De Hoornsedijk, deel I

HAREN

In twee delen neemt Henk Werners uit Haren u mee naar de Hoornsedijk. Deze week deel I, te beginnen met een verklaring over het ontstaan van de naam 'Hoornsedijk'.

Naamsverklaring

In het straatnamenboekje van Dr. F.C.J. Ketelaar van de Harener Historische Reeks staat beschreven dat er in 1322 sprake was van een goederencomplex Horne bij Groningen. Die naam was ontleend aan een scherpe hoek of bocht ( hoorn ) in een weg of dijk. De naar Horne lopende dijk wordt in 1580 de Hoernsche Dijk genoemd. En in de 15e eeuw wordt er bij die hoorn ( in dialect horn) een vrouwenklooster Maria ten Hoorn gesticht. Niet slechts de Hoornsedijk is een afgeleide van hoorn, ook in o.a. het Hoornsepad, de Hoornse Bocht, het Hoornsemeer en de Hoornseplas komen we de aanduiding tegen.

De weg en bewoning

De Hoornsedijk was vroeger langer dan nu. Voor dat het Noord Willemskanaal en de Van Ketwich Verschuurlaan en -brug er waren liep de dijk een paar honderd meter rechtdoor om vervolgens met een bocht naar links, via het zogenaamde zwarte pad, uit te komen bij de Paterswoldseweg. Aan beide uiteinden van de Hoornsedijk werd destijds tol geheven. De bewoning, aan de aanvankelijk onverharde dijk, vindt z’n oorsprong hoofdzakelijk in de vervening van en om het Paterswoldsemeer. Van de toen gebouwde vervenershuizen zijn er, zei het gerenoveerd en uitgebreid, nog een aantal aanwezig en bewoond. Tegen het einde van de vervening ontstond er aanleiding en belangstelling om de blik te werpen op agrarische doeleinden en aldus rezen boerenbehuizingen a.h.w. als paddenstoelen uit de grond. In de loop der tijd zijn er bijna 20 kleinere en grotere veehouderijbedrijven aan de dijk ontstaan, waarvan er nog enkele staan maar nog slechts één met melkveehouderij als inkomstenbron.

Boeren en burgers aan de dijk

Uit eigen ervaring van begin jaren zestig, en aangevuld met info van huidige en vroegere bewoners, kost het weinig moeite om de diverse bewoningen en bedrijvigheden in de loop der tijd de revue te laten passeren. Zo was, vanaf de Ketwich Verschuurbrug gerekend, Ale Averes boer op huisnummer 1, op die plek staat onder hetzelfde nummer thans een kantoor van UninU. Vermeldenswaard is ook  dat nog voorbij Averes er tot 1965 een kluizenaar in een boot op het droge woonde, en hij had daar zelfs enkele runderen waardoor er een hooibultje naast de boot werd aangetroffen. Op nummer 2, nu even voorbij het Hoornsepad, woonde en boerde de familie Van Dijk met schoonzoon Lukas Vos. Ter plaatse staan nu veel bomen en bossen, terwijl er aan weerszijden van de weg door dag en tijd veel berenklauwen te vinden zijn. Aan de overzijde van de straat liggen in het Hoornsediep sinds vele jaren meerdere woonboten, nu allemaal op Gronings grondgebied. Achter de boten, op het terrein tussen het diep en het kanaal op het zogenaamde Helperland, staan vanaf afstand te zien allerlei schuurtjes en tevens veel andere opstal. Verder zuidwaarts, en na twee bochten, komen we op de plek waar Johannes Nijdam op nr. 3 zijn boerenbedrijf uitoefende, een familienaam die sinds de vervening veelvuldig voorkomt in de naaste omgeving. Weer iets verder troffen we op nr.4 de boerderij van Klaas Honebeek aan en vervolgens op n. 5 die van Jans Vrieling. Aldaar, bij het zogenaamde Nije Veulenstukkie  is later (na afbraak) de Groninger Kano Vereniging (GKV) neergestreken. Sinds enkele jaren  in een nieuw clubhuis nadat de vorige in vlammen was opgegaan. Ook scoutinggroep Bestevaer vertoeft daar op gezette tijden in en bij een naastliggende vijver die via een vaartje in verbinding staat met het Paterswoldsemeer. Weer wat verder zuidelijk stond op nr.6 een wat kleiner veebedrijf  van Tammo Rath.

Sluis en Bruggetje

Direct daarna belanden we bij het bruggetje in de weg en tegelijk bij het sluisje in de Nijveenster Kolk. Aan de noordzijde woonde Edso van der Woude, later Siese Nijdam, en aan de zuidzijde van de sluis Hendrik van der Woude en daar achter staat de woning vanwaar de familie Beckering  als brug- en sluiswachter fungeerden.  De naam van deze familie klinkt ook nu nog bekend in het oor doordat kleindochter Daniëlle al meerdere jaren furore maakt als schaatster op de lange baan. Zij is trouwens geboren en getogen in Den Ham bij Aduard. Het sluisje is aangelegd in de Nijveensterwiek, waarlangs de boten van en naar het meer- en langs de Helper Molen in- en uit kunnen varen. Aleer de sluis er was werden de roei- en zeilboten  vanuit het Hoornsediep door middel van een botenkraan overgezet om door de Mannewiek van en naar het meer voort te kunnen bewegen. De sluis en de ophaalbrug zijn in 1999 tot Rijksmonument verklaard.

De Helper Molen

Door de aanleg van de A28 verhuisde de poldermolen ,, De Helper”  in 1969 van het Hoornsediep in Helpman naar deze plek aan het Paterswoldsemeer, om daar de nu de Helpermolen Polder te bemalen. De molen is per fiets of te voet vanaf de Hoornsedijk via het Molenpad te bereiken, terwijl het op een bankje aan dat pad langs het meer bij mooi weer bijzonder aangenaam vertoeven is!  Het Waterschap Helpman, destijds Harens grondgebied, liet de molen reeds in 1863 bouwen door molenbouwer P. Medendorp uit Zuidlaren. Bijzonder daarbij  is dat ruim 100 jaar later aan zijn kleinzoon  J.D. Medendorp de verplaatsing en de herbouw gegund werd. Wordt vervolgd. Over twee weken leest u deel II van De Hoornsedijk.  

Auteur

kvanderweide