Zoete woordjes | Jaap Matthijs Jansen

Haren

Beste ouders van Klazina,

Tijdens het schrijven van deze brief heb ik heel wat gal gespuwd. Zeer verlichtend. U hoeft de brief daarom niet te lezen. Gooit U de brief – met gal en al – gerust weg. Ik schrijf U naar aanleiding van een afspraakje dat ik verleden vrijdag met Uw dochter had. We hebben elkaar leren kennen via de sociale media (een contactadvertentie in een protestants-christelijk dagblad). Wij hadden een afspraakje in mijn woonplaats Haren. Zoals het een jongeman betaamt, haalde ik Uw dochter op van het station en bracht ik haar op mijn fiets naar het Harener centrum. De markt vond ze ontzettend leuk, zo liet zij mij herhaaldelijk weten. De viskraam, waar ik haar trakteerde op een prijzige portie garnalen, was ontzettend leuk. Het bezoekje aan de groenteboer, die haar minutenlang kersen liet proeven, was ontzettend leuk. Dat we vanwege mijn kaasintolerantie haastig voorbij de kaasboer liepen, was ontzettend leuk. We namen plaats op het terras van een etablissement, vanwaar we het hele plein konden overzien. Naast ons zat een stel lokale politici. Ik legde Uw dochter uit wat er allemaal te zien was: een uitvoering van de dansschool, een beachvolleybalwedstrijd, het gemeentehuis enzovoort. ‘Ontzettend leuk,’ zei Uw dochter. ‘Ja,’ zei ik, ‘wat kan een dorpsplein zich nog meer wensen?’ En toen kwam het: het plein moest groter, er was onvoldoende parkeergelegenheid, de architectuur was kil, krijgt W.F. Hermans geen standbeeld, elk zichzelf respecterend centrum heeft een museum, er moest elke week kermis zijn, waar is de klimwand, als je het Berliner Philharmoniker wil uitnodigen heb je een podium nodig, Keulen heeft tenminste een kathedraal, enzovoort. De politici naast ons knikten instemmend, en één applaudiseerde zelfs. Het was tenenkrommend gênant. U hebt een mooie, ronde dochter grootgebracht, maar helaas bent U vergeten het kind enig gevoel voor beleefdheid bij te brengen. Bij dezen herinner ik U aan Uw taak. Maar genoeg over mij. Hoe is het bij U, in het bruisende Rheezerveen? Niet langer Uw aanstaande schoonzoon, Karel

Auteur

kvanderweide