Vergane glorie

NOORDLAREN

In de rubriek UUT Noordlaren deze week de column 'Vergane glorie' van Tia Ebbinge.

Als ik op mijn gemak door het dorp slenter denk ik wel eens; hoe zouden mensen hier jaren geleden geleefd gewoond en gewerkt hebben. Terug in de tijd, geluiden en geuren opsnuiven van vervlogen jaren. Ook Noordlaren is er niet aan ontkomen, maar de charme van het dorp is gelukkig wel gebleven. Heel vroeger werkten de meeste inwoners in en rondom het dorp. Mijn vriendin vertelde dat er in de Kerkstraat winkels waren en er veel bedrijvigheid heerste.  Ik denk zo rond de jaren zestig, ik snuif de geur op van vers brood en stap de bakkerswinkel binnen.  Vriendelijk begroet door degene die achter de toonbank staat. Ze praten om mij heen over de dagelijkse gang van zaken en de beslommeringen uit het dorp. De broden worden in de manden gedaan, de vrouwen lopen al pratend naar buiten en schijnen geen haast te hebben. Gesprekken over hun kinderen, een aanstaande trouwerij, het weer. Er stuiven kinderen langs mij heen met een bal. Er passeert een wagen met kar erachter met daarop zand, grind en hout. Bij de kruidenier worden nog wat boodschappen gedaan en is het tijd op huis aan te gaan. Waar de koffie wacht en de boodschappen rustig worden opgeborgen. Ik kijk rond en ben terug in de straat zoals hij nu is. Vergane glorie. Hoe anders is het als je er nu loopt, geen winkels, wel auto’s die te snel passeren met bestuurders die te vaak haast hebben. Ik loop weer verder. Er bevindt zich in de nabijheid nog wel een groentekwekerij aan de Lageweg en aan de Vogelzangsteeg slagerij Buurderij en bloemenkwekerij Vogelzang. Voor onze andere boodschappen zijn wij aangewezen op de omliggende plaatsen. Waar wij in de supermarkten onze boodschappen in een kar gooien, iedereen om ons heen raast, je boos wordt aan gekeken als je een praatje maakt omdat je het pad verspert. Vroeger hield hier ooit een Rabobank zitting en er was zelfs een postkantoor. Gelukkig staat er nog wel een brievenbus in ons dorp. De bibliotheekbus is ook wegbezuinigd. Ik begrijp goed waarom ouderen met pijn in hun hart uit ons dorp wegtrekken. Wat zou het fijn zijn als hier ooit een winkel annex bakker zijn deuren zal openen. En wij ook weer net als vroeger rustig een buurpraatje kunnen houden over het wel en wee van ons dorp. Een winkelbel die klinkt bij het binnentreden, een groet vanachter de toonbank. Je bij het verlaten van de winkel zegt: “Fijne dag en tot morgen”. Tia Ebbinge

Auteur

kvanderweide