Harener Historie | Eppo van Koldam

HAREN

In de rubriek Harener Historie verschijnt om de week een artikel van de hand van Eppo van Koldam. Van Koldam voelt zich betrokken bij de geschiedenis van de gemeente Haren.

Wijkzuster Nelly Wartena

Veel informatie voor mijn bijdragen haal ik uit de archieven. Twee archieven zijn daarbij vooral van belang. Het archief van de gemeente Haren en het archief van het Gerecht van Selwerd. Het archief van de gemeente bevindt zich in de kelder van het gemeentehuis. De beschrijving van de inhoud van het archief is digitaal te raadplegen via www.groningerarchiefnet.nl. Voor het archief van het Gerecht van Selwerd moeten we naar de Groninger Archieven in het Cascadegebouw bij het Emmaviaduct in Groningen. Ook het overzicht van dit archief is digitaal in te zien en wel via www.groningerarchieven.nl. Onlangs vond ik in het overzicht van het gemeentearchief de volgende omschrijving “2546 Dagboek van de wijkverpleegkundige N.M. Wartena 1936-1982”. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Hoe komt een dagboek in het gemeentearchief? Het blijkt, dat bekend was, dat wijkzuster Wartena een dagboek bijhield van haar activiteiten. Na haar overlijden in 1994 heeft het toenmalige hoofd van de afdeling Interne Zaken en Voorlichting, Piet Oldenburg, de nabestaanden benaderd met het verzoek het dagboek te schenken aan de gemeente. En dat is gelukt. Vandaar, dat dit document, dat een bijzonder inzicht geeft in het functioneren van een stukje gezondheidszorg in onze gemeente toegevoegd kon worden aan het gemeentearchief. De heer C.A.E. Volckmann heeft bij het schrijven van zijn boek ‘Gezondheidszorg in Haren’ (deel 13 in de Harener Historische Reeks) gebruik gemaakt van het dagboek. Een foto van zuster Wartena staat zelfs op de voorpagina van zijn boek. Nellij (Nelly) Mintje Wartena wordt geboren op 15 april 1902 te Winschoten. Haar vader is daar huisarts. In 1933 wordt Nelly wijkzuster bij het Groene Kruis in Haren. Het Groene Kruis beschikt dan over een (inmiddels afgebroken) wijkgebouw aan de Meerweg 4. Nelly gaat zelf wonen op het adres Meerweg 90. Het bewaard gebleven dagboek is eigenlijk een bewerking van dagboekaantekeningen. In een aantal hoofdstukken worden Nelly’s ervaringen geschetst met een aantal patiënten: Albert Alberts en zijn vrouw Doelina Laan aan het Westerveen, de ms-patiënt Egbertus Cornelis Haijkens in café Blankeweer aan de Zuidlaarderweg te Glimmen, het echtpaar Lucas Oosterveld en Harmtien Ax aan de Onnerweg te Haren en Roelfien Makken met haar eerste echtgenoot Hermannus Blaauw en tweede echtgenoot Jacob Pieper te Onnen. De omstandigheden waaronder deze mensen leefden is in onze ogen vaak onthutsend en mensonterend. Albert Alberts en Doelina Laan wonen aan het Westerveen in een kamer van 3 bij 3 met een bedstee en een smal bedje voor het raam. Omdat er aan het Westerveen meer mensen wonen met de achternaam Alberts en Albert Alberts met een kruk loopt, wordt hij Kruk genoemd. Albert en Doelina gaan dus door het leven als de heer en mevrouw Kruk. Overigens is naar Nelly waarneemt van een liefdevol samenwonen geen sprake. Doelina zorgt vooral voor zichzelf. Zo is het bed voor het raam bedoeld voor de zieke Albert, maar Doelina ligt er lekker in te slapen. De soep, die de voormalige werkgeefster van Albert langs komt brengen, eet Doelina smakelijk alleen op. En dat, terwijl soep eigenlijk nog het enige is wat Albert met slokdarmkanker eten kan. En dan de vlooien, het wemelt er van. Zelfs als Nelly thuis komt, moet ze zich nog tot diep in de nacht van de vlooien ontdoen. Met een schoondochter en de buurvrouw regelt Nelly een volledige ontsmetting van het huisje aan het Westerveen. Overigens spreekt vrouw Kruk vervolgens wel de verdenking uit, dat de vlooien zijn meegebracht door de huisarts en Nelly. Want ze had er vroeger naar eigen zeggen nooit last van. De huisarts werpt haar tegen, dat alle vlooien, die hem gepasseerd zijn een rood staartje hebben. Zulke vlooien zijn niet gesignaleerd. Dus hij is onschuldig. Nelly is niet zo ad rem en blijft dus onder verdenking staan. Na een paar maanden – op 16 april 1936 - overlijdt Albert Alberts (Kruk). Volgens een Gronings gezegde wordt nergens meer gelogen als op recepties en het kerkhof. Naar het oordeel van Nelly is ook de overlijdensadvertentie voor Albert vanuit deze benadering opgesteld. De begrafenis van Albert leidt overigens nog tot het nodige spektakel. Voor de begrafenis komt een lijkkoets uit Groningen. Na afloop van de begrafenis op de Eshof aan de Rijksstraatweg rijdt de koets weer terug naar Groningen. Bij de kruising met de Emmalaan gaat het echter mis. De paarden slaan op hol. Bij de Meerweg ramt de wagen een stilstaande auto en slaat over de kop. Nelly is dan net in het dorp en hoort de jongens tegen elkaar roepen: “kommit jong de liekwaog’n is over de kop donderd”. Gelukkig komt de koetsier er met lichte verwondingen vanaf. Een paar jaar later plaatst Doelina een advertentie met de oproep voor een kostganger om samen mee te wonen. Hier komt ene Piet Dekker op af. In april 1950 komt het zelfs tot een huwelijk tussen Doelina en Piet. De bruid is dan 81 jaar en de bruidegom 76 jaar. Ze reizen met de GDS-bus van Harenermolen naar Haren. Aldaar gaat het onder politiebegeleiding naar het gemeentehuis op de hoek van de Rijksstraatweg en de Meerweg. Op verzoek van het bruidspaar wordt het huwelijk niet boven in de trouwzaal vertrokken, maar in een kamer op de benedenverdieping. In 1955 overlijden zowel Doelina als Piet. Piet heeft Nelly dan al wel toevertrouwd, dat hij gedacht had thuis ook af en toe ‘de baas’ te kunnen zijn, maar hij moet spijtig toegeven dat dat er niet in zat. Nelly Wartena gaat in 1957 met pensioen. Een jaar later valt haar nog de eer te beurt de sleutel te mogen overhandigen bij de opening van het nieuwe (inmiddels ook al weer afgebroken) Groene Kruisgebouw aan de Heide en Watersteeg. Zelf maakte Nelly nu en dan foto’s. Op de bijgaande foto heeft ze zelf met een omkadering het huisje van de heer en mevrouw Kruk aangegeven.

Auteur

kvanderweide