer, binnen een jaar is Haren een stadswijk!’ De gedeputeerde klapte en juichte. Maar in Haren tiert de mare, en binnen afzienbare tijd vernam een christendemocratisch raadslid ter plaatse het voornemen van de Groninger burgemeester. Zij liet niet na er in een plenaire vergadering melding van te maken. Reeds tweehonderd jaar bestaat deze gemeente reeds, verdedigde ze emotioneel. Het voorgenomen gesprekje kwam, en het lokale gezag constateerde geschokt dat de provincie de kant van centralisatie en arbeidersklasse had gekozen. Liberalen bromden: ‘Al sinds de Franse tijd…’ Mensen met gezond verstand riepen: ‘Gedenk Napoleon! Gedenk de maire La Clé!’ Verontwaardigd declameerde het gemeentebewind: ‘Plutôt la mort que l’esclavage!’ Met koude koffie en een belofte tot verder onderzoek wist men de gedeputeerde af te schepen. Slechts enkele Raadsleden, van groene of sociale signatuur, sympathiseerden met Stad en Lande. Schoorvoetend gingen ze akkoord met het voorgenomen onderzoek, maar gemelijk fluisterden zij: ‘Revolutie!’ Toen was het tijd voor het damesvolleybal.

Auteur

kvanderweide