Haren Lééft! | Arnold Heikamp

Haren

Nieuwe sokken

Ik moest nieuwe sokken hebben. Altijd fijn, nieuwe sokken. Sommige mensen gaan zelfs zo ver om nieuwe sokken ‘een feestje’ te noemen. Laten wij dat niet doen. Bijna alles moet tegenwoordig ‘een feestje’ zijn. Maar als alles een feestje is, is niks meer een feestje. Toch horen nieuwe sokken, ook al zijn ze niet gratis, wel bij de kicks voor niks. Net als bijvoorbeeld: een half uur met opgetrokken knieën in bed liggen lezen en dan het lijf strekken. Wel een ‘goed boek’ lezen natuurlijk. Het is net als met wijn: niet zomaar wijn, altijd een ‘goed glas wijn’. Of eten. Er zijn mensen, en niet weinig ook, die serieus beweren van ‘lekker eten’ te houden. Joh. Maar sokken dus. Naar de HEMA. Die bestaat gewoon nog. Zoeken naar de sokken. Gelukkig hebben wij in Haren een klein HEMAatje, dus dat klusje was zo geklaard. Nu een keuze maken en bepalen hoeveel paar er mee naar mijn huis mochten. Een paar stellingen verderop stond iemand onaangenaam hard te roepen. Vanuit de hurkzit schoot ik omhoog (de sokken die je moet hebben hangen altijd heel laag) om even kijken. Het bleek een mevrouw in een donkerblauwe regenmantel te zijn, die in haar telefoon stond te kakelen. ‘En de omwonenden klagen alweer!’ riep ze. ‘O ja? Waarover dan?’ schetterde de mevrouw waarmee ze in gesprek was. Want de regenmantel had haar telefoon op de speaker staan. Zo te horen met maximaal volgelopen volumebalkje. Heel de HEMA kon meegenieten. Deze demonstratie van moderne beschaving deed mij mijn missie heel even vergeten. Wie nu denkt: ‘Dat zal wel zo’n scholierenmeisje geweest zijn,’ die zit er naast, want het betrof een mevrouw die oud genoeg was om in de onvergetelijke winter van 1979 ook al boodschappen bij de HEMA te hebben gedaan. (Komen scholierenmeisjes eigenlijk nog wel bij de HEMA? Niet om sokken te kopen, lijkt het. Ik zie ze namelijk ook als de rietkragen berijpt zijn en de velden er witbestoven bijliggen ‘gewoon’ met blote enkels fietsen. Sokken zijn waarschijnlijk stom.) ‘Hij is te hoog. En te dicht bij hun wonings!’ riep de regenmantel nu. ‘Zeikstralen,’ vond de andere mevrouw. ‘Hun denken alleen aan zichzelf, dat weet je toch!’ Het hoofd van de regenmantel liep een beetje rood aan. Ik had wel genoeg gehoord en maakte snel mijn keuze. Lekker dikke exemplaren. Er hing vorst in de lucht. Altijd fijn, vorst.

Auteur

kvanderweide