Harener Historie | Eppo van Koldam

ONNEN

  In de rubriek Harener Historie verschijnt om de week een artikel van de hand van Eppo van Koldam. Van Koldam voelt zich betrokken bij de geschiedenis van de gemeente Haren. Deze week 'Assepoester pleegt diefstal in Onnen'.

Assepoester pleegt diefstal in Onnen

Woensdag 11 januari 1764 is het onplezierig opstaan voor Lammechien Jansen, weduwe van Willem Janssen, en haar twee volwassen kinderen Marchien en Jan, te Onnen. Er is ingebroken in hun woning! Buiten vinden ze een paar van de gestolen spullen terug. Ook zien ze voetstappen. Jan en Marchien volgen het spoor. Het klinkt onwaarschijnlijk, maar ze kunnen het spoor dwars door Haren heen volgen tot Helpman. In Haren vinden ze in een voetafdruk een schoen met een kapot wit gespje. Wie past deze schoen? Moeder Lammechien maakt melding van de diefstal bij schulte Rummerink in Haren. Deze stelt een onderzoek in. Uiteraard vraagt hij of er verdachte omstandigheden zijn. Die zijn er min of meer. Op zaterdagavond 17 december 1763 is bij Lammechien een vrouwspersoon aan komen lopen, genaamd Nelle. Zij heeft een dochtertje van een jaar of 15 bij zich. Ze vraagt of zij die nacht mag blijven slapen. Uit liefdadigheid en Christelijk mededogen, zoals de rechter het later formuleert, staat Lammechien dit toe. Nelle en dochter blijven tot de volgende middag en vertrekken dan naar Zwolle. Dochter Marchien wijst ze de route via Glimmen. Heeft Nelle iets met de diefstal te maken en wie is Nelle eigenlijk? Nelle heet voluit Pieternelle Derks. Ze is 42 jaar, maar ze weet niet waar ze is geboren. Haar vader Derk Drost heeft ze nauwelijks gekend en haar moeder is overleden toen Nelle nog ‘onnozel’ was. Ze heeft een broer, die 20 jaar geleden naar Oost-Indië is vertrokken. Zelf is ze getrouwd geweest met Hindrik Geerts, een soldaat, die na twee jaar huwelijk is gedeserteerd en ook naar Oost-Indië vertrokken is. Daar is hij, naar Nelle van haar schoonmoeder heeft gehoord, overleden. Uit dit huwelijk heeft ze een volwassen dochter, die inmiddels is getrouwd en in Zwolle woont. Een jaar of vijftien geleden is Nelle opnieuw getrouwd met Jacob Lents. Ook een soldaat. Jacob is zes jaar geleden terug gegaan naar zijn geboorteplaats Stuttgart in Duitsland. Met Jacob heeft Nelle drie kinderen, twee meisjes van 13 en 6 en een jongen van 10. De jongen is door de kinderpokken blind geworden. De kinderen zijn veel bij hun halfzus in Zwolle. Nelle zwerft door Noord-Nederland en probeert zelf gemaakte riemen, linten en veters te verkopen. Verder leeft ze van bedelarij. Soms gaat haar dochter van 13 met haar mee. Op 17 december 1763 is Nelle met haar dochter uit Groningen vertrokken naar Zwolle. Ze hebben toen de nacht in Onnen geslapen en zijn de volgende dag vertrokken naar Glimmen. Vervolgens hebben ze onderweg nog geslapen bij boeren in Vries, Spier en De Wijk. Op 7 januari 1764 is Nelle vanuit Zwolle weer te voet vertrokken naar Groningen. Via Staphorst, De Wijk, Spier en Zeijen is ze op 11 januari 1764 weer in Groningen aangekomen. De roroeden (veldwachters) van schulte Rummerink weten haar daar snel te vinden in een van de louche etablissementen bij de Oosterpoort. Nelle zegt echter van niets te weten. Van Onnen heeft ze nog nooit gehoord. Ze weet niet eens waar het ligt! Dan duiken er toch wat van de gestolen spullen op en het blijkt dat Nelle nieuwe schoenen heeft geregeld. Het is uiteindelijk een verklaring van ene Catharina Pieters, die Nelle de das om doet. Zij heeft Nelle bij haar thuis gezien in december 1763 met de schoenen met het witte gespje. Assepoester is ontmaskerd. Nelle geeft toe, dat ze in december 1763 inderdaad in Onnen is geweest en toen het plan heeft opgevat terug te komen om in te breken. Dat heeft ze in de nacht van dinsdag 10 januari 1764 gedaan. Eerst heeft ze in de buurt van de boerderij gewacht tot het donker was. De deur was niet op slot. De gestolen goederen heeft ze in twee grote zakken gestopt en daarmee op de rug is ze in de nacht door Haren naar Helpman gelopen. In de stadswal heeft ze het grootste deel van de buit begraven om die later mee te nemen naar Zwolle. Nelle moet nu terechtstaan voor het Gerecht van Selwerd. Dat klinkt wellicht wat vreemd. Wat heeft Haren nu met Selwerd te maken? De reden is, dat het Gorecht (waartoe ook Haren behoorde), toen het nog van de bisschop van Utrecht was, bestuurd werd vanuit het kasteel te Selwerd. Later heeft de stad Groningen het bestuur over het Gorecht overgenomen en is het kasteel te Selwerd afgebroken. Maar de naam Selwerd is blijvend verbonden aan het Gorecht. In het Gorecht gold tot 1811 het Selwerder Landrecht, dat sterk Drentse trekken had. Zo is de functie van schulte typisch Drents. Buiten het Gorecht, komt nergens in Groningen een functionaris als de schulte voor, die zowel hoofd van de politie, deurwaarder, notaris en bestuurder is. Het Gerecht van Selwerd hield zitting in het oude rechthuis (later de hoofdwacht; zie afbeelding) aan de voet van de Martinitoren. Daar moet ook Nelle terechtstaan. Het oordeel van de ambtman en zijn bijzitters (gezworenen) is niet mals. Ze nemen het Nelle zeer kwalijk, dat “zij reeds tijdens haar verblijf in Onnen het Godloos voornemen heeft gesmeed om ten ondankbare beantwoordinge aan de liefdadigheid haar betoond op hare terugreis uit Zwolle de weduwe te bestelen en dat plan drie weken in haar boezem heeft gekoesterd”. Nelle wordt veroordeeld om aan de kaak te worden gesteld en door de scherprechter strengelijk gegeseld te worden. Voorts moet zij 12 jaar in het provinciale tuchthuis verblijven en daar met haar handen de kost verdienen. En als die tijd om is wordt ze voor de rest van haar leven verbannen uit de provincie van Stad en Lande.

Auteur

kvanderweide