Geslaagde inburgering

HAREN

In Haren is het slagingspercentage voor de inburgeringscursus ruim 80 %. Hoe komt het dat dit zoveel hoger ligt dan het landelijk gemiddelde van 50%?

Gemeente, het COA en een aantal opleidingsinstitutenwerken hier samen om de inburgering van asielzoekers zo goed mogelijk te laten verlopen. Dit staat bekend als het Onnermodel. Het biedt asielzoekers de mogelijkheid zodra ze een verblijfsvergunning hebben te starten met de inburgeringscursus, al wonen ze nog in het AZC. In andere gemeentes beginnen ze pas wanneerze een huis krijgen. De inburgeringscursuswordt in ’tClockhuys gegeven door het Alfa-college. Drie jaar Nederlands De cursisten krijgen drie jaar de tijd om het minimale niveau te halen: ongeveer de taalkennis van een elfjarig kind. Dat niveau lijkt laag maar een Nederlands kind heeft vijf jaar de tijd om te leren lezen en schrijven, in een compleet Nederlandse omgeving. Een asielzoeker daarentegen wacht vaak nog op huisvestingen heeft moeite een rustige plek te vinden om te leren. Toch haalt een groot aantal cursisten een hoger niveau en stroomt door naar een beroepsopleiding of universiteit. Analfabetisme Het overgrote gedeelte is erg gemotiveerd en werkt hard. Van de 20% die het niet haalt is een groot deel bij aanvang analfabeet. Dan is het bijna onmogelijk het gewenste taalniveau te halen binnen drie jaar. In plaats van een examen krijgen zij een inspanningstoets waarmee ze moeten aantonen zich voldoende te hebben ingezet. Vervolgens kunnen ze nog wel verder met een alfabetiseringstraject en worden ze door het Alfa-college en de gemeente geholpen werk te vinden. Verhuizing Een ander onderdeel van het Onnermodel is de begeleiding wanneer een cursist verhuist naar een andere gemeente. De informatie over de cursist wordt hier overgedragen aan een nieuwe school. Hij of zij kan meteen weer op het zelfde niveau verder leren, zonder kostbare tijd te verliezen. In Nederland is dat niet overal zo geregeld. Rudi Knol, opleidingsmanager inburgering van het Alfa-college: “Je hebt een aanjager nodig om dat te organiseren en landelijk zie je dat dit moeilijk te realiseren is”. Gemeente Haren Vanaf 2013 is de inburgering de eigen verantwoordelijkheid van de asielzoekers en heeft Haren niet meer de plicht de inschrijvingen te regelen. Carlien Klaassens, trajectbegeleider, coördinator en docent van het Alfa-college: “De gemeente houdt nog contact en blijft stimuleren, terwijl in grote gemeentes het overzicht soms weg is en ze eigenlijk niet weten wie wel naar school gaat en wie niet”. Ook wordt er gestimuleerd dat jongeren onder de 27 jaar gaan studeren. Ze hoeven dan geen uitkering te krijgen en kunnen verder werken aan hun toekomst. Naast vier modules taalvaardigheid heeft de inburgering een arbeidsmarktmodule waarin een portfolio wordt ontwikkeld met de plannen voor werk en studie. De zesde module is Kennis van de Nederlands Maatschappij (KNM)met naast informatie over gezondheidszorg, onderwijs, politiek en geschiedenis aandacht voor omgangsvormen en normen en waarden. Bij het Alfa-college ligt de focus echter op de taal omdat KNM meestal moeiteloos gehaald wordt. Rudi Knol: “De normen en waarden van de mensen die binnenkomen zijn niet zo heel anders dan die van ons”. Zijn collega Carlien Klaassens vindt het een heel grijs gebied, de Nederlandse cultuur: “Wat koningin Maxima eigenlijk al aangaf: de Nederlander bestaat niet. Hoe moet je zijn cultuurdan overbrengen?”. Waar bij de een de trommel na één koekje weer dicht gaat blijven bij een ander de koekjes op tafel staan. Rudi Knol ziet veel problemen bij de aansluiting met autochtone Nederlanders. Taal leer je toch het beste in een netwerk maar vaak is het lastig om met Nederlanders in contact te komen. Knol: “Nederlanders worden vaak gezien als open maar een vriendschap sluiten en met elkaar omgaan dat is toch wel even iets anders. We zijn erg gericht op onze eigen individualistische situatie en onze buren zijn niet onze vrienden. Daar lopen zij heel hard tegenaan”. Helga Kouwenhoven

Auteur

kvanderweide