Zoete woordjes | Jaap Matthijs Jansen

Haren

An gula praematura peccatum sit

Vroeg in het jaar – het was nog winter – haalde Keesje wat brood bij de bakker. Terwijl hij weer terug naar huis liep, met zijn kin in zijn kraag en een hevig verlangen naar chocolademelk, bemerkte hij enkele hangouderen, die luidruchtig keuvelend een bankje bezet hielden. De grond lag bezaaid met verpakkingen van paaseitjes. Toen hij voorbijliep, stond een van de hangouderen op, en vroeg hem of hij wellicht een eitje luste. ‘Nee, dank u,’ antwoordde Keesje beleefd – en haastig sjokte hij voort. De maanden volgden malkander in driest tempo op, en al spoedig brak een mistige maart aan. Keesje zat op school, en omdat hij een braaf knaapje was, dat zich naarstig van zijn taakjes kweet, was hij allang klaar met zijn oefeningen en staarde hij door het raam naar het gure schoolplein. De juffrouw zag dit en riep Keesje bij zich. ‘Keesje,’ zei ze, ‘omdat je nu al klaar bent, mag jij een ijsje gaan halen.’ Maar Keesje schudde zijn hoofd. ‘Nee, dank u,’ zei hij. Ach! Keesje was me d’r eentje. Zo keurig, zo zuinig… Was hij ’s zomers met zijn maatjes bootje aan het varen, en zijn collega-scheepslui hadden een zak pepernoten meegenomen, dan zei hij kordaat: ‘Neen.’ Kwam hij in september op visite bij zijn tante in Terneuzen, en de Zeeuwse vrouw bood hem een kerstkransje aan, dan had Keesje zijn antwoord paraat: ‘Nee tante, dank u.’ En ook op een oktoberse zondag in de kerk, toen de dominee zijn preek besloot met een rondje oliebollen, drukte Keesje zijn bijbel tegen zich aan en fluisterde: ‘Neen, dank u.’ Ja, zelfs bij het lampionnetje lopen, wanneer de zoveelste goedbedoelende buurvrouw hem als bedankje voor zijn mooie lied een kniepertje had aangeboden, sprak het knulletje: ‘Nee, maar dankuwel.’ Het was Kerstmis, en in het dorp werd een groot, gezamenlijk kerstdiner gehouden, waar iedereen op af kwam: de hangouderen, de juffrouw, de dominee en ook Keesje met zijn familie. Toen iedereen zat, werd de eerste gang, een mosterdsoepje, opgediend. Enkelen maakten alvast hun broekriem of knoopjes open. Iedereen begon te lepelen. De juffrouw en haar collega’s zeiden dat ze even een frisse neus gingen halen. De rest lepelde voort. De dominee wilde kijken of de kerkdeur wel op slot was. De rest lepelde zuchtend voort. De hangouderen moesten allemaal naar het toilet. De rest lepelde zwoegend voort. Toen de resterende volwassenen na een uur nóg niet klaar waren met hun kleine portie soep, werd toch maar het hoofdmaal opgediend: lamsbout met erwtjes en aardappelpuree. Gestommel, geschuif van stoelen en gestrompel. De lamsbout was voor Keesje.

Auteur

kvanderweide