De school gaat dicht

ONNEN

Als het asielzoekerscentrum in Onnen op 24 juli gaat sluiten houdt het schooltje waar de kinderen les krijgen ook op te bestaan. Wat gebeurt er met de kinderen die er nu nog op school zitten?

Het AZC in Onnen heeft in zijn driejarig bestaan een goede naam opgebouwd. Het ‘Onnermodel’ was een voorbeeld voor andere gemeenten en in januari was het hoge slagingspercentage voor het inburgeringsexamen nog in het NOS-journaal. Het voormalige vakantiepark met stacaravans is heel geschikt voor gezinnen met kinderen. Er is een voetbalveldje en een speeltuintje, veel groen en de school vlakbij in het dorp. De school is opgezet door CBS de Borg. Dat was best een risico omdat er acht leerkrachten aangenomen moesten worden en het nieuwe team geen ervaring had met het geven van Nederlands als tweede taal (NT2). Adjunct-directeur Gerdien Wassenaar: “Het was echt pionieren in het begin. Niemand sprak ook maar een woord Nederlands en er gebeurt van alles in zo’n klas. Dan is er iemand verdrietig of er is wat aan de hand, of er gaat iemand weg”. Gelukkig kreeg de school veel steun van de gemeente en van vrijwilligers. Gerdien vergelijkt het onderwijs aan asielzoekers met speciaal onderwijs, waar ook elk kind een eigen onderwijsbehoefte heeft. Leerlingen zijn moeilijk te clusteren omdat er zulke grote niveauverschillen zijn bij kinderen van dezelfde leeftijd. Bovendien kunnen ze wat taal betreft wel op het zelfde niveau zitten maar door hun achtergrond niet even snel of op de zelfde manier leren. Dat heeft ook invloed gehad op het onderwijs op de reguliere school in Haren, bijvoorbeeld op de manier waarop een leerkracht tegemoet kan komen aan de onderwijsbehoefte van iedere leerling. Het sluiten van de school voelt bij Gerdien als kapitaalvernietiging. Het onderwijs is steeds weer aangepast om het beter te laten werken en dat resulteerde in een heel positief rapport van de onderwijsinspectie. Al die kennis zou verloren gaan. Bovendien zitten er niet alleen kinderen van het AZC op de school maar ook kinderen die een verblijfsstatus hebben en in de omgeving wonen. Elke ochtend worden ze gebracht door busjes uit Hogezand, Slochteren, Eelde en Zuidlaren. De sluiting van de school betekent dat deze kinderen naar een ander AZC moeten voor hun taalonderwijs, helemaal naar Delfzijl bijvoorbeeld. De gemeente Hogezand heeft daarom het initiatief genomen om een taalklas op te zetten in Hogezand waar kinderen van asielzoekers terecht kunnen voor hun taalonderwijs. De kinderen die nu nog op het AZC wonen worden verdeeld over andere AZC’s in het land en gaan daar weer naar een andere school. Gerdien: “Dat zijn ze eigenlijk wel gewend, ze gaan van school naar school, soms kwamen ze bij ons en was het al de achtste school. Ze hebben wel geleerd zich te voegen”. Maar veel kinderen hebben het er moeilijk mee en sommigen hebben grote hechtingsstoornissen. Er komt steeds een gat in hun ontwikkeling volgens Gerdien, omdat ze na een verhuizing weer weken verder zijn voor ze weer op gang zijn gekomen op hun nieuwe school. Vrijdag 14 julie werd de laatste schooldag afgesloten met eten en muziek voor de kinderen en alle mensen die zich de afgelopen drie jaar ingezet hebben voor de school. Gerdien: “Het was echt heel druk, vooral de eerste maanden, maar ook zo iets moois, dat zou je zo weer over willen doen. Ik vond het een heel bijzondere ervaring”. Helga Kouwenhoven

Auteur

kvanderweide