Mooi Haren!

HAREN

Een keer in de maand verzorgt Annelies Hofmann (37) een column in het Harener Weekblad. Annelies is moeder van 3 zoons, Teun (6), Melle (3) en Siem (7 maanden) en woont samen met met hun vader Gertjan Baas. Naast haar werk, de drukte van haar jonge gezin en alle andere activiteiten, schrijf zij graag over haar kroost, over dingen die zij hoort en ziet of over gesprekken die ik voer. Annelies: "Ik hoop op herkenning en een glimlach bij de lezers van het Harener Weekblad". Hier leest u haar eerste column.

Een jaar of acht geleden verhuisden G en ik vanuit een klein appartementje in de binnenstad van Groningen naar het prachtige Haren. Na onze studies vonden we beide serieuze banen en als je een serieuze baan hebt kun je niet meer drie keer in de week lallend in de kroeg staan. Vonden we toen. Nu zouden we daar een moord voor doen, maar dat terzijde. Zonder nog te weten waar we aan begonnen en wat we in de stad achterlieten, sloegen we een bladzijde om in ons leven: we gingen ons ‘settelen’, zoals dat heet. We vonden onze plek in Oosterhaar. De ‘verkeerde’ kant van het spoor. We kregen er onze eerste en onze tweede zoon. Niets verkeerds aan dus. Het is een heerlijke plek, met veel groen en een prachtig natuurgebied om de hoek, om over de zorgboerderij op loopafstand nog maar te zwijgen. Met onze derde zoon op komst verhuisden we naar de ‘goede’ kant van het spoor. Naar een iets ruimer huis in een net zo fijne buurt met veel speelgelegenheid voor ons kroost. Ook helemaal naar onze zin dus, maar niks om interessant over te doen. Soms struikel ik in ons mooie dorp over de hete aardappelen en ploeter ik mij in gesprekken een weg door de rollende ‘kinderen voor kinderen R’. Chique dames in dure kleding die hun snuisterijtjes van de l’homme de la mer (Zeeman) en de Acétion (Action) verstoppen in hun zelf meegebrachte tas van een goed merk. Steevast, als ik aan iemand vertel dat ik in Haren woon, krijg ik één uit twee reacties. De eerste is “poe hee! Toe maar!” en de tweede is “wat doet jouw man dan voor werk?”. Kennelijk kan ik het zelf niet verdienen met mijn ‘bijbaantje’ van 32 uur per week. Mijn moeder, wiens grootouders ooit woonden in het huisje op de hoek van de Oosterweg (u weet wel, die naast het kerstbomenveld), kan zich de scheiding tussen rijk en minder rijk nog goed herinneren. Je zou verwachten dat dat anno 2016 helemaal geen issue meer is. Helaas is niets minder waar… Maar goed. Nu het groen en de bloesems weer aan de bomen verschijnen, de bloemen beginnen te bloeien, het zonnetje steeds vaker schijnt, de kinderen om 5 uur ’s ochtends wakker worden door het teveel aan licht in hun kamers en het getsjirp van de vogels en ik mij proestend van de hooikoorts richting mijn werk begeef, bekruipt mij dat geluksgevoel weer. Dit is mijn dorp. Hier ben ik helemaal thuis. Het is de plek waar mijn kinderen in alle veiligheid kunnen opgroeien en waar je op vrijdagavond een kanon af kunt schieten tijdens de ‘koopavond’. Waar Koningsdag mij nog een kneuterig in plaats van overprikkeld gevoel geeft, waar je nauwelijks kunt shoppen met een gemiddeld budget, maar waar ze in de sale nog leuke schoenen hebben in mijn gangbare maat 40. En als G of ik nog eens lallend in de kroeg willen staan, dan is de stad op 20 minuten fietsafstand. Hoera!

Auteur

kvanderweide