Harener Historie | Eppo van Koldam

HAREN

In de rubriek Harener Historie verschijnt om de week een artikel van de hand van Eppo van Koldam. Van Koldam voelt zich betrokken bij de geschiedenis van de gemeente Haren. Deze week het artikel 'Landgoed Scharlakenhof'.

Landgoed Scharlakenhof

Enige weken geleden heb ik in de kantine van het sportcentrum een lezing gegeven over het ontstaan van het Scharlakenbos onder de titel “Van Pieperspoelen tot Scharlakenbos”. De voorbereiding van deze lezing leverde zoveel materiaal op, dat ik hier graag nog eens op dit onderwerp terugkom. In mijn lezing heb ik aangegeven, dat het gebied tussen de Rijksstraatweg en het Felland in de eerste helft van de 19e eeuw bestond uit veel kleine perceeltjes met veel verschillende eigenaren. Op het hoge deel langs de Rijksstraatweg lagen de landbouwgronden op de oude Harener es. De meer oostelijk gelegen lagere delen bestonden uit veen en heide. Dit gebied werd ook wel aangeduid als de ‘Harense Pieperspoelen’. Tenminste voor zover het gebied binnen de marke Haren lag, want iets zuidelijker lag binnen de marke Onnen het ‘Westerveen’. Omstreeks 1850 veranderen de kenmerken van het gebied. Grootgrondbezitters drukken er dan een steeds sterkere stempel op. Dit zijn vooral Rudolf de Sitter, burgemeester van Haren en wonend op Huize Voorveld (Rijksstraatweg 361, Haren) , en Johan Wichers Quintus, notaris in Groningen, die in 1850 Huize Esserberg (Rijksstraatweg 24, Haren) heeft laten bouwen als zomerverblijf. In 1851 heeft De Sitter al zoveel grond op de oude es verworven, dat hij hier een boerderij laat bouwen. Dit is de recentelijk afgebroken boerderij Scharlakenhof (Rijksstraatweg 324, Haren). Vanuit deze boerderij wordt de ontginning ter hand genomen van het oostelijk gelegen veen- en heidegebied. De eerste pachter van de boerderij is Pieter Jans Verwerda. Hij is geboren aan de Oud Middelhorst te Haren. Pieter blijft pachter tot 1862. Dan vertrekt hij met zijn gezin naar Leutingewolde bij Roden. Na het overlijden van haar man, verkoopt de weduwe De Sitter de boerderij met bijbehorende gronden in 1857 aan Johan Wichers Quintus. Johan Wichers Quintus zoekt in 1862 een nieuwe pachter en dat wordt Eppe Leenders. In het pachtcontract worden de gronden, die bij de boerderij horen nauwkeurig omschreven. Op basis van die omschrijving heb ik de bij dit artikel afgedrukte schetstekening gemaakt. Omdat door de later aangelegde infrastructuur, zoals de spoorlijn, de Dr Ebelsweg en de begraafplaats de oriëntatie in het gebied moeilijk is, heb ik deze ook ingetekend. Op de schets is duidelijk te zien, dat het grootste gedeelte van de Pieperspoelen inmiddels is ontgonnen. Daar waar nu bos is, lag in 1862 bouwland (bruin) of weiland (groen). Hier en daar lag nog een plukje veen of heide (roze). Op het meest oostelijk gelegen perceel mocht pachter Leenders voor eigen gebruik wat veen steken. Voorts was hij verplicht tenminste een perceel heide te ontginnen. Pachter Eppe Leenders is in Haren geen onbekende. Hij wordt geboren in Borgercompagnie. Zijn voorouders kwamen uit Zwitserland. In Zwitserland werden doopsgezinden vooral vanwege hun pacifistische standpunten onderdrukt en vervolgd. Velen zochten hun heil elders. In 1711 kwamen grote groepen naar Nederland. Een van deze groepen kwam terecht in onze omgeving en met name in Sappemeer, Borgercompagnie, Hoogkerk en Helpman. Bekende – deels vernederlandste - namen zijn Leutscher, Schnabel, Kneubel, Kraaiboer, Ruchti, Leenderts en Meihuizen.Na zijn huwelijk in 1848 komt Eppe Leenderts naar Haren. Hij wordt dan praktijkleraar aan de toen te Haren gevestigde landbouwhuishoudkundige school. Hij zal gewoond hebben in het door de school gebouwde boerderijtje aan de Onnerweg 49 (later in gebruik als tolhuisje). In 1862 verhuist Eppe Leenders met zijn gezin naar de boerderij Scharlakenhof. Eppe blijft niet alleen pachter op de boerderij Scharlakenhof, hij verwerft zelf ook eigendommen. Met name in het gebied dat wij nu Sassenhein noemen. Daar is Eppe actief met turfwinning en laat hij in 1868 ook een huisje bouwen. Dit huisje stond ongeveer op het huidige parkeerterrein van het Paviljoen Sassenhein. In 1871 koopt Eppe Leenders het huis Rijksstraatweg 207 te Haren (een paar jaar geleden afgebroken; nu makelaardij Dunning). Wellicht wil hij hier gaan rentenieren, maar daar komt weinig van terecht, want Eppe overlijdt in 1872. Zijn vrouw Willemtje Maathuis overlijdt twee jaar later. Twee dochters blijven alleen achter. De oudste van de twee – Trientje – huwt in 1875 met Pieter van Hemmen. Pieter wordt vervolgens pachter op de boerderijScharlakenhof en staat ook bekend als vervener. Als Trientje in 1880 overlijdt, trouwt Pieter met haar jongere zusje Fennechien. Deze Fennechien overlijdt in 1932 in het huis Rijksstraatweg 207 te Haren. Intussen is in 1869 de eigendom van de boerderij Scharlakenhof vererfd op Carel Coenraad Geertsema, de schoonzoon van Johan Wichers Quintus. Hij breidt het bezit nog aanzienlijk verder uit. Rond 1900 wordt daarom ook wel gesproken van het landgoed Scharlakenhof. Het landgoed beslaat dan een grote driehoek tussen de boerderij Scharlakenhof aan de Rijksstraatweg 324, het boerderijtje Onnerweg 49 en de boerderij Felland 13A. Rond 1900 plant Geertsema bos op de meest onrendabele percelen. Zo ontstaat het Geertsemabos, dat we nu meestal Scharlakenbos noemen. Interessant is, dat zuster Tietje van Eppe Leenders in 1853 trouwt met Melle Vroom. Melle is de stamvader van de bekende familie Vroom, tuinarchitecten en boomkwekers te Glimmen (de Bonte Hoek). Ook Melle komt naar Haren. Hij is er van 1891 tot 1893 zelfs raadslid. Ik vermoed dat de basis voor de latere kwekerij te Glimmen is gelegd op het landgoed Scharlakenhof, maar dat moet een volgende keer nog maar eens aan de orde komen. Tijdens mijn lezing heb ik al aangegeven, dat we herkomst van de naam “Scharlaken” niet moeten zoeken bij het bos, maar bij de boerderij. Inmiddels heb ik een akte gevonden uit 1816, waarin sprake is van de Scharlakenkamp. Dit is het perceel waarop later de boerderij is gebouwd. Nog geen goede verklaring voor de naam, maar wel een aanduiding in welke richting gezocht moet worden. Een donkerrode akker. Een akker vol zuring wellicht?  

Auteur

kvanderweide