Moeder & meer | Annelies Hofmann

Haren

Voorjaar

Lente… mijn favoriete seizoen. Alles klaart op, zelfs mijn drukke hoofd en gemoed. Ik krijg meer energie en ben beter gehumeurd. En ik haal me er ook meer werk door op mijn hals, helaas. Dat ochtendzonnetje is heerlijk, maar schijnend op mijn ramen kan ik door de vette vingerafdrukken en vlekken van snotneuzen (hoe doen ze dat?!) nauwelijks de overkant van de straat nog zien. Ik kan mijn ogen er niet meer voor sluiten: het achterstallige onderhoud hijgt me in de nek. De tuin, bijvoorbeeld. De vorige bewoner heeft onze tuin met de grootst mogelijke zorg aangelegd. Dat weet ik, doordat er van februari tot en met oktober altijd ergens iets in bloei staat. Dat kan nooit toeval zijn, toch? Sommige stukjes zijn wat glooiend aangelegd en de kleuren van alles dat groeit en bloeit zijn op elkaar afgestemd. Wat zonde dat uitgerekend die mooie tuin, een deel van iemands levenswerk, aan ons gezin werd overgedragen. Stampende kindervoetjes, gravende kattenpootjes en twee volwassenen met vier linkerhanden als het op tuinieren aankomt. Ons gras lijkt in prima staat op een metertje of 10 afstand, maar eenmaal dichterbij gekomen zie je al snel dat het voor 90% uit mos bestaat. Er staat een halfdode, torenhoge dennenboom heel eng te wiegen in de wind. Er groeit meer gras tussen de tegels dan op ons gazon. In de voortuin staat een door mij verkeerd gesnoeid boompje, die daardoor voor de helft uit bladeren bestaat en voor de andere helft een tamelijk ongezonde indruk maakt. Laatst zei mijn moeder, die wel groene vingers heeft, dat ik het onkruid in de tuin had laten zitten en ik alle plantjes verwijderd had. Je moet er maar opkomen. Maar vanwege mijn iets te romantische VT Wonen droombeeld van de zomer, moet ik er echt iets aan gaan doen nu. Anders komen de avondjes ‘loungen in de tuin met Chardonnay en een vuurtje’ ernstig in het gedrang. ’s Avonds na het eten verzamelt ons buurtje zich op straat. De vaders en moeders met een kopje koffie, de kinderen spelend en fietsend om ons heen. “Het gaat de goede kant weer op”, zeggen we tegen elkaar. Want het leven met jonge kinderen is een stuk makkelijker als je je leefruimte kunt vergroten met een hofje vol buitenspeelgoed. Buiten is het overdag 12°C, maar de kinderen willen “met zonder jas” naar buiten. Ook zij hebben de lente in de bol. “Mama, mogen we met de waterballonnen?”, vraagt mijn oudste klappertandend. Om de pret niet te drukken sta ik tegen beter weten in een potje flesjesvoetbal toe. Kleddernat zet ik mijn onderkoelde kinderen even later onder de warme douche. Daarop volgden twee weken griep en verkoudheid en 3 dagen noodgedwongen zorgverlof. Volgende keer maak ik niet meer zulke conflictvermijdende keuzes, neem ik mij voor. De lanen in Haren zijn op hun mooist als de blaadjes aan de bomen nog versgroen zijn. En ligt het aan mij of lacht iedereen meer en groet men elkaar vaker? Ja, ’t is echt zo: we gaan de goede kant weer op!

Auteur

kvanderweide