'Geen schand dreigt onze vaan'

HAREN

  Deze week de column 'Geen schand dreigt onze vaan' van Jaap Matthijs Jansen.

‘Buitengewoon rustig’, zo noemde de Harener burgemeester vorige week woensdag de veelbesproken feestreünie. Rustig was het inderdaad: Haren was uitgestorven. Annie M., leidster van een vierkoppige leesclub te Glimmen, had het plan opgevat om een excursie te organiseren naar kasteel de Wildenborch, even ten noorden van Wientjesvoort. Het is een ongeschreven regel dat elke leesclub eens in de vijf jaar een visite aan de Wildenborch brengt, waar immers de dichter A.C.W. Staring zijn verzen placht te plukken. Zo ook deze leesclub. Om haar opwinding te uiten, plaatste M. een klein berichtje in de plaatselijke krant, met de aandoenlijke oproep: ‘Sikkels klinken, sikkels blinken, wie mee wil gaan mag mee!’ In Haren tiert de mare, en binnen afzienbare tijd kreeg de beheerder van een serviceflat lucht van bovengenoemd voornemen. Een briefje op het prikbord, een stukje op de radio, een nieuwsbulletin van de seniorenomroep… O media, o mores. En dus verzamelden zich tientallen, honderden, ja duizenden Harenerste Wientjesvoort, en zij trokken gappend en brallend naar de Wildenborch. Hierbij zongen zij Starings lied ‘Het vaderland’, ingezet door een groepje veteranen: ‘Vaarwel dan, Rust, en welkom, Strijd!’ De schoolgaande jeugd kon niet slapen, de hangjeugd niet hangen. De Achterhoekse politie stond machteloos en de mobiele eenheid moest uit het verre Arnhem komen. De burgermoeder, van een jongere generatie dan de relschoppers, raakte in paniek en verlaagde zich tot het niveau van het rapalje: ‘Bloei’ voort dat heil! woon’ hier die deugd, tot ’s aardrijks laatsten stond!’ Het mocht niet helpen. Hier werd een fles advocaat soldaat gemaakt, dáár ging een wandelstok door de ruiten, en de volgende dag bestond de Wildenborch niet meer. Nee, de Achterhoek kan lessen trekken uit de Harener aanpak. De politie liet zich hier niet wegdichten. De enige openbare samenscholing die men op de bewuste avond in Haren zag, was die van de Harener politici, die de stilte heel leuk en opwindend vonden.Geen schand dreigt ónze vaan. Jaap Matthijs Jansen

Auteur

kvanderweide