UUT Noordlaren 'Zomergeluk'

NOORDLAREN

Deze week in de rubriek UUT Noordlaren het verhaal 'Zomergeluk' van Tia Ebbinge.

Zomergeluk Er zijn van die dagen dat als je opstaat, je door het dakraam naar buiten kijkt, je al een gevoel van euforie krijgt. Beneden aangekomen je de achterdeur opent, naar buiten stapt, je gelijk het zonnescherm maar naar beneden doet en er ondertussen al een vlinder om je heen fladdert en je bank al uitnodigend op je wacht. Mijn bank, al enkele malen heb ik er iets over geschreven. Ieder mens heeft wel een speciale plek,  in of rondom het huis, waar je graag vertoeft. Zo staat mijn bank op een fijne plek in de tuin voorzien van kussens en fleecedeken. De perfecte plek om te relaxen, de dag door te nemen of inspiratie op te doen om te schrijven. Op mijn wandelingen door Noordlaren kom ik regelmatig langs prachtige tuinen omgeven door weelderige bloemenpracht of bomen waar ik ook vaak een bank en tafel met stoelen bespeur. Niet zo heel ver van mijn huis, schuin aan de overkant,  is de oprit van mijn beste vriendin Anja. Hier staat als de zon zich weer laat zien haar bank en tafel met stoelen. De oprit heeft een bijzonder aantrekkingskracht op ons buren. Regelmatig als de avonden weer zwoel zijn schuiven wij gezellig aan op de oprit. Er wordt  uitbundig gelachen, maar ook de serieuze aspecten van het leven worden besproken. De koffie gaat rond en er is altijd wel een buurtgenoot die wat lekkers meeneemt. Wij komen de avond wel door. Regelmatig wandelt of fiets er iemand langs die denkt ‘wat is hier gaande’, wij dan de voorbijgangers vrolijk toe lachen. Af en toe blijven ze zelfs voor een praatje staan. Onze tienerdochters en -zonen nemen ook plaats in ons kleurrijke en sociale gezelschap en mengen zich in onze discussies. Hoe later op de avond hoe schoner het volk, als wij de kaarsen en de lantaarns reeds ontstoken hebben, wij af en toe van ons bankje rollen van het lachen, komt er nog wel eens een late gast de oprit op lopen. Want ja er zijn ook buren die ‘s  avonds werken, geen probleem, wij schuiven op en de gesprekken gaan door. Ook komen er nog wel eens wat regendruppen langs, ieder normaal mens zou dan naar binnen gaan, wij kijken elkaar aan en schuiven gewoon wat op tot we allemaal droog onder de grote parasol zitten en praten vrolijk verder. Als het nog kouder wordt is er altijd wel een fleecedeken of trui in de buurt. Als de verhalen steeds smeuïger worden, bij een enkeling de vermoeidheid toeslaat, we toch concluderen om ons bed eens op te zoeken. Met de woorden ‘misschien morgen weer?’,  nemen wij afscheid. Eigenlijk best uniek in deze tijd hoe wij als buren met elkaar omgaan. De saamhorigheid is hier groot, wij helpen waar mogelijk, lossen samen dingen op, is er iemand ziek dan brengen wij gewoon een bord met eten. We laten een  ieder in haar of zijn waarde. Misschien zijn wij een unieke straat wat dat aangaat. Winters als het ijskoud is, wij soms met weemoed zeggen ‘heb je ook zo’n zin in de zomer en ons bankje bij Anja op de oprit.’ Tia Ebbinge

Auteur

kvanderweide