Harener Historie | Eppo van Koldam

HAREN

In de rubriek Harener Historie verschijnt om de week een artikel van de hand van Eppo van Koldam. Van Koldam voelt zich betrokken bij de geschiedenis van de gemeente Haren.

De nalatenschap van Jan Pathuis en Jantien Baving

In de maand juli 1781 overlijdt Jan Pathuis. Hij wordt op 24 juli 1781 begraven bij de kerk te Haren. Zijn vrouw Jantien Baving is al eerder overleden. Omdat zoon Jan Pathuis jr nog niet meerderjarig is, moeten voor hem voogden worden aangewezen. Dat gebeurt door het Gerecht van Selwerd. Er worden altijd drie voogden aangewezen. De voormond is de voogd met de belangrijkste taken. Meestal is de voormond een broer of zwager van de overledene. De sibbevoogd wordt doorgaans aangewezen uit de familie van de nog levende partner. De vreemde voogd tenslotte mag ook familie zijn, maar dat hoeft niet. Een buurman of kennis is ook goed. Uiteraard gaan deze regels alleen op als er familie is. Als beide ouders ongeveer tegelijk overlijden, kan de voormond zowel van vaderszijde als van moederszijde worden gekozen. Jan Pathuis jr krijgt als voormond zijn oom Bastiaan Baving. Bastiaan is landbouwer te Dilgt (Rijksstraatweg 9). Sibbevoogd wordt Wolter Papink, een man van aanzien in Haren, maar geen directe familie. Buurman Willem Takens (zie 2 op de kaart) wordt vreemde voogd. Ter bescherming van de minderjarige moet nu aan het Gerecht van Selwerd een boedelbeschrijving worden overgelegd oftewel “een inventaris van de goederen die Jan Pathuis en Jantien Bavink, echtelieden te Haren op haar dodelijk dezes hebben nagelaten”. Zo’n boedelbeschrijving geeft een leuk inkijkje in de huishouding van de overledenen. Allereerst bezaten Jan sr en Jantien twee boerenbehuizingen met de vaste beklemming van landerijen. Op de kaart heb ik deze boerderijen aangegeven met een 1 en een 3. Boerderij 1 was behalve boerderij ook herberg. De herberg “daar waar de Wolf uithangt”. De vader van Jan sr had zich hier rond 1725 gevestigd. Jan sr voelde echter meer voor het boerenbedrijf en had daarom in 1762 de iets naar achteren gelegen boerderij (nr 3) gekocht. De herberg werd vanaf dat moment verhuurd. Ter oriëntatie: nr 4 op de kaart is de dorpskerk en nr 5 is de kruising Kromme Elleboog-Molenweg-Kerklaan Uiteraard beschikten Jan sr en Jantien over een veestapel. Zo waren er vijf gebeterde koeien en twee ongebeterde koeien. Gebeterde koeien hadden de veepest overleefd en waren daardoor immuun geworden voor deze vaak dodelijke ziekte. Later werden koeien door inenting gebeterd. Behalve volwassen koeien, was er ook jongvee. Er waren drie volwassen paarden en nog vier jonge paarden en veulens. Uitvoerig wordt ook de huisinventaris beschreven. Dat gebeurde altijd zeer gedetailleerd. Ieder kopje, schoteltje of kannetje kwam op de lijst te staan. Bijzonder bij de inventaris van Jan sr en Jantien was, dat ze ook beschikten over enige boeken. Naar de schrijvers en titels te oordelen ging het daarbij om zeer stichtelijke boeken. Wie mocht denken, dat ‘Sions Worstelingen’ van Jacobus Fruitier een spannend jongensboek is, komt bedrogen uit (zie afbeelding voorpagina). Banken waren er vroeger niet. De mensen leenden elkaar geld en er werd veel op krediet gekocht. Zo heeft Jan sr f.444,- geleend aan zijn zwager Bastiaan Baving, maar zelf heeft hij f.800,- geleend van Roelef Hoiting, f.400,- van Pieter Buiter en f.400,- van Roelf Vos, die gehuwd is met zijn dochter Grietje Pathuis. Ook staan er nog veel rekeningen open bij middenstanders in Haren en Groningen: kruidenier Roelf van Streun f.13,90; schoenmaker Lukas Roelefs f.16,70; bakker Jan Jans Karsen f.1,55; vleeshandelaar Bernardus Boelma te Groningen f.34,80; brouwer Hitzerus Phoebus Mees te Groningen f.18,90; en nog vele andere. Na de inventarisatie treffen de voogden van Jan jr een regeling met Jans zus Grietje en haar man Roelf Vos over de verdeling van de nalatenschap van Jan sr en Jantien. Grietje en Roelf Vos wonen dan op de boerderij van oom Bastiaan Baving te Dilgt. Bij de verdeling krijgt Jan jr. de boerderij nr 3 en Grietje en Roelf krijgen de herberg De Wolf. Na Jan jr, woont zijn zoon Hindrik Pathuis nog op de boerderij. Daarna gaat de boerderij over in andere handen. Midden vorige eeuw is de boerderij afgebroken ten behoeve van de bouw van het Biologisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen. Henk Werners noemde in ‘van Helpman naar Haren deel V’ de familie Lok als laatste bewoners. Grietje en Roelf Vos hebben geen belang bij de herberg De Wolf. Zij verkopen de herberg daarom. Met het verkregen geld bouwen zij enige jaren later een nieuwe boerderij in Dilgt, die de naam “Vossehol” krijgt. Deze boerderij staat er nog steeds (Rijksstraatweg 9; bekend van de jaarlijkse herfstfair). De herberg De Wolf blijft nog als herberg in functie tot 1818. Dan koopt advocaat Albertus Reiger te Groningen de opstal en maakt er een buitenhuis van. De grafsteen van Albertus Reiger is te zien bij de kerk te Haren. Eind 19e eeuw koopt Atze Wassenaar de voormalige herberg. Hij breekt de oude opstal af en bouwt in plaats daarvan het huidige huis De Wolf. De familie Takens bewoont tot 1860 de boerderij op de kaart gemerkt met een 2. Dan besluit de familie de boerderij af te breken en aan de Rijkstraatweg twee nieuwe boerderijen te bouwen. Eén boerderij pal voor de oude boerderij en de andere iets noordelijker. In 1909 ziet de architect/vastgoedexploitant Piebe Belgraver wel brood in de bouw van een luxe villa ter plaatse. Hij zorgt er voor, dat de boerderij aan de straatweg weer wordt afgebroken en meer naar achteren (vrijwel op locatie 2) weer wordt opgebouwd. Dit is de huidige boerderij Rijksstraatweg 72. De nieuwe villa is Rijksstraatweg 70 met de naam Klaverblad. Die naam verwijst naar de naam die dit stukje van Haren van oudsher had. De meer noordelijk gebouwde tweede boerderij van de familie Takens heeft het volgehouden tot 1959. Toen volgde afbraak ten behoeve van de bouw van de villa De Eik (Rijksstraatweg 64).

Auteur

kvanderweide