Ik en de anderen

HAREN

Deze week de column 'Ik en de anderen' van Annelies Hofmann.

Vorige week ging ik goedgemutst met man en kinderen naar Ikea. Op een druilerige zondag. Samen met een 6-jarige, een peuter, een baby en 3000 andere mensen. De verkeersregelaars deden hun best, maar er was geen enkele structuur te ontdekken in de mierenhoop aan mensen, auto’s en boedelbakken. Terwijl wij braaf stonden te wachten op een vrij te komen parkeerplekje, werd deze op het moment suprême bruut ingenomen door een man die er veel te hard aan kwam scheuren en nèt te gevaarlijk keek om er de discussie over aan te gaan. Chagrijnig zochten we verder en ik zat als ‘de vrouw die ik nooit wilde worden’ aanwijzingen te geven (“Daar gaat iemand weg! Daar! Oh nee, toch niet”) en te waarschuwen voor overstekende kinderen. De eerste ruzie tussen de kinderen werd al in de lift naar boven beslecht. “Ik wil op het knopje drukken!” “Nee, ík wil op het knopje drukken”. Toen dat klaar was begon het gejengel om ijs en hotdogs en wilde onze net zindelijke peuter ieder kwartier oefenen op een vies openbaar toilet. En zoals dat gaat bij een bezoek aan Ikea: we kwamen alleen om ons even te oriënteren op een nieuw wandmeubel en vertrokken met een melkopschuimer en andere eerste levensbehoeften. Grappig om te zien dat ik bij alle stellen zo ongeveer dezelfde gesprekken meen te beluisteren. Zij: “oh kijk Dennis! Wat een mooi afdruiprek!” Hij: “we hebben al een afdruiprek”. Dit patroon herhaalt zich op iedere afdeling. Zij wijst hem op de mooie collectie dekbedhoezen, banken, douchegordijnen en salontafeltjes en hij probeert dit subtiel van de hand te wijzen. Hij denkt aan zijn brocante interieur, het houten bord met geschilderde familieregels en de houten letters op de vensterbank die samen ‘home’ spellen en mijmert over een ‘mancave’ met biertap en bioscoopscherm. In een volgend leven, wellicht. Ondertussen groeit de inhoud van het karretje dat hij gedwee voortduwt, door de bloempotjes, geurkaarsen en fotolijstjes die zij koos. Ergens halverwege de tweede etage wordt er een nieuwe kar bijgehaald. Zo’n platte, voor de grote dozen. Vlak voor de kassa realiseert hij zich dat dit allemaal nooit gaat passen in de ruime gezinswagen. Alle boedelbakken blijken verhuurd en dus is hij genoodzaakt om drie keer heen en weer te rijden om alles op te halen. Bij het gemiddelde Ikea bezoek is de gemiddelde Nederlander ongeveer € 200 armer en bergen leeg verpakkingsmateriaal rijker, denk ik. En dan begint de ellende natuurlijk pas. De kast moet ook nog in elkaar gezet worden. Hèt recept voor een relatiebreuk. Makkelijker kunnen ze het niet maken. Veel gezelliger ook niet, geloof ik.    

Auteur

kvanderweide