Van Helpman naar Haren, deel III

HAREN

In meerdere delen neemt gastschrijver Henk Werners uit Haren u mee 'Van Helpman naar Haren'. Deze week deel III.

,,Van Helpman naar Haren, in vroegere jaren”, zo luidde de titel van mijn presentatie met oude plaatjes op 23 mei j.l. voor de leden van Old Go. Meelevende – en inspirerende reacties zijn reden om er in dit artikel nog eens bij stil te staan, met de hoofdreden dat Helpman tot 1885 bij Haren hoorde. Twee weken geleden las u in deel II over de bedrijvigheid, voorzieningen, RKZ, Gelria en het Diaconessenhuis. In dit artikel neem ik u verder mee van Helpman naar Haren. Villa Hilghestede Aan de oostkant van de Hondsrug werd in 1895 het monumentale pand Hilghestede gebouwd. En dat gebeurde op een plek dat in de 15e eeuw een bedevaartsoord was en dat verklaart ook dat  de naam Hilghestede in feite ontsproten is aan Heilige plaats. Op deze bedevaartsplek werden destijds heilige voorwerpen gevonden die gestolen bleken te zijn uit het klooster van Aduard. De buit was begraven op de plek waar nu nog de villa staat. Voorts vond hier een bijzondere traditie plaats, namelijk het offeren ten bate van weeskinderen die verbleven in het nabijgelegen Jurgensgasthuis, alwaar de stad in die tijd ook leprapatiënten onderbracht. Hilghestede is ook nog benut als Groen Weeshuis. De reden dat de villa daar gebouwd werd is een verhaal apart, en meer dan bijzonder1 Hetzelfde gebouw stond daarvoor namelijk in Zuidbroek, in eigendom bij toenmalig burgemeester Talma Stheeman. Door een conflict met zijn medebestuurders besloot hij naar Groningen te vertrekken en zijn villa te verplaatsen naar Helpman, en aldus werd het royale onderkomen steen voor steen afgebroken en aan de Verlengde Hereweg weer opgebouwd. Sinds 1983 is Hilghestede in gebruik als kantooraccomodatie en in 1997 aangewezen als rijksmonument. Met anderen, houden o.a. Hanzevast, Familienet en Haren de Krant daar nu kantoor. Een woonhuis met de naam Klein Hilghestede staat er naast. Hervormd Internaat Gezinszorg Op nr. 173, aan de westzijde van de weg, tegenover ,, Klein Hilghestede “ bevindt zich een statige villa, in 1916 gebouwd en na de oorlog dienst gedaan als Hervormd Internaat Gezinszorg met op de gevel de naam Pax Sperata. Voor gezinsverzorging kwam na 1945 steeds meer belangstelling. Vele jonge dames uit het noorden van het land hebben voor dit zeer nuttige beroep toen hier intern hun opleiding gevolgd. Volledigheidshalve zei opgemerkt dat er in Helpman in die tijd nog een internaat bestond, namelijk die voor kinderen van schippers en kermisexploitanten aan de Goeman Borgesiuslaan nr. 38. Villa Volonté Op een andere locatie aan de westzijde van de weg, schuin tegenover de Kamplaan, werd in 1895 de statige villa Volonté opgericht door strokartonfabrikant A. Hooites Meursing. De villa heeft er tot 1988 gestaan en  is ook in gebruik geweest voor de tandartsenopleiding van de Rijksuniversiteit. Na de sloop van dit historische pand is er een appartementencomplex, onder dezelfde naam, voor in de plaats gekomen. Volledigheidshalve zei opgemerkt dat zich aan het Schuitendiep een medische faculteitskroeg bevindt met dezelfde naam. De Wenakker Aan de zuidkant naast Volonté werd in 1933 het landhuis De Wenakker gerealiseerd als instelling voor kinder - en jeugdpsychiatrie. Deze breed verspreide instelling zat o.a. ook aan de Veenweg in Eelderwolde (villa Bella Vista). De Wenakker aan de Verl. Hereweg, inmiddels Rijksmonument, werd in 2006 grotendeels ondergronds uitgebouwd en is nu onderdeel van het universitair centrum van Accare (zorg). De Wenakker is ook het kantoordomein van notaris Reijntjes geweest en later was ook het Sint Maartenscollege er tijdelijk gehuisvest. Ernaast stond de boerderij (toen betiteld als warmoezerij) van de familie Niewold, die in de nadagen helemaal begroeid was met hadera. (Theetuin) De Kamp Tussen de Kamplaan en de Esserweg stond destijds Huize De Kamp, daar neergezet door Jacobus Johannes Aricius Quintus. Nazaten van hem verkochten het in 1921 aan de gemeente Groningen, zes jaar nadat de gemeentegrens met Haren verlegd was naar de Esserweg. De gemeentelijke aankoop had wellicht ook te maken met het feit dat het gebied er achter, langs en ten noorden van de Esserweg, bebouwd ging worden. Toen dat gerealiseerd was werd die bebouwing in de volksmond wel betiteld als de goudkust van Groningen. In 1923 werd de voortuin van De Kamp ingevuld met een groot terras, theetuin genoemd, en werd de exploitatie in handen gegeven van G. Sperber die ook andere horeca in de stad bestierde. Bij ,,De Kamp” streken ’s middags vaak stadjers neer die tevoet, op de pedalen of met de tram een uitje maakten richting Haren. Ze dronken hier dan een kopje thee of iets dergelijks bij de zogenaamde 1e Quintus. Voornoemde Sperber bood  bij de zomerdag, op het verlichte terras, ’s avonds ook gelegenheid om er te dansen. Het is twijfelachtig of dit een succes was want in 1933 werd huize De Kamp gesloopt. Wordt vervolgd. Over twee weken leest u deel IV

Auteur

kvanderweide