Haren éérst!| Arnold Heikamp

Haren

Haren éérst!

Wie hoopte dat Haren inmiddels het hele liedboek aan treurgezangen, jammerlyriek en achterhoedegejodel rond het thema Herindeling wel zo’n beetje uitgezongen heeft, moet ik teleurstellen. Er is namelijk een splinternieuwe loot aan de protestboom ontsproten. We hadden al het gestaalde Burgercomité en een hele horde loslopende burgers die, al dan niet luidruchtig, hun mening kenbaar maakten, maar daarvan lijkt nu de overtreffende trap geboren. Enter actiegroepering Haren Eerst. Haren Eerst is opgericht door klompenschuurder Koert Orgelkoek (63). De heer Orgelkoek is boos. Heel boos. Maar hij heeft ook oplossingen. We zochten hem op. Meneer Orgelkoek, waarom Haren Eerst? ‘Omdat de gevestigde elite niet naar de burgers van Haren luistert. Wij willen geen fusie. Hoe moeilijk kan het zijn? De ene leugen na de andere daalt op ons neer vanuit het Provinciehuis. Ze denken daar zeker dat wij gek zijn. Er is een referendum geweest, en 96 procent van de bevolking wil die fusie niet.’ Nou... 96 procent lijkt me ruimbetaald. ‘Ja ja, iedereen denkt dat het 75 procent was. Maar dat is dus een leugen. Ook zoiets: er is geknoeid met dat referendum! Lazen we daar iets over in de media? Precies!’ O? Maar waarom hebben ‘ze’ de uitkomst dan niet tot onder de 50 procent geknoeid, dat zou toch… ‘En die provincieman Brouns, die denkt dat de gemeente Haren een kind van 10 in VWO5 is, die gaat de gevangenis in zodra wij aan de macht zijn!’ Leg uit. ‘Iedereen die door Haren rijdt ziet het toch: vrijwel voor elk raam hangt een Handen Af Van Haren poster. Dat is toch duidelijk genoeg?’ Eerlijk gezegd zie ik vrijwel nergens van die posters hangen. ‘Typisch elitegezwets! Ik bied de inwoners van Haren een alternatief feit. Die posters hangen overal. Punt uit!’ Even over die muur… ‘Ja! Wij gaan een muur om Haren bouwen! Zodat we van niemand meer last hebben. En, let op wat ik zeg, die muur gaat de Provincie betalen! Die muur gaat alle Stadjers tegenhouden die Haren in willen rijden. Vooral die fietsers. Wij hebben dat sfeer verpestende volk hier niet nodig!’ Maar het meeste verkeer gaat toch van Haren naar de Stad? ‘O ja? Heb jij wel eens aan het eind van de middag staan kijken naar de hordes die Haren binnentrekken?’ En als er ijs ligt op vaarten en meren, waar blijft u dan met uw muur? ‘Ha! Jij gelooft nog dat water bevriest?’

Auteur

kvanderweide