Bewogen geschiedenis klooster Yesse

GLIMMEN

  “De gronden en onroerende goederen die het klooster Yesse ooit in handen had en die de provincie zomaar heeft overgenomen, zijn omgerekend wel zo’n 3 miljard euro waard. Als het Vaticaan de Nederlandse staat aanklaagt wegens diefstal van grond tijdens de reformatie in 1594, kan dit het failliet van Nederland betekenen.” Met dit opmerkelijke verhaal komt Hein Bloemink die afgelopen vrijdag een Groenenberglezing over klooster Yesse houdt in dorpshuis de Groenenberg te Glimmen. In de zaal zitten zo’n vijftien toehoorders uit het dorp.

Boek over klooster Yesse

Bloemink houdt de lezing aan de hand van de roman Verborgen erfenis van klooster Yesse – Meedogenloze jacht op miljoenen die hij heeft geschreven. De inspiratie bij hem is begonnen met een (halve) kei die hij van Annemiek Bos, beheerder van het bezoekerscentrum van klooster Yesse, heeft gekregen. De roman gaat over non Florentia Renghers (1555-1590) die “gedachten van revolte heeft,” de armoede en het bloedvergieten niet kan aanzien en samen met Daniël, de kluizenaar, het plan opvat om met het vermogen van het klooster ervandoor te gaan om de armoede te bestrijden. Bloemink leest stukken voor uit het boek waardoor iedereen als een tijdmachine terug in de tijd wordt geplaatst. Hij legt ook de betekenis van het woord kluizenaar uit: kluizenaars lieten zich sluiten in een kluis die onderdeel uitmaakte van de bewoonde wereld zoals een klooster. Hoe de roman afloopt, moet de lezer zelf lezen.

Klooster Yesse

Bloemink begint na het voorlezen uit zijn roman enthousiast te vertellen over de geschiedenis van het klooster. Het klooster is in ongeveer het jaar 1000 gesticht in een nat gebied op de flank van de Hondsrug. De naam Yesse is een knipoog naar het gehucht Essen en naar de bijbelse figuur Jesse. Het dorpje Gruoninga ligt ver weg. Het intreden in het klooster Yesse, in het klooster zijn twintig nonnen intern, is een belofte en “een kaartje rechtstreeks naar de hemel.” Het cisterciënzer klooster komt in ongeveer 1214 in handen van de familie Theodoricus, eigenaar van de Matinikerk. Het kloostercomplex was 200 bij 300 meter groot en de kloostergracht is nu nog wonderwel zichtbaar. Het klooster bestond uit een kerk, twee kleinere gebouwen en een poortgebouw aan de rand. De twintig nonnen, die in kuisheid en vroomheid leefden, kwamen uit Groningen en omgeving en uit goede stand.

Inkomsten en wonderen

Het klooster heeft een eigen steenbakkerij en bierbrouwerij om inkomsten te verwerven. De kans is groot dat de Nicolaaskerk, de huidige Harener dorpskerk, is gebrouwd met stenen die in klooster Yesse zijn gebakken. Het klooster werd een soort bedrijf dat door vrouwen werd gerund. De nonnen waren ook meesters in waterbeheersing en waren de voorloper van de huidige waterschappen. Een van de meest van vooruitstrevende dingen wat ze hebben gedaan was het aanleggen van een waterweg naar de Hunze (het huidige Noord-Willemskanaal) om goederen te kunnen aan- en afvoeren. Ze deden aan het ontginnen en droogleggen van grond voor de landbouw en aan turfwinning. De nonnen verpachtten steeds meer gronden, wel zo’n 3400 hectare, tot in de wijde omgeving en is op een gegeven moment een van drie rijkste kloosters van de provincie. Bloemink verhaalt ook over twee wonderen die ooit in het klooster zijn gezien. Het eerste wonder is dat een timmerman ziet het Christuskind op een beeld in beweging komt en een kroontje op zijn eigen hoofd zet. Het tweede wonder is die van de kaars die niet wilde doven: lekenbroeders blazen steeds de kaars bij de deur uit maar de kaars blijft branden…

Einde van het klooster

Tijdens allerlei oorlogen en bezettingen nemen mannen hun intrek in het vrouwenklooster en in 1594 valt het katholieke geloof om. Het klooster Aduard, eigenaar van het klooster, besluit een refugium te stichten op de hoek van de Heerestraat en het Zuiderdiep als een veilige plek in de stad. Het katholieke geloof wordt verboden, de nonnen nemen de wijk naar het refugium, het klooster raakt in verval en wordt geplunderd. In 1894 worden de laatste resten opgeruimd. In kelders in huizen in Essen zijn nu nog stenen van het klooster terug te vinden.

Advocaat

Bloemink heeft aan advocaat Nout Verbeek gevraagd of het Vaticaan inderdaad een zaak heeft en de Nederlandse staat kan aanklagen. Verbeek geeft aan dat het om nietige rechtshandelingen gaat, dat er geen eigendomsoverdrachten hebben plaatsgevonden en dat het theoretisch mogelijk is dat het Vaticaan de eigendommen opeist. De eerste en huidige huiseigenaren zijn nooit eigenaar geweest van hun huis, want zonder onderbouwing vervielen de panden ooit aan de provincie. Het is opmerkelijk dat bijvoorbeeld het Universiteitsgebouw en het Provinciehuis zijn bekostigd met geld dat ooit van klooster Yesse was. In zijn roman maakt Bloemink een draai naar het heden en zal de AIVD voorkomen dat bewijsstukken, die het bewijs van eigendom van klooster Yesse moeten bewijzen, ooit boven water komen. Bloemink sluit af door de aanwezigen aan te moedigen ook een boek te gaan schrijven door je fantasie te gebruiken en van niets iets te maken. In zijn geval begon het met een steen en werd het een boek. De avond eindigt met de ontdekking dat ongeveer op de plek van het dorpshuis vroeger een echt Kasteel van Groenenberg heeft gestaan. Daarna fietst uw verslaggever door de ijzige wind richting de Kerklaan en Essen om de sfeer van het klooster Yesse proberen te vangen. Het is alsof de bijna volle maan de plek extra uitlicht… Hein Bloemink – Verborgen erfenis van klooster Yesse – Meedogenloze jacht op miljoenen – Uitgeverij Elikser. De eerstvolgende Groenenberglezingen zijn op 5 april – natuurgeneeskundige Mareike Folmer over voeding – en op 3 mei – Wil Legemaat over Tweede Wereld-oorlogsslachtoffers uit de omgeving. Kees Romijn  

Auteur

kvanderweide