Prins Constantijn opent E-lab in Harens Lyceum

HAREN

Een robotmannetje dat een buiging maakt heet ZKH Prins Constantijn met al zijn officiële namen welkom en even later doet hij – het robotmannetje dus – de Macarena-dans. Zo doet de Prins afgelopen vrijdag zijn intrede in het E-lab in het Harens Lyceum. Leerlingen van het Harens Lyceum (voortgezet onderwijs) en van de stad-Groninger Haydnschool (basisonderwijs) laten hun roboticakunsten zien, zoals een wagentje dat rijdt over een zwart-witsensor. Het tekent de ongedwongen sfeer dat de Prins deze laat ontsporen door een witte sticker op de zwarte baan te plakken.

E-lab

Prins Constantijn opent hiermee het E-lab in het kader van het seminar De digitale wereld. Ik wil meedoen. Het E-lab is onderdeel van de doorgaande leerlijn digitale geletterdheid waarmee de scholen van Openbaar Onderwijs Groningen in 2016 zijn gestart. Vanaf groep 1 van de basisschool tot en met de eindexamenklas van het voortgezet onderwijs werken leerlingen aan het ontwikkelen van kennis en vaardigheden op vier deelgebieden: ICT-basisvaardigheden, computional thinking, mediawijsheid en informatievaardigheden. Een E-lab is een werk-lab waarin kinderen digitale apparatuur gebruiken als robotica, 3D-printen, lasersnijden, modelleren, mediabewerking en programmeren.

ICT-basisvaardigheden en mediawijsheid

De Prins spreekt even daarvoor als speciaal gezant van de Startup Delta de zaal (gezien de ingeklapte baskets normaal gesproken de gymzaal) toe. Hij – die nog programmeren heeft geleerd met een Commodore-computer met cassetterecorder! – verwoordt het een schande te vinden dat niet alle Nederlandse leerlingen kunnen profiteren van iets als het E-lab. Kinderen moeten in de huidige moderne samenleving alles te weten kunnen komen over de media, ICT en informatievoorziening. Wat nu in Groningen van start gaat moet de norm voor heel Nederland gaan worden. Het onderwijs loopt nu nog achter: je moet de kinderen vertellen wat ze mogen doen waardoor ze creatief worden. Je dient daarvoor een omgeving te creëren waarbij verschillende vakken samenkomen. Hiervoor moet geld worden vrijgemaakt, het moet een mondiale uitdaging worden: dat zijn we aan onze kinderen verschuldigd.

Curriculumherziening

Op landelijk niveau wordt momenteel gewerkt aan een herziening over de inhoud van het onderwijs (curriculum). Alida Oppers, directeur-generaal van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), houdt een betoog over dat het onderwijs de creativiteit moet stimuleren. Eigentijds onderwijs stimuleert, daagt uit, werkt motiverend en activeert de nieuwsgierigheid. Momenteel gebeurt in het onderwijs nog veel analoog: digitale vaardigheden dienen in een handboek te worden opgenomen. Door de landelijke curriculumherziening kunnen meer leerlingen profiteren. Het Groningse initiatief moet over heel Nederland worden verspreid. Voor een goede ontwikkeling van digitaal onderwijs zijn er ontwikkelteams en steunt het ministerie een aantal ontwikkelscholen. Digitaal onderwijs moet samenwerking tot stand brengen tussen de eigen vaardigheden, verschillende vakken en de praktijk van de huidige samenleving. Allemaal om te bewerkstelligen dat kinderen goed voorbereid zijn op hun latere leven. Leraren moeten de ruimte krijgen om het onderwijs bij de tijd te houden, aldus Alida Oppers. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een docent die meldt dat hij samen met leerlingen uit de plus-groep een Space time-app heeft ontwikkeld die berichten naar de toekomst kan sturen.

Computational thinking

Erik Barendsen, hoogleraar bètavakdidactiek Radboud Universiteit en hoogleraar vakdidactiek Informatica Open Universiteit, houdt een interessante voordracht over computational thinking. Computational thinking is een praktische vaardigheid door creatief te denken over het inzetten van digitale tools om problemen op te lossen. Het gaat over denken in stappen en in algoritmen om zo goed mogelijk om te gaan met informatie. Denkprocessen zodanig formuleren dat de computer is te gebruiken om deze op te lossen. Hiervoor zijn vaardigheden als algoritmisch en abstract denken, en kunnen generaliseren en evalueren nodig. In bijvoorbeeld Engeland bestaat al een computing-leerlijn voor elke leerling vanaf de basisschool. Ook in Litouwen zijn allerlei ontwikkelingen die worden meegenomen in het Groningse plan om de digitale geletterdheid te bevorderen. Dit gebeurt nu al door PABO-docenten op dit gebied te trainen. Het programmeren moet integreren met andere vakgebieden waardoor kinderen uiteindelijk anders naar dingen leren kijken.

Digideal

Het seminar, geopend door Theo Douma, voorzitter College van Bestuur Openbaar Onderwijs Groningen en stimulator van digitale geletterdheid en de E-labs (die de lachers op zijn hand krijgt door de opmerking “een digitale uitnodiging, een feestje in Haren op vrijdag de 13e…”), wordt afgesloten door Ton Schroor, wethouder van o.m. Onderwijs van de gemeente Groningen. Schroor vindt dat de schouders eronder gezet moeten worden om de digitale geletterdheid te steunen. De gemeente en provincie moeten faciliteren zodat Groningen de onderwijsinnovatiestad van Nederland wordt maar uiteindelijk alle Groningse kinderen, ook in de Ommelanden, hiervan kunnen profiteren. De digitale vaardigheid in het onderwijs moet ten slotte een verbinding tot stand brengen tussen onderwijsinstellingen en de samenleving. Aan het eind van het seminar ondertekenen het ministerie van OCW, verschillende (onderwijs)partners en de gemeente Groningen de digideal door hun handtekening te zetten op bouwstenen van de Martinitoren. Hierin staat een aantal digitaal om gezamenlijk te gaan werken aan een structurele inbedding van de digitale geletterdheid in alle fasen van het onderwijs. Van kinderopvang tot aan beroepsopleiding of studie. Groningen wil dat alle jonge inwoners op deze manier optimaal worden voorbereid op een digitale toekomst en wil op dit gebied voorloper zijn in Nederland. Ook Prins Connstantijn ondertekent de digideal, al zegt hij met een glimlach dat hij niet weet waarvoor hij nu precies heeft getekend… Kees Romijn

Auteur

kvanderweide