Harener Historie | Eppo van Koldam

HAREN

In de rubriek Harener Historie verschijnt om de week een artikel van de hand van Eppo van Koldam. Van Koldam voelt zich betrokken bij de geschiedenis van de gemeente Haren.

Rotonde Kromme Elleboog

“Op de viersprong Molenweg-Kromme Elleboog – Kerklaan te Haren is vanmorgen omstreeks 8 uur de 19-jarige scooterrijder R.E.K. uit Haren, die uit de Kerklaan kwam tegen de laadbak van een uit de Kromme Elleboog komende vrachtauto gereden. De jonge K. kwam zeer ongelukkig te vallen en liep ernstige verwondingen in het gezicht en een beenbreuk op”. Dit is een bericht in het Nieuwsblad van het Noorden van 2 mei 1961. Was dit ongeluk een eenmalig incident? Helaas niet. Nog geen week later op 7 mei 1961 was het alweer raak, toen de 19 jarige J.D. met zijn brommer tegen een personenauto reed en met zijn duo-passagier tegen de grond sloeg. De ongelukken waren voor korpschef van gemeentepolitie Kees van Wijnen aanleiding een rapport te schrijven over het gevaarlijke kruispunt met daarin een opsomming van maar liefst twaalf ernstige ongelukken in de periode 28 januari 1960 tot 8 mei 1961. Hoe kon het zover komen? De Kromme Elleboog behoort tot de oudste infrastructuur van het dorp Haren. De weg maakte onderdeel uit van de route vanuit het centrum van Haren naar Essen, die route liep via de Kerkstraat, Kromme Elleboog en Oosterweg. Kenmerkend was de knik in de straat, die uiteraard ook heeft geleid tot de naam Kromme Elleboog. Aan de route stonden een aantal grote boerderijen. De boerderij van de familie Bolhuis ter hoogte van het huidige Schoolpad is verdwenen, maar de – uiteraard vernieuwde - boerderij van de familie Rummerink (later ook Bolhuis) aan de Kromme Elleboog 5 staat er nog. Aan de Oosterweg zijn het buiten Zorgvrij met bijbehorende boerderijen er niet meer, maar verderop aan de Oosterweg staan nog wel een paar boerderijen met een lange geschiedenis. Aan de Kromme Elleboog werden ook arbeiderswoningen gebouwd. Een aantal precies aan de ‘knik’. In het begin van de 19e eeuw woonden hier de families van de wevers Spilger, Bloem en Kerdijk en van de arbeiders Albartus en Hekman. Later kregen deze woningen als adressen Kromme Elleboog 17, 19 en 21 (let op: de Kromme Elleboog is één van de weinige straten - zo niet de enige - in Haren met een naar het dorp oplopende nummering). Langs de woning Kromme Elleboog 21 liep een klein zandweggetje naar achteren, de Kerklaan. Aan de Kerklaan werden eind 19e eeuw enige arbeiderswoningen en keuterijtjes gebouwd. De eerste grote verandering kwam in 1925 toen de Molenweg werd aangelegd. Later werden er ook woningen gebouwd aan de Kerklaan en werd het eerste stuk van de Kerklaan tot de Schoutelaan van verharding voorzien. De rest van de Kerklaan bleef tot 1966 een rustiek zandpad met daarlangs een verhard fietspad. Door dit alles ontstond een echt kruispunt. Maar wel een bijzonder kruispunt, want eigenlijk stond midden op dit kruispunt de woning Kromme Elleboog 21. De foto laat dat duidelijk zien. Bovendien lag het noord-zuid deel van de Kromme Elleboog niet goed in het verlengde van de Kerklaan. Vooral bromfietsers, die via het fietspad langs de Kerklaan aan kwamen racen, werden daardoor verleid al op de Kerklaan links te houden, waardoor ze nog dichter langs de woning kwamen en dus nog onzichtbaarder waren voor auto’s die van de Kromme Elleboog richting Molenweg reden. Pas na de ongelukken in mei 1961 werden verkeersgeleiders aangebracht. Die staan ook op de foto. Er was maar één oplossing om het kruispunt veiliger te maken: de afbraak van de woning Kromme Elleboog 21. Aanleiding om toch nog wat dieper in te gaan op de historie van deze woning. Op de zogenaamde Hottingerkaart van omstreeks 1790 zien we op deze plaats al bebouwing staan. In 1804 vestigt de oorspronkelijk uit de Duitse plaats Riembach afkomstige wever Geert Spilger zich hier. Hij koopt de woning dan van Egbert Geerts (Vorenkamp) en Harmtje Hindriks (van Wolde), wonende achter Helpman. Na het overlijden van Geert Spilger in 1812 komt de woning in handen van zijn zoon Michiel Spilger. Michiel is ook wever, maar verdient daarnaast wat bij als ‘tandmeester’. Je kon bij hem blijkbaar je tanden laten trekken. In 1817 woont bij hem ook nog enige tijd de chirurgijn Johann Friedrich Ludeman en zou je dus kunnen spreken van een soort medisch centrum. Overigens is het allemaal geen vetpot. De moeder van Michiel moet na het overlijden van haar man een beroep doen op ondersteuning door de diakonie en slijt haar laatste levensjaren in het armenhuis aan de Kerkstraat. Kort voor 1830 verkoopt Michiel Spilger de woning aan Jan Gerrits Vrieling. Die overlijdt al een paar jaar later. Zijn weduwe biedt het huis in december 1837 te koop aan met de volgende omschrijving: “Eene behuizing met een tuintje, zijnde van ouds eene neringrijke weverij, staande en gelegen in den Krom-Elleboog, te Haren”. Koper is dan Klaas Lammert Hofkamp. Hofkamp is bode op het provinciehuis. Hij koopt de woning waarschijnlijk voor zijn zwager en halfzuster, de genoemde Michiel Spilger en Leentje Hofkamp. Wellicht heeft Michiel daarop (weer?) enige tijd in de woning gewoond, maar lang zal dat niet geweest zijn. De woning wordt door Hofkamp verhuurt aan anderen. Na het overlijden van Klaas Lammerts Hofkamp is zijn zoon Teunis nog enige tijd eigenaar. In 1853 wordt de woning weer verkocht. Met de verkoop in 1853 breekt de laatste episode van de woning aan. Koper is de landbouwer Andries Nijdam. Hij zorgt er voor, dat de woning wordt verbouwd tot een kleine boerderij. In 1888 gaat de woning over op zijn schoonzoon Cornelis Veenhuis en vervolgens in 1926 op diens zoon Albertus. Albertus is eerst broodbezorger en later petroleumventer voor de Caltex. Hij wordt al jong weduwnaar. Hoewel voor zijn huis het ene slachtoffer na het andere in een ziekenauto wordt geladen, voelt Albertus niets voor een verhuizing. Onder het motto “ik ben hier geboren en zal hier ook sterven” weigert hij verkoop aan de gemeente. Uiteindelijk lukt het de gemeente de woning in 1963 aan te kopen. In september 1964 volgt daarop de afbraak (tegelijk met Kromme Elleboog 19) en wordt de kruising gereconstrueerd. Naar de inzichten van die tijd wordt het één grote steenvlakte. Vooral geschikt om met je auto stevig door te rijden. Het andere verkeer moet zich maar zien te redden. Inmiddels denken we daar anders over. Op de plaats van de woning ligt nu een heuse rotonde.  

Auteur

kvanderweide