Bijenweelde Haren | Henk van der Zijden

Haren

Gif in onze honing

Onlangs publiceerde Science de resultaten van een onderzoek naar restanten bijengif in honing (A worldwide survey of neonicotinoids in honey). Om enig idee te krijgen van de ernst van de zaak vroegen Zwitserse wetenschappers binnen hun netwerken over de hele wereld om honingmonsters te verzamelen van lokaal geproduceerde honing en deze voor analyse aan hen ter beschikking te stellen. Hun bevindingen zijn schokkend. Zij vonden in 86% van de uit Noord America afkomstige honingmonsters en 57% van de monsters uit Zuid-Amerika de slimme insectenbestrijder Neonicotonoide. Meer dan een derde bevatte hoeveelheden die dodelijk zijn voor de bijen. Een voor mij weinig geruststellende mededeling in het rapport is dat de gevonden hoeveelheden niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Waarom word ik daar nu zo onrustig van? Dat deze zwaar giftige stoffen in honing terug te vinden zijn betekent dat zij hoogstwaarschijnlijk ook in de rest van ons dagelijkse eten terug te vinden zullen zijn. Welk effect hebben deze stoffen op ons. Van sommige stoffen wordt beweerd dat zij in combinatie met zuur (dus ook maagzuur), kankerverwekkend worden. Mogelijk een verklaring voor het steeds meer voorkomen van maagkanker onder hoveniers. Het onderzoek naar dergelijke beweringen is er niet of nauwelijks. Dus wetenschappelijk bewijs hiervoor is er niet. Dit lijkt me een prachtige klus voor onze nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). Kunnen ze zich met echt belangrijke problemen bezighouden in plaats van de benaming van producten van de vegetarische slager. Laat ze hier onderzoek naar doen. Maar vooral laat de landbouwindustrie (en de Universiteit Wageningen) nu eens luisteren naar de signalen die door de natuur worden afgegeven. Het lijkt er sterk op dat wij onszelf aan het vergiftigen zijn. Niet alleen doordat wij, door stapeling van deze stoffen in verschillende producten die wij eten, mogelijk voor onze gezondheid gevaarlijke grenzen overschrijden, maar ook door de sinds de laatste decennnia sterk afnemende biodiversiteit. Te beginnen in de insectenwereld met als icoon de honingbij, maar vervolgens ook bij de wilde bij (in 10 jaar tijd is het aantal soorten in Nederland gedaald van ongeveer 350 naar 250) en in de vogelstand, waar ook al jaren een teruggang wordt gemeten, eerst in de weidevogels maar ook steeds meer zichtbaar in onze tuinen. Dit is denk ik niet alleen te verklaren door de klimaatverandering. Welke factoren liggen daar dan wel aan ten grondslag? Intussen kunnen we zelf natuurlijk als consument onze stem laten horen door zoveel mogelijk biologisch geproduceerd voedsel te telen, kopen, ruilen voor eigen consumptie en natuurlijk in onze tuinen geen insecticiden te gebruiken. Met de huidige stand van kennis en technologie zou natuurinclusieve landbouw toch veel sneller tot wasdom moeten kunnen komen. Ik zie uit naar publicaties in Science met daarin successen op dit terrein.

Auteur

kvanderweide