De vrouwenkamer van het AZC

ONNEN

 Het leven in het AZC Onnen bestaat, naast alle activiteiten voor de integratie, voor een groot gedeelte uit wachten. Wachten op een status, wachten op achtergebleven familie of wachten op een huis.

Om de tijd te doden gaan veel asielzoekers naar de recreatieruimte waar ze koffie kunnen drinken en spelletjes kunnen doen. Vrouwen gaan daar echter niet vaak heen omdat in hun cultuur mannen en vrouwen buiten de familie gescheiden van elkaar leven. Om ze toch de gelegenheid te geven elkaar te ontmoeten organiseert het COA drie keer per week een ‘vrouwenkamer’ waar ze met elkaar kunnen bijkletsen en hun zorgen kunnen delen. Janneke Rentema is een van de drie begeleidsters. Ze wilde graag daadwerkelijk iets doen voor vluchtelingen omdat ze zich zo machteloos voelde als ze de verhalen hoorde over de oorlog in Syrië. Ze heeft er bewust voor gekozen zich alleen op vrouwen te richten. Rentema: “Omdat ik veel gereisd heb, heb ik gemerkt dat als je de taal niet spreekt,je met vrouwen makkelijker contact maakt dan met mannen.Vooral in de islamitische cultuur, waar je als vrouw heel terughoudend moet zijn naar mannen”. Toen ze net begon in de vrouwenkamer bedacht ze vaak activiteiten voor de vrouwen maar ze kwam er al snel achter dat dat niet werkte. De stemming in de vrouwenkamer wisselt daarvoor te sterk. Soms krijgen ze nare berichten over familieleden of zijn er spanningen over de huisvesting. Renteama: “Het gaat in golfbewegingen. Soms wordt er wat geuit of wordt er gehuild maar dan kan het over tien minuten weer helemaal anders zijn”. Dan wordt er weer gedanst en gelachen. Tijdens ons gesprek wordt dit alles bevestigd. “Aleppo, Aleppo!” roept een vrouw, die nog nauwelijks Nederlands spreekt. Ze laat een foto zien op haar mobiel van een straat met veel rook en brandende auto’s. Pas later berichten de media wat er is gebeurd: er is een ziekenhuis gebombardeerd. Hayat, een van de bezoeksters, vertelt dat het nog moeilijk is mensen te leren kennen in Nederland. Behalve tijdens de boodschappen komt ze nauwelijks Nederlanders tegen. In de vrouwenkamer kan ze haar Nederlands een beetje oefenen. Ze woont behalve met haar twee kinderen nog met drie anderen in een stacaravan. “Het is heel moeilijk samen te leven in zo’n kleine ruimte” zegt ze. Daarom is ze blij naar de vrouwenkamer te kunnen gaan en andere vrouwen te ontmoeten die dezelfde zorgen hebben. “We hebben ook erg veel lol samen”. Als de vrouwen uiteindelijk een huis krijgen zijn ze erg blij hun stacaravan te kunnen verlaten maar er is ook het verdriet omafscheid te nemen. Rentema: “Wat ik moest leren is dat je er moet zijn met al je betrokkenheid en compassie maar dat je niet een al te sterke binding met ze aangaat want ze gaan allemaal weer weg”.

Auteur

kvanderweide