Terugblik op de zitting bij het Gerechtshof in Leeuwarden

HAREN

Bij het Gerechtshof in Leeuwarden diende woensdag 12 april in hoger beroep een rechtszaak van het burgercomité en een aantal inwoners uit Haren tegen de Provincie Groningen wegens onrechtmatig handelen om de gemeente Haren te dwingen tot herindeling met de gemeenten Groningen en Ten Boer. Woordvoerder Burgercomité Haren, Gustaaf Biezeveld, geeft een terugblik op deze zitting.

De provincie werd vertegenwoordigd door Patrick Tetteroo, beleidsmedewerker van de provincie (tot juli 2105 in dienst van BZK). Hoewel de datum was afgestemd op de agenda van gedeputeerde Brouns, was hij er niet. De zitting bij het Hof verliep heel anders dan in november j.l. bij de rechtbank in Groningen. De zitting werd geleid door een president die zich goed had verdiept in het dossier en goed lijkt te begrijpen waar de schoen wringt. Hij liet ook doorschemeren kennis te hebben genomen van de inspanningen van velen in Haren om de provincie te bewegen tot een zorgvuldiger en behoedzamer aanpak. Onze inzet is dat de rechter op enigerlei wijze duidelijk maakt dat de provincie onrechtmatig heeft gehandeld jegens de inwoners van Haren door o.a. geheel voorbij te gaan aan hun belangen en de argumenten en feiten die zij naar voren hebben gebracht. En door in het herindelingsadvies aan de wetgever (regering en parlement) niet het juiste verhaal over de herindeling te vertellen. Tegenover het pleidooi van onze advocaat, waarin de vinger op de vele zere plekken werd gelegd en duidelijk werd gemaakt waarom het vonnis van de rechtbank niet in stand kan blijven, stelde de advocaat van de provincie een juridisch-technisch en formeel verweer. De provincie had het allemaal heel zorgvuldig gedaan. Bovendien was de zaak nu uit handen van de provincie, dus wat de eisers vorderen is achterhaald. Op geen enkele moment werd enig begrip getoond voor wat de provincie Haren heeft aangedaan. De tegenstelling tussen beide verhalen was zo groot dat het voor het Hof al snel duidelijk werd dat het geen enkele zin had om te proberen beide partijen met elkaar in gesprek te krijgen. Het Hof heeft vervolgens aan beide partijen diverse vragen gesteld, om een beter zicht te krijgen op o.a - de haalbaarheid van de datum van 1 januari 2019 (volgens provincie nog steeds haalbaar - redenen waarom de provincie bij Haren heeft ingegrepen (daar kwam de provincie niet goed ui), - waarom het mis was gelopen met Tynaarlo en of de gesprekken nu stil liggen (dat was lastig voor onze advocaat), - waarom er wel ruimte werd geboden voor een kleine gemeente Westerwolde en niet voor Haren (daarop gaf de provincie geen eerlijk antwoord). Uit andere vragen bleek dat het Hof worstelt met de vraag of wat wij vragen, neerkomt om een ingrijpen in het wetgevingsproces. Nadat de advocaten van beide partijen nog kort op elkaars betogen hadden kunnen reageren, gaf het Hof het laatste woord aan beide partijen. Dit heb ik benut om het Hof erop te wijzen dat de vice-president van de Raad van State, mr. Donner, in het recente jaarverslag 2016 zijn zorg heeft geuit over het uiteen gaan lopen van democratie en rechtsstaat. Hiermee doelde hij op het feit dat overheden steeds meer geneigd zijn politieke meerderheden te gebruiken om bepaalde doelen te bereiken, met het negeren van het recht, zoals beginselen van behoorlijk bestuur en rechtsbescherming voor burgers Bovendien heb ik Kamerlid van der Staaij geciteerd: de Tweede Kamer kan zijn werk alleen goed doen als sprake is van deugdelijke informatievoorziening en eerlijke politici. Deze boodschappen leken wel over te komen. Mijn overheersende indruk is dat het Hof het belang van deze zaak goed begrijpt en niet op voorhand geen rol voor de rechter ziet, zoals de rechter in Groningen. Waar het Hof uiteindelijk op uitkomt, is moeilijk in te schatten. Om tot een afgewogen oordeel te komen, zal binnen het Hof nog heel wat discussie moeten worden gevoerd. Het is winst dat we nu voor het eerst hebben ervaren dat er een instantie is die heel goed begrijpt wat de inwoners van Haren dwarszit. Maar of het Hof kans ziet om hieraan iets te doen, zal moeten worden afgewacht. Nog zeker zes weken. Op 23 mei verwacht het Hof 23 mei schriftelijk uitspraak te kunnen doen.  

Auteur

kvanderweide