De kracht van het Harense bestuur

HAREN

 Is Haren in staat om zelfstandig te blijven? Het B&A rapport laat zich kritisch uit over de bestuurskracht. Wat houdt bestuurskracht in en hoe sterk is het Harense bestuur nou eigenlijk? Een interview met wethouder Michiel Verbeek.

Haren is een kleine plattelandsgemeente van 19.000 inwoners en normaal gesproken zou daar niet zo heel veel bestuurskracht voor nodig zijn. Maar omdat het dorp onder de rook van Groningen ligt wordt er meer van het bestuur gevraagd. Er zijn veel hoogwaardige voorzieningen op het gebied van bijvoorbeeld sport, zorg en onderwijs en er is een aantal grote projecten.Het Nesciopark bijvoorbeeld, is als entree van Groningen een toplocatie voor bedrijven. Als sterke punten van het bestuur noemt het B&A rapport de aanpakcultuur en de korte lijntjes tussen bestuur en burger. Verbeek: “Dit betekent dat we snel kunnen schakelen, snel een analyse kunnen maken en snel kunnen handelen”. Verder vermeldt het rapport dat het bestuur de wettelijke taken heel systematisch aanpakt. Bij de invoering van de Wet Basisregistratie personen bijvoorbeeld liep de gemeente Haren voorop in vergelijking met andere gemeenten. Bestuurskracht wordt vaak opgesplitst in drie onderdelen: ambtenarenkracht, burgerkracht en samenwerkingskracht. Wat betreft het eerste onderdeel, de ambtenarenkracht, is er in Haren sprake van enige ondercapaciteit. Ook zijn er veel ambtenaren die er alleen voor staan op hun terrein, hetgeen problemen kan opleveren wanneer iemand wat langer uit de running is. De gemeente wil het bestuur minder kwetsbaar maken door vaker externen in te gaan huren en teams te vormen die meerder onderwerpen onder zich hebben. Over het tweede onderdeel, de burgerkracht, is Verbeek erg positief: “Deze gemeente kent ongelofelijk veel vrijwilligers. Daarbij hebben wij ontzettend veel burgers met veel kennis, veel ervaring en ook nog eens een beetje tijd”. De gemeente kan meer gebruik gaan maken van de specialistische kennis onder haar burgers en daar een bepaalde structuur aan gaan geven. Dat gebeurt nog niet zo veel in Nederland en Haren wil daarin graag een beetje vooroplopen. Het derde onderdeel, de samenwerkingskracht, wordt positief beïnvloed door de schaal van de gemeente. De lijntjes zijn immers kort en dat bevordert een goede samenwerking tussen bestuur, organisaties en burgers. Als voorbeeld noemt Verbeek de Stichting Vervoer voor Ouderen Haren. Het is begonnen als een particulier initiatief. Er werd uiteindelijk zoveel gebruik van gemaakt dat de stichting extra hulp vroeg van de gemeente. Uiteindelijk is het een samenwerkingsverband geworden waarbij de gemeente mensen die in de WMO zitten gemakkelijk kan doorverwijzen naar de stichting zonder gebruik te moeten maken van veel duurdere voorzieningen. Los van deze drie onderdelen kunnen ook politieke verschillen invloed hebben op de bestuurskracht. Verbeek zegt hierover: “In het verleden gingen coalitie en oppositie vaak slecht met elkaar om. Gelukkig is dat in 2014 behoorlijk omgegooid en zijn de verhoudingen een stuk beter. Je zou zeggen, een beetje reuring helpt. Maar ik denk dat er juist een wat rustiger bestuurlijke situatie nodig is om creatieve en innovatieve kracht tot uiting te laten komen. Daar zal ik dan ook mijn uiterste best voor gaan doen”. Helga Kouwenhoven

Auteur

kvanderweide