Panorama

GLIMMEN

Intussen was het in Glimmen erg stil. Zo stil zelfs, dat ik mij begon af te vragen of Glimmen überhaupt nog wel bestond. Dan kun je op internet kijken, je kunt de autoriteiten bellen - maar het beste is nog altijd zelf op onderzoek uitgaan. Dus rolde ik op een frisse zomerdag de fiets uit de schuur. Een spannende trip naar het raadselachtige Glimmen!

Zonder te worden doodgereden door één van de over de Rijksstraatweg denderende vrachtwagens bereikte ik de dorpsgrens. Ik zag het onmiddellijk: Glimmen bestond nog. Het goede nieuws ging nog even door, want de pianowinkel van Steenhuis bleek er ook nog gewoon te zijn. Mooi. Want ik ben voorstander van de vooruitgang, zolang er maar niks verandert.

Bij de protestantse kerk stonden twee puberjongens met hoodies op, als postmoderne monniken. Er lag een mooie voetbal aan hun voeten, maar toch verveelden ze zich.

Na wat uitgekiend bochtenwerk naderde ik de spoorwegovergang bij de bossen van Appèlbergen. Het begon te sputteren. Nu moest ik zien zo snel mogelijk het paviljoen te bereiken, even verderop in het woud. Naast het fietspad woekerde een roedel bloeiende balsemienen over een voormalige zandweg. Verbeeldde ik mij dat nou, of kroop de herfst al een beetje op uit de vochtgeurige bosgrond? Ook mooi. Want ik ben voorstander van de herfst, zolang de zon maar schijnt.

Bij het paviljoen stond een volumineuse volière. Er woonden parkieten in. U kent ze wel: van die groengele en blauwwitte. De siervogels hadden uitzicht op een twaalftal grijze kliko’s die op Noord-Koreaanse wijze op een rij stonden tegen de zijgevel van het paviljoen. Een ruim twee meter hoge ananas van kunststof diende als hun nachthok. Het was alweer gestopt met sputteren.

Binnen rolden twee personeelsleden bestek in wegwerpservetjes. Op de tafels lag roodwit geblokt plastic. Ik liep door naar het terras aan de achterkant. Daar zaten twee dames, type Pieterpadloopster. Om hen heen lagen drie honden. Ze keken loom op toen ik passeerde, de honden. In hun drinkbak dreef een verdronken spin. Het terras keek uit op een immense boomkwekerij. Daar wisten ze wel raad mee in Glimmen, met kwekerijen. Bijna iedereen had er een. Dit exemplaar was zichtbaar vanuit de ruimte. Een adembenemend panorama. Maar al snel hapten enkele vragen naar lucht. Waar moesten al die boompjes heen? Bleef het droog? Gingen de volleybalsters Olympisch goud winnen? Kon ik al met goed fatsoen een glas Belgisch bier bestellen?


Auteur

Redacteur