Haren lééft | Arnold Heikamp

IJ

sje

Bij de bekende wederverkoper van ijsco’s op de hoek van de Rijksstraatweg en de Kerkstraat stond een jonge vrouw haar fiets van het slot te halen. Haar taak werd bemoeilijkt door een volle boodschappentas die tegen haar rechterbeen rustte en aan de wetten der zwaartekracht dreigde te gehoorzamen. Intussen keek ze ook met een schuin oog naar haar zoontje, dat naast haar staand een groeiende belangstelling voor de ijswinkel ontwikkelde. ‘Pak jij je fiets ook maar vast,’ zei ze tegen het jochie, dat een jaar of negen was en een wit t-shirt droeg waarop met grote zwarte letters DISCO SUCKS stond. ‘Mag ik een ijsje?’ vroeg hij. ‘Nee,’ zei zijn moeder, terwijl ze de boodschappentas met een brede zwier in een aan het fietsstuur hangende mand deed belanden. ‘Waarom niet?’ ‘We gaan vanavond met z’n allen een ijsje eten,’ zei de moeder. ‘Kom, pak je fiets, we gaan.’ Ze verplaatste de zonnebril die ze tussen haar donkere krullen droeg naar haar neus. Zoonlief maakte geen aanstalten. ‘Als ik hem zelf betaal, mag het dan wel? Van m’n bankpasje?’ ‘Van je bankpasje?’ De vrouw schoof haar bril nog iets verder naar beneden en keek over de rand ervan naar haar zoontje. ‘Wal, dat is virtueel geld joh. Daar kun je geen ijsje voor kopen.’ Hier had het ventje even niet van terug. Maar hij liet zich niet zomaar uit het veld slaan en terwijl zijn moeder licht ongeduldig naar zijn fiets wees, zei hij: ‘Als ik nu een ijsje mag ga ik de hele week helpen met was ophangen.’ Over de Rijksstraatweg reed een politieauto voorbij. De andere dorpelingen keken er niet van op, maar voor het ijsliefhebbertje had deze gebeurtenis nog genoeg magie om er verrukt naar te gaan staan kijken. Misschien hoopte zijn moeder dat deze afleiding voldoende was om de ijswinkel te vergeten. Misschien ook wel niet. Hoe dan ook, toen de politieauto verdwenen was: ‘Mag het? Asjeblieft?’ ‘Wal, wil je ophouden met zeuren en je fiets pakken? Je krijgt nu géén ijsje.’ De moeder kneep hard in de handvatten van haar fietsstuur. ‘Vanavond, met papa en Joos erbij.’ Wal was echter nog niet door zijn mogelijkheden heen. ‘Maar als ik het geld dan van je léén? Dan betaal ik je weer terug als ik groot ben en heel veel geld heb!’ ‘Als jij niet binnen drie tellen op je fiets zit, krijg je helemaal nooit meer een ijsje,’ zei zijn moeder.

Auteur

kvanderweide