Annelies Hofmann | Merde

Haren

Vakantie. Klinkt leuk. Is het niet. Althans, niet altijd.

Na een jaar hard werken (verbouwen, verhuizen, de geboorte van ons derde kind en het bijbehorende intensieve eerste jaar, een druk gezin, onze banen en een studie) waren we wel toe aan ‘niets moeten’ en alle tijd hebben voor elkaar.

We vertrokken, na een hele dag inpakken, met de auto richting de Jura in Frankrijk. De reis ging wonderbaarlijk goed, niet in de laatste plaats dankzij 45 DVD’s van ‘Ernst, Bobbie en de rest’ en de luisterverhalen van Sesamstraat. De kinderen kwamen met vierkante ogen en vieze tanden van de snoep en yoghurtrozijntjes aan op de zonovergoten camping. Het feit dat we direct belaagd werden door een zwerm bromvliegen zagen we toen nog als een incident. Dat we de komende 14 dagen met onze hoofden in een wolk vliegen zouden doorbrengen konden wij toen nog niet bevroeden.

Op de camping huurden we een chalet, wat een chique naam is voor plastic hut. Een soort stacaravan zonder wielen van 30 m2, de drie slaapkamers, de keuken en het sanitair incluis. Het bleek niet zómaar een plastic hut, nee, het bleek een heel víeze plastic hut. Ik hield mij groot terwijl ik de haren van de vorige huurder uit de bestekbak viste. Ook hoorde men mij zuchten noch tieren toen bleek dat de borden en schalen nog etensresten van een ander bevatten. Alleen tijdens mijn ommetje over de camping bij het krieken van de dag (want baby’s slapen nu eenmaal niet uit) vloekte ik zachtjes voor me uit. ’s Avonds beeldde ik me in dat ik op mijn eigen schone matras in slaap viel in plaats van die in het huisje, dat vast en zeker ooit wit was, maar nu bruin. Ons beeld van ’s avonds bij kaarslicht romantisch wijntjes en biertjes drinken op de veranda werd gruwelijk verstoord door onze klaarwakkere peuter van 3. Hij Rummikubde mee tot in de late uurtjes, maar niets kon mij mijn vakantiegevoel afnemen. Toen onze baby wat kortademig werd en deze kortademigheid overging in een virale luchtweginfectie met oorontsteking en we dus de hele dag met zetpillen, Ventolin en antibiotica in de weer waren, begonnen we echter toch wat heimwee te krijgen naar ons fijne plekje in Haren. Na een paar dagen krabbelde hij weer wat op gelukkig. De vakantie kon beginnen.

Dachten we… maar door de infectie die hij had mocht hij nagenoeg niets, waardoor mijn man of ik (bij toerbeurt zorgend voor de baby) de rest van de vakantie nagenoeg gescheiden van de andere gezinsleden doorbracht. Ik heb mij laten vertellen dat het waterfietsen, kanoën, midgetgolfen, het bezoek aan de grotten en het glijden van de glijbanen van het zwembad op de camping hartstikke leuk was. “Gelukkig hebben we de foto’s nog.” 

De lege accu op het parkeerterrein van de ‘Super U’ maakte de droomreis helemaal af: tweeënhalf uur in de allesverzengende hitte met een zesjarige, een peuter en een baby wachten op een Franse automonteur die ons even onverstaanbaar vond als wij hem.

Met voet op Harense bodem kwamen we voor het eerst echt tot rust. Die avond, met een wijntje en een biertje op onze eigen bank, met de kindjes zoet slapend in hun eigen bedden, terwijl de regen met bakken uit de lucht viel en het vertrouwde gejank van onze demente kater de muziek van ons elpeetje overstemde, kwamen we tot de conclusie dat het klokje toch echt nergens tikt zoals thuis.


Auteur

Carlien Bootsma