Van Helpman naar Haren, deel VII

HAREN

In meerdere delen neemt gastschrijver Henk Werners uit Haren u mee 'Van Helpman naar Haren'. Deze week deel VII 'Van Helpman naar Haren - Langs en rond de Rijksstraatweg'.

'Van Helpman naar Haren, in vroegere jaren', zo luidde de titel van mijn presentatie met oude plaatjes op 23 mei j.l. voor de leden van Old Go. Meelevende – en inspirerende reacties zijn reden om er in dit artikel nog eens bij stil te staan, met de hoofdreden dat Helpman tot 1885 bij Haren hoorde. Twee weken geleden las u in deel VI over De Laankamp, het beschermd dorpsgezicht, Jorissenlaantje en Jorissenvaart, boerderij Blom, Kattenhage, La Promenade en de Hervormde Pastorie. In dit artikel neem ik u verder mee van Helpman naar Haren, langs en rond de Rijksstraatweg.

Eitens met Van Gend en Loos

In deze geschiedschrijving langs de Rijksstraatweg past natuurlijk ook het feit dat wie een kwart- tot driekwarteeuw geleden in Haren over Van Gend en Loos sprak, het in feite over transportbedrijf Eitens had. Het was in 1930 dat wijlen de broers Henderikus (Rieks) en Jan Eitens in hun boerderij op nr. 110 begonnen met een bodedienst en een handel in brandstoffen. Voor het vervoeren van de spullen werd aanvankelijk gebruik gemaakt van een handkar en een bakfiets en vervolgens gebeurde dit met paard en wagen. De toen opgroeiende Kars, zoon van Rieks, kwam later ook in het bedrijf terwijl Jan zich in die jaren terug trok. Het paste in de ontwikkeling van de tijd dat er midden vijftiger jaren voor het vrachtvervoer een vrachtauto werd aangeschaft. De besteldienst voor Van Gend en Loos begon reeds in 1935 en duurde voort tot 2002 toen dit in handen kwam van het Duitse DHL. Maar ook bij de familie Eitens bracht de tijd mee dat er veranderingen ontstonden. Zo stapten uit de opvolgende generatie de drie zonen van Kars en Katharina, t.w. Herman, Henderikus en Jeroen ook in voetsporen van hun voorouders. Het gevolg was dat in 1990 de B.V. Transportbedrijf Eitens werd opgericht en gevestigd werd op het bedrijven-terrein Felland. Kars ging in 2006 uit het bedrijf maar bleef wonen waar hij woonde want de grote schuur bleef hij nodig houden voor zijn grote hobby t.w. de Oldtimerclub. Met de rode Mercedes Benz met aanhangwagen heeft hij op allerlei truckfestivals reeds menig trofee en vele medailles gewonnen. Zijn vroegere werk is zijn hobby gebleven!

Villa Rezaggo

Al lang verdwenen, maar in 1878/’79 liet Carolus Petrus Sormani, econoom, landbouwer en wijnhandelaar, een villa met de naam Rezaggo bouwen op de plek waar nu garage De Groot, (voorheen garage Postema) zich bevindt. Bij een boeldag in 1895 werd de levende have verkocht maar het duurde tot 1903 aleer het pand met de bijbehorende grond in andere handen kwam, en wel de arts Folkert Everts. Dat duurde tot 1911, toen houtzager Hemmo Wilhelmus Hemmes , die in diezelfde tijd huwde met Fenna Tonkens de voornoemde eega van wijlen Jan Hemmes van La promenade. Een volgende eigenaar diende zich aan in 1926 in de persoon van Jonkheer Tobias Jan van Iddekinge, gehuwd met freule Anna Hooft. Zij kochten het aan met ca 4 ha land en pasten vervolgens een drastische verbouwing toe waarmee de uitgebouwde villa een buitengewone uitstraling verkreeg met de naam ,,Het Hof”. Het erbij gekochte land noemde men 'Hemmenland' en het bosgedeelte het 'Van Iddekingebos', nog deels aanwezig als het huidige 'Hendrik de Vriesplantsoen'. Noordelijk naast het pand lag het toegangspad naar de boerderijen van Ottens en van Nienhuis, waarvan de laatstgenoemde door fam. Kok werd bewoond). Het is hetzelfde pad dat ik reeds eerder in een artikel noemde als een heel oude verbinding tussen de Hondsrug en de Hoornsedijk en Paterswolde. Met een kleine bocht kwam de laan uit bij de boerderij van Ottens die stond op de plek waar zich nu de Verweylaan bevindt. Aan de andere zijde van de villa lag het laantje dat toegang verschafte tot de kolenhandel van Van Steenwijk die daar echter door brand verdwenen is. Na het overlijden van de heer en mevrouw Van Iddekinge besloot de zoon Jhr. Jan Wijbrand het pand, met de uitstraling van een kasteeltje, te verkopen. Koper dhr. J.M. Postema bouwde er vervolgens een nieuw garagebedrijf, waarover in een hiernavolgend hoofdstukje meer. De landerijen gingen naar de gemeente voor de aanleg en inrichting van de Molenbuurt.

Verdwenen winkeltjes/bedrijfjes

De geschiedkundige rode draad in deze artikelen loopt vooral door de periode tussen 1870 en 1970, toen er in Haren bijvoorbeeld nog geen supermarkten, speciale kledingzaken en appartement-bebouwingen bestonden. Wel bevonden zich aan de Rijksstraatweg in en bij de dorpskom, alsmede aan de zijstraten meerdere kleine zelfstandigen/neringdoenden alsmede beroeps-uitoefenaars. Onder het kopje 'Kattenhage' passeerden reeds de namen van de rijwielzaak van Oostmeijer en de bakkerij van Helder, die na afbraak beiden opschoven naar dichter bij het centrum, Oostmeijer tegenover garage Postema en Helder tegenover de huidige Hondsrugflat. Pal naast Handy bevond zich de fietsenzaak van Roelfsema (eerder van Oosting) en later Cycle Shop met Erna. En twee huizen verder had tandarts Wierda zijn praktijk.

Oostzijde van de straat

Aan de overzijde zat op 94 Lanting voor C.V.’s (overgenomen van Kamp) op 98 de begrafenisondernemer Kamp met lijkwagen in de schuur, 98a de Nutsspaarbank en 98b tijdelijk juwelier Buikema. Op 100 verfwinkel Oosterhuis die later wisselde met Peters electra op 102, vervolgens op 104 timmerbedrijf Scholtmeijer. Op 110 komen we bij Eitens (voornoemd ) en op 116 zaten na elkaar de banketbakkers Moes en Hoendermis, maar ook daarna tijdelijk de genoemde fietsenzaak van J. Oostmeijer en tenslotte nog stomerij Astra. Op 118 boer Bos, op 120 slager Nienhuis en later Hilberdink met sportartikelen. Naast de vrijstaande villla op 122 stond op 124 een dubbele behuizing. Aan de noordkant met 124a was het druk bij Scholtmeijer die er namelijk een verlof had met een kruidenierswinkel en een scheersalon. Voornoemde Oostmeijer heeft er later ook nog gezeten met zijn fietsenzaak en tenslotte huisde RTV- zaak Woldendorp aldaar. In de andere helft 124b oefenden achtereenvolgens de juweliers Niewold en Buikema hun bedrijf uit. Voorbij twee opvallende woonhuizen zijn we aanbeland bij het markante en beeldbepalende historische pand met het torentje, dat in de loop der jaren werd bewoond met een praktijk door de elkaar opvolgende huisartsen Kruizinga, Bruins, Sieders en Cator. Het pand er naast (nu Digno) herbergde voorheen drie verschillende visboeren t.w. Huisman, Diephuis en Krook. Daar weer naast (nu Oris) heeft Hilti beveiligingstechniek gezeten maar ook het Rotanhuis Penning en later Barlinckhof met huishoudelijke artikelen. In het pand waar nu Roede woninginrichting huist streek ooit bakker Helder (voornoemd) neer toen hij moest verkassen. Na hem kwam Okken met huishoudelijke artikelen daar en vervolgens dameskapper Max Krook. Daar weer naast ( nu tandarts Bock) heeft huisschilder en behanger Ploeger gewoond en is daar zijn bedrijf begonnen. In de andere helft van die woning verzorgde Rozema het agentschap voor het Nieuwsblad v.h. Noorden maar ook voor de staatsloterij. Op de hoek van de straat bij de Molenweg wordt al vele jaren geknipt en geschoren door de opeenvolgende herenkappers Krook, Kraaima en nu Ger Onnes.

Westzijde

Als vervolg en in aansluiting bij de vroegere villa Rezaggo van Van Iddekinge, later de garages van Postema en De Groot, ( zie hierna) bevond zich pal ernaast het pand van Hopma , later met makelaardij. Vanaf daar en tot de Vondellaan bevinden zich nu de appartementen behorende tot de Hondsrugflat. Naast Hopma (ook Lofvers) woonde destijds in een huis met een torentje de familie Ploeger (Kredietbank Groningen). In een pand ernaast zat ooit Bosma met een verlof en melksalon, later na vernieuwing makelaar Van der Laan. Vervolgens stond ooit het opvallende pand met witte pilaren van Professor A.E. van Giffen, die ook wel de vader van de hunebedden wordt genoemd en in Drenthe ook wel 'het spittertien'. Na afbraak verscheen, praktisch terzelfder plek tegenover de latere Molenweg, later garage Postema met onder hetzelfde dak de winkel van slager Kamps, afgebroken ter realisering van de Vondellaan. Pal daarnaast zat visboer Klaas Tillema op de plek waar ook Holtkamp en Van Huis gewoond hebben.

Garage Postema, nu De Groot

Zoals hiervoor reeds gemeld bouwde J. M. Postema een nieuw garagepand op de plek waar voorheen op nr. 115 de villa Rezaggo stond. Postema’s nieuwbouw kwam in 1960 voort uit het feit dat de vorige garage moest wijken voor de aanleg van de Vondellaan, die dus recht tegenover de Molenweg stond. Postema startte zijn automobielactiviteiten in 1932 trouwens op een andere plek in Haren, namelijk tegenover de Meerweg achter het toenmalige café Pama (later Meijer). Zo’n zes jaar nadat de nieuwe garage op nr. 115 klaar- en in gebruik genomen was haalde Postema zijn schoonzoon H. W. de Groot in het bedrijf. In 1977 lieten ze de zaak, met tankstation, drastisch verbouwen en kwam ook de overkapping er bij. Bij een volgende overdracht binnen de familie in 1986 werden H.J. Postema en H.W. de Groot de nieuwe eigenaren die overgingen tot een nieuwe verbouwing om qua mogelijkheden en ontwikkelingen bij de tijd te blijven. Weer later werd de zaak geleid door zoon Peter de Groot met partner Monique van der Molen. Tenslotte kwam het bedrijf in 2008 in handen van naamgenoot (doch geen familie) Bert de Groot. De brandstofpompen werden reeds in 1999 gesloten en afgebroken.

Auteur

kvanderweide