Aardrijkskundeles

HAREN

Deze week de column Aardrijkskundeles van Jaap Matthijs Jansen.

Aardrijkskundeles

Nu wij, dierb’re dorpsgenoten, weldra stadjers zullen zijn, dunkt het mij nuttig en verantwoord om een Stadse Cursus te beginnen. U zult immers moeten inburgeren! Vandaag, brave inburgeraars, staat daarom in het teken van de stadse Aardrijkskunde. Haren is klein, Groningen groot. Wordt dáár een weg opengebroken, dan ontwricht het niet de lokale infrastructuur. Laten we beginnen met de Rode Weeshuisstraat, achter het pand van een groot warenhuis van weleer. De Rode Weeshuisstraat komt in het oosten uit op de Oude Ebbingestraat, en in het westen op de Oude Boteringestraat. Volgt u nu de Oude Boteringestraat in noordelijke richting, dan passeert u aan uw linkerhand de Broerstraat, waar duizenden vlijtige studenten zich daaglijks aan hun studiën zetten. (Die studenten kent u wellicht van vroeger, toen zij zich ophielden in het Biologisch Centrum, lang geleden, toen de Hortus Botanicus nog een hortus botanicus met een kas was.) U slaat niet af; u gaat door op de Oude Boteringestraat, langs de theologische faculteit, en steekt de Boteringebrug over. Het magistrale plein dat u nu ter rechterzijde ziet, heet de Ossenmarkt. Daar moet u wezen voor uw ossen. Aan de overzijde van dit plein ligt een idyllisch park. Hier kunt u met uw geliefde neerstrijken, hem of heur innig door het haar strijken, hem of heur lieve woordjes zeggen, wellicht zelfs een vluchtig zoentje uitwisselen... Doch bezondigt u niet aan godslasterlijke of majesteitsschennende handelingen! Want in rode steen grenst aan dit park de Rechtbank. Om onbegrip en onlusten te voorkomen, gaat de Oude Boteringestraat over in de Nieuwe Boteringestraat. Deze voert u langs een kerk, studentenwoningen en tattoeagerieën, en brengt u naar een klein wereldwonder, een plek van schoonheid en sublimiteit, het groene badlaken van de zonnende jeugd, een lusthof waarin u even uw 0,2 miljoen medestadjers vergeten kunt. Dit is het Noorderplantsoen, en het is bijna net zo mooi als het Boeremapark. Misschien wijden wij ons volgende keer aan de stedelijke Geschiedenis. Jaap Matthijs Jansen

Auteur

kvanderweide