Net geen bevrijding

HAREN

De heer Paul. G. Dekker (84), geboren in 1931 in Groningen en tijdens de bevrijding in 1945 14, 5 jaar, deelt met ons zijn herinneringen over de bevrijding van Haren en Groningen en schrijft hierover een impressie. De ogenblikken rondom de bevrijding blijven op zijn netvlies staan. Ze horen bij de emotioneel meest belangrijke momenten van zijn leven. Dekker: "Voor veel mensen van mijn leeftijd gaf de film over de bevrijding en de nasleep daarvan, met Will van Kralingen (de zomer van ‘45) en anderen een gevoel van sterke herkenning".

Paul Dekker is geboren in de Sterrebosstraat en opgegroeid in Helpman met zijn twee zusters. Vanaf de eerste verdieping van zijn ouderlijk huis keek hij toen uit op Haren. De oorlogsjaren betekenden een voortdurend gevaar voor zijn familie. Daarnaast waren er toch veel onbezorgde momenten, waarop zij de oorlog vergaten. Dekker: "Zoals tijdens het werk in onze volkstuinen, op klompen die gemaakt waren in de klompenmakerij van Arends (Arends zat naast het gebouw waar later restaurant De Rietschans in zat). Schoenen had ik in 1945 allang niet meer, maar klompen lopen goed als je eraan gewend bent. We kwamen geregeld in Haren tijdens de oorlogsjaren in de zomer, om te zwemmen in het Paterswoldse meer. Zolang we nog konden fietsen, tenminste. Op een gegeven ogenblik kon dat niet meer omdat de fietsen overal gestolen konden worden en onder je handen weggerukt werden door Duitse soldaten. We fietsten voor de oorlog en in het begin van de oorlog vaak naar Paterswolde, De Braak, het Paterswoldse Meer, het Friescheveen en het Noordlaarderbos. We hielden allemaal erg van Noord Drenthe".  Over hoe hij zich voelde tijdens de bevrijding vertelt hij: 'Ik voelde me heel erg gelukkig en vrolijk, helemaal zoals de algemene sfeer was. Alleen even teleurgesteld dat mijn ouders me niet eerder gewekt hadden. ‘s Avonds maakten we ons alleen zorgen over de brandende stad. Maar het gevoel bevrijd te zijn overheerste. Wel wat egoïstisch!" Hieronder leest u Paul Dekker zijn impressie 'Net geen bevrijding" over de bevrijding in 1945.

Net geen bevrijding

Het was de middag voor onze bevrijding dat we in de Troelstralaan stonden en naar het Zuiden keken. Daar zagen we de Nederlandse driekleur, uitgestoken uit het torentje van Haren. Wat een emotie, onze vlag zomaar te zien wapperen, na vijf jaar onderdrukking. Wat waren we gelukkig: nu komen de bevrijders. We liepen met zo’n honderd mensen langs de Savornin Lohmanlaan naar de Verlengde Hereweg in Helpman. In blijde verwachting van onze bevrijding, wachtend op de Canadezen. Vanuit de stad kwam daar een troep Duitse soldaten, met geweren en Panzerfausten over de schouder, naar het Zuiden lopen, de Canadezen tegemoet. Ze zagen er somber uit en tot alles in staat. Wij vluchtten terug om niet dood te worden geschoten. De volgende morgen werd ik om acht uur gewekt. “Opstaan Paul, we zijn bevrijd!” Te laat was het voor mij. Ik had de bevrijders willen zien binnenkomen. Snel ging ik naar beneden. Buiten was het feest, maar uit ons dakraam zagen we ’s avonds de brandende stad. Als de Martinitoren maar niet verloren gaat, verzuchtte mijn moeder. De vlag die wappert van het torentje van Haren. Dat is voor mij nog steeds de associatie bij de bevrijding. Het torentje van Haren blijft onverbrekelijk verbonden met de vlag en de bevrijding. Daarom houd ik zo van die toren. Mijn zuster heeft een schilderijtje gemaakt, waarop de toren staat, zoals je hem zag vanuit ons huis. Het herinnert me dagelijks aan die zonnige tijd in april 1945. Dat gevoel van bevrijding, zei iemand, dat kun je alleen meevoelen als je zelf de onderdrukking hebt meegemaakt. Paul G. Dekker, Oosterbeek.    

Auteur

kvanderweide