Bijenweelde Haren | Henk van der Zijden

Haren

De donut economie

Wat kunnen we leren van de bijen? Als ik naar een bijenvolk kijk zie ik een samenleving waarin alle individuen die ogenschijnlijk allemaal hun eigen taak uitvoeren en dit zo goed mogelijk doen. Zo is er de Koningin die, afhankelijk van de omstandigheden (veel of weinig bloeiende planten, warm of koud weer, etc.), zorgt voor het passende aantal werksters en darren. Zo zijn er de werksters die gedurende hun leven achtereenvolgens verschillende rollen hebben en daarbij behorende taken uitvoeren. Het begint, na de wonderbaarlijke metamorfose van larf naar bij, met het poetsen van cellen, zodat deze weer belegd kunnen worden door de Koningin of gereed worden gemaakt voor opslag van nectar en stuifmeel. Vervolgens zal ze steeds meer betrokken worden bij het maken van nieuwe raat, waarvoor ze een bepaalde periode de prachtige stof “was” kan producen en het aannemen van nectar en stuifmeel van de bijen die deze van de bloemen halen. Tenslotte zal ze in de laatste weken van haar leven belast zijn met het halen van voedsel en grondstoffen van buiten naar binnen. Daarbij kunnen ze wel 3 km ver vliegen, fascinerend toch. De darren hebben vooral in het voorjaar de taak om te zorgen dat er nieuwe volken kunnen ontstaan door bevruchting van nieuwe Koninginnen. Deze arbeidsdeling en specialisatie zorgt er voor dat er een efficiënt draaiende gemeenschap ontstaat die zich telkens weer weet aan te passen aan de omgeving. Ik weet niet of Henry Ford deze belangrijke kenmerken van een moderne economie over heeft genomen van de honingbij. Het heeft zich in inmiddels wel bewezen. Wat we niet zo goed hebben geleerd is om te gaan met krimp en groei. En dat is eigenlijk wat beter we zouden moeten gaan doen. Een bijenvolk is in staat zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden, daarbij is voor de lange termijn niet zozeer groei het leidend principe maar veel meer continuïteit van de soort. En daar passen veel meer de principes van de circulaire economie bij. Voorkomen van verspilling, hergebruik van grondstoffen en versterken in plaats van uitputten van onze aard. Die principes zijn onlangs weer eens goed verwoord door Kate Raworth, tijdens diverse optredens en in haar boek “De Donut Economie”. Wij zouden onze economieën niet moeten inrichten op het realiseren van maximale groei maar veel meer naar het totaal moeten kijken. Hoe zorgen we ervoor dat we de continuïteit van het leven op aarde borgen en dat we het met zijn allen wat aangenaam houden in plaats van ons alleen maar te richten op één doel “economische groei”. Dit hebben de honingbijen allang begrepen, nu wij nog.

Auteur

kvanderweide