Don’t believe the hype

HAREN

In de weken voorafgaand aan zijn verjaardag deed mijn oudste zoon (7 jaar) niets anders dan praten over Pokémon, over de “evoluatie” van de ene Pokémon naar de andere, wat deze allemaal kan, wisselde hij kaartjes uit op school met vriendjes, keek hij de tekenfilm en had hij het liefst de hele dag met de app Pokémon gevangen in de straat. Ik was dan ook verbaasd (en enigszins beschaamd) door zijn teleurgestelde reactie toen hij Pokémon plaatjes van een vriendje kreeg op zijn verjaardag.

Zo snel als de hype kwam, zo snel was ‘ie kennelijk ook weer verdwenen. Plaatsgemaakt voor de volgende: het computerspel ‘Splatoon’. Toen hij twee was, was hij fan van Thomas de Trein. Toen hij 3 was, werd hij fan van Piet Piraat. Hij liep alleen nog in zijn piratenpak, ik moest Stien Struis zijn, zijn vader Berend Brokkepap en zijn – toen nog – pasgeboren broertje was Steven Stil. Ons huis was de Scheve Schuit en de kat was de haai waarvoor je je maar beter uit de voeten kon maken. Zo rond zijn vierde jaar ontdekte hij de spelcomputer van zijn vader en deed een volgende held zijn intrede in ons gezin: Super Mario, gevolgd door Link, Donkey Kong (hij liep dagenlang alleen nog op zijn voeten en knokkels), Splatoon- boy en Sonic. Toen dat voorbij was wilde hij alleen nog maar een fidget spinner (“want iedereen heeft er zo één, mama!”) en een Hoover Board.

Menig generatiegenoot zal zich nog onze eigen hypes herinneren: smurfensnot, lolo-ballen, Flippo’s, kleefhandjes, van die armbanden die je kon vastmaken door ‘em om je pols te slaan en LA-gears (met neon veters!). Een korte periode waarin de coolste brugpiepers hun kleding andersom droegen net als Kris Kross en de meisjes een kuif toupeerden zoals Brenda en Kelly uit Beverly Hills 90210. Iedere generatie heeft z’n eigen hypes. Terugkijkend op de mijne heb ik een melancholisch lachje om mijn mond. Kijkend naar die van mijn zoon denk ik: “Wat vind je er in vredesnaam áán?!”


Auteur

Redacteur