Harener Historie

HAREN

In de rubriek Harener Historie verschijnt om de week een artikel van de hand van Eppo van Koldam. Van Koldam voelt zich betrokken bij de geschiedenis van de gemeente Haren. Deze week het artikel 'Ruzie'.

Soms geven de gemeentelijke archieven een bijzonder inkijkje in het leven van de inwoners van Haren. Zo hadden de jongens in het dorp ook vroeger wel eens ruzie. Nu is een gewone onderlinge ruzie niet direct aanleiding voor vastlegging in schriftelijke stukken, maar als zo’n ruzie uit de hand loopt wel. De achtjarige Hendrik van Dam woont in 1815 aan de Straat (nu Rijksstraatweg 178). Zijn vader Roelf Jans van Dam is schoenmaker en landbouwer. Zijn opa en oma zijn het bedrijf hier in 1771 begonnen. In 1799 is vader Roelf getrouwd met Egberdina Wuffen uit Zuidlaren. Inmiddels heeft Hendrik twee zusjes en een broer. Op 25 augustus 1815 wordt Hendrik om ongeveer 15.00 uur door zijn moeder Egberdina naar de moestuin gestuurd om wat groente af te snijden. Zijn vriendje Jacob gaat met hem mee. Onderweg komen zij de drie jaar oudere Pieter Ferwerda tegen. Pieter is een zoon van Jan Pieters Ferwerda. Zijn vader is arbeider bij de landbouwer Jan Vrieling op het adres A24 (later Jachtlaan 44; afgebroken voor aanleg Lokveenweg). De familie Ferwerda woont daar in een kamer. Pieter heeft een zusje en een broertje, dat ongeveer net zo oud is als Hendrik van Dam. Tussen Pieter Ferwerda en Hendrik van Dam botert het blijkbaar niet erg. Wellicht wil Pieter de twee kleinere jongens eens even een lesje leren. Hendrik krijgt klappen en wordt – als ik een later door zijn moeder afgelegde verklaring goed begrijp – door Pieter een aantal keren in de “stiekels” gegooid. Pieter heeft echter op één ding niet gerekend. Hendrik heeft voor het afsnijden van de groente een mes meegekregen. Na weer een aanval van Pieter steekt hij toe. Vervolgens ontstaat grote paniek, want Pieter loopt een zware verwonding op. Dokter Jan Popko Oostingh, die schuin tegenover de familie Van Dam aan de Straat woont, wordt er bij gehaald. Er wordt voor het leven van Pieter gevreesd. Schout Hendrik Nicolaas Laclé hoort een aantal getuigen, waaronder de moeder van Hendrik en maakt daar verslagen van. Van het voorval wordt uiteraard melding gemaakt bij de justitiële autoriteiten. De officier van justitie bij de rechtbank in Groningen reageert dadelijk met een brief, waarin hij gelast Hendrik van Dam in verzekering te stellen en naar hem op te zenden. Gelukkig is er ook een verklaring van dokter Oostingh, dat de wond van Pieter Ferwerda goed herstelt en hem toch minder ernstig voorkomt dan aanvankelijk gedacht. En heeft Pieter Ferwerda het overleefd? Ja zeker. Hij heeft zich zelfs aardig weten te redden. Zo rond 1820 is hij met zijn ouders vanuit de ene kamer bij Jan Vrieling verhuisd naar het tuinmanshuisje van Huize de Mickelhorst. Dit huisje (of de opvolger daarvan) is kort na 1971 afgebroken. Aan de bomen op de splitsing van de Bongerd en de Warmoezerij in de wijk Mikkelhorst is nog te zien waar het huisje gestaan heeft. Ook na het overlijden van zijn ouders in 1828 en 1830 blijft Pieter hier wonen. In 1844 verhuist hij naar Harenermolen. Vervolgens wordt hij in 1851 pachter op de nieuw gebouwde boerderij Scharlakenhof. In 1863 vertrekt hij naar Leutingewolde bij Roden. Waarschijnlijk naar de boerderij van zijn schoonzoon. Daar is Pieter in 1882 op de leeftijd van 78 jaar overleden. En Hendrik van Dam? Mij is (nog) niet duidelijk of de affaire met de steekpartij voor Hendrik nog consequenties heeft gehad. Hij volgt zijn vader niet op in de schoenmakerij. In de maand november van het jaar 1833 zet hij twee ‘grote stappen’ in zijn leven. Op 22 november 1833 koopt hij de tegenover de zaak van zijn vader gelegen ‘Herberg de Kroon’ en een dag later trouwt hij met de Harense boerendochter Grietje van Norg, die tot haar huwelijk als dienstbode werkt bij dominee Wijnandus Holwerda in de pastorie aan de Kerkstraat (waar nu de begraafplaats is). Hendrik zet de exploitatie van de herberg nog korte tijd voort, maar legt zich vervolgens volledig toe op zijn eigenlijke professie: bakker. De Herberg de Kroon is al jarenlang een markant pand in dorpskom van Haren. Diverse keren wordt het te koop of te huur aangeboden. Zo wordt het 1807 vermeld als “eene extra groote behuizinge, waarin zijn 4 grote vertrekken, koetshuis, stallinge voor paarden en beesten, eene groote tuin en appelhof met zo veel vrugtdragende fijne appelbomen, geschikt tot vele affaires, als inzonderheid tot een herberg, die in de behuizinge verscheiden jaren met goed succes is geëxerceert”. Op de foto is de herberg het enige pand met twee verdiepingen. Ook de schuur links daarvan met de grote deur hoort bij de herberg. Nu zijn dit de panden Rijksstraatweg 171 en 173. De landerijen achter de herberg heten de ‘Kroonkampen’. Hendrik van Dam en Grietje van Norg krijgen 11 kinderen, daarvan worden er 7 volwassen. Hendrik overlijdt in 1877, Grietje een jaar later. Zoon Hendrik heeft de bakkerij van zijn vader voortgezet tot ca 1905. Vervolgens is het pand gesplitst en afgebroken. In Rijksstraatweg 171 begint Lambertus Brommet in 1907 een slagerij. Dat bedrijf is vervolgens voorgezet door Groefsema en Warners. Hendrik van Dam sr en zijn familie behoren in Haren tot de eerste groep lidmaten van de Christelijk Afgescheiden gemeente (vanaf 1892 Gereformeerde gemeente genoemd).

Auteur

admin