Oosterhaar

HAREN

Deze week de column 'Oosterhaar' door Jaap Matthijs Jansen.

Graag zouden wij u op de hoogte willen stellen van een alleraardigste expeditie, die gisteren heeft plaatsgehad. De expeditieleden – een stuk of dertig – verzamelden zich rond elf uur ’s morgens bij het gemeentehuis. Na enige bemoedigende woorden van de burgervader en in het warme schijnsel van de zon zetten zij zich aan de wandel. Het doel van de reis kan u wellicht wat schokkend overkomen; het was dan ook voorbehouden voor de meest onverschrokken en doorgewinterde dorpsgenoten, allen van de Goede Kant van ’t Spoor. En neen, de reis voerde niet naar verre oorden, noch naar Leermens, noch naar plaatsen die wij enkel in onze verbeelding bereiken kunnen. Neen… de tocht bracht hen naar… wij durven het nauwelijks te zeggen, u zult bijkans een beroerte krijgen… naar Oosterhaar. Oosterhaar! Dat grote Onbekende! Die wildernis beoosten de spoorlijn Assen-Groningen, dat niemandsland, dat oerbos! De dames en heren van ons expeditiegezelschap wisten waar zij aan begonnen, maar toch – hoeveel reizigers uit westelijk Haren zijn ooit teruggekeerd na een tocht naar Oosterhaar? Hun bevindingen waren tergend, knijpend, beangstigend, gruwzaam. Want ja! zij zijn teruggekeerd, levend en wel (doch niet ongeschonden: de heer De Vries had zijn teen lelijk gestoten). Zij vertelden van weelderige natuur, van katachtigen, van hoge bomen, en – schrikt u niet – van een inheemse bevolking. Ach en wee! Hoe is het mogelijk, hoe is het mogelijk! In die contreien wonen dus heuse stammen, met hun eigen scholen en kinderen en sportfaciliteiten en – heus! – winkels. De gegevens van het team zullen worden doorgegeven aan antropologen, primatologen en sociologen. Een nieuwe expeditie staat vooralsnog niet op de agenda.

Auteur

kvanderweide