Zwemles

HAREN

Deze week de column 'Zwemles', van Annelies Hofmann.

Ook voor mensen die niet doorslaan in het pushen van hun kinderen is de lijn soms dun tussen ‘coachen’ en drammen. Ik wil mijn zoons hun eigen ontwikkeling gunnen, maar ik wil hen ook stimuleren om alles uit eruit te halen wat in hen zit. Maar de druk op de kleine schoudertjes is af en toe wel erg hoog. Ik ken kinderen van 6 jaar die een weekschema vol activiteiten hebben: op maandag zwemles, dinsdag ballet en vioolles, woensdag paardrijden, donderdag pianoles, et cetera. Tijd om buiten te spelen met vriendjes en vriendinnetjes is er bijna niet meer. De schoolprestaties van kinderen worden dagelijks met elkaar vergeleken op het schoolplein. Niet door de kinderen zelf natuurlijk, maar door trotse moeders die elkaar de loef af willen steken. Kennelijk ervaart men de intelligentie van een kind als een bevestiging van het eigen IQ. Mijn zus vertelt wel eens over ouders langs de lijn bij de voetbalwedstrijden van haar zoons. Vaders die zichzelf graag als spits bij Ajax hadden gezien projecteren hun diep gekoesterde droom op hun zoon tijdens puppy voetbal. Terwijl het groepje vijfjarigen in een kluitje achter de bal aan rent hoort ze de vader los gaan tegen de scheidsrechter, de coach en z’n kind. Schaamteloos. Mijn oudste zoon zit op zwemles. Wàt een traject is dat! Helemaal als ik bedenk dat hij de oudste is van drie jongens. We hebben nog wel even te gaan… Ik begrijp het ongeduld van ouders natuurlijk maar al te goed. Ik vind zwemles persoonlijk een noodzakelijk kwaad en het moet bij voorkeur binnen een jaar gepiept zijn. Dat merk je dan ook aan de ‘aanmoedigingen’ van ouders langs de kant. Ze schreeuwen hun kinderen instructies toe en de ergernis valt van de gezichten af te lezen als de kinderen die vervolgens niet opvolgen. Het is zo af en toe een gestreste toestand in dat zwembad. De kinderen hebben geen idee meer naar wie ze moeten luisteren: naar juf of naar mama. Het helpt ook nog eens niets natuurlijk, want er is nog nooit een kind beter gaan zwemmen van dat geschreeuw. Mijn zoon begon met drie kurkjes aan iedere arm en een band om zijn middel. We zijn nu ruim een half jaar onderweg en hij is twee kurkjes kwijt. Ik denk dat de zwemjuf dacht dat ze daarmee een illusie van vooruitgang en dus van tevreden ouders creëerde, maar in werkelijkheid bewoog zoonlief zich verticaal door het bad, happend naar lucht omdat hij meer zonk dan zwom. “Kikkertje, wijd, sluit!”, bulderde de zwemjuf. Mijn zoon keek wat verward om zich heen. Hij lag zó lekker te dobberen, die boodschap was vast niet voor hem bedoeld, zag ik hem denken. De laatste tien minuten van de les mogen ze altijd even spelen. Daar leeft mijn zoon de hele les naartoe. Tegen de tijd dat hij eruit komt om zich te douchen en aan te kleden is hij al het geleerde van de les alweer vergeten. Na afloop vindt hij zelf altijd dat het heel goed is gegaan. Ik doe daar niets aan af: het komt vanzelf goed onder de bezielende leiding van de zweminstructeurs. En anders draagt hij tot z’n zeventiende maar bandjes tijdens onze vakanties. Annelies Hofmann    

Auteur

kvanderweide