Politieke herinneringen

HAREN

“Het verkeerscirculatieplan in de Stad heb ik er destijds doorgedrukt” en “Toen het bij de dialoogtafel aardbevingen belangrijk werd, werden er geen besluiten genomen.” Uitspraken die Jacques Wallage afgelopen vrijdag doet tijdens een lezing in boekhandel Boomker over zijn boek Het land achter de heuvels – Politiek als ambacht 1968 – 2018. Opgegroeid in een Joods ondernemersgezin vlak na de oorlog, belandde Wallage na een studie sociologie al jong in de gemeentepolitiek, eerst als raadslid, later als wethouder in Groningen. In Den Haag was hij Kamerlid en fractievoorzitter van de PvdA, onderhandelaar tijdens twee formaties en staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Van 1998 tot 2009 was hij burgemeester van Groningen. Boekhandel Boomker zit bomvol met meer dan vijftig aandachtige toehoorders.

Boek

“Na een paar bundelingen van toespraken en artikelen is dit mijn eerste echte boek. Het boek lijkt op een clubsandwich, waarbij de afzonderlijke lagen één ding vormen. De eerste laag gaat over mijn politieke leven als raadslid en wethouder in Groningen, mijn tijd als Kamerlid in de oppositie, als staatssecretaris in het kabinet Lubbers III en als fractievoorzitter van de grootste oppositiefractie. Daarna ben ik teruggegaan naar Groningen om burgemeester te worden. De tweede laag gaat over wat voor ambacht is en welke vaardigheden ervoor nodig zijn. In de politiek moet sprake zijn van een werkzame consensus, soms lukken dingen en soms niet. En je moet tegenwicht bieden aan de mening dat politici zakkenvullers zijn. Maar ik heb altijd het gevoel dat de politiek een mooi vak is. Een politicus moet gedreven zijn door een aantal idealen. De derde laag, de basis van de clubsandwich, gaat over wat echt van mij persoonlijk is: hoe ben ik deze politicus geworden? In ben in 1946 geboren in een joods gezin dat voor driekwart is uitgemoord. De eerste twaalf, dertien jaar van je leven zijn bepalend. Ik wilde mijn ouders geen verdriet doen, was de grote verhalenverteller en toonde ambitie. Maar ik moest pendelen tussen opvattingen, was kwetsbaar en was niet autonoom. Ik was het jongetje dat alles goed zou maken, maar dat hielp niet: ik kon de oorzaak van het verdriet van de oorlog niet wegnemen. De eerste twee hoofdstukken van het boek heb ik voor mijn kinderen geschreven.”

Epiloog

“Het boek sluit af met twee epilogen. In de eerste epiloog geef ik een verklaring voor de kwetsbare positie van de sociaaldemocratie in Europa, dat geldt eigenlijk voor alle brede volkspartijen. Een eerste ontwikkeling is dat veertig jaar na de oorlog is het moeilijk geworden om alle sociale onzekerheden van mensen op te lossen. De sociale verzorgingsstaat is onbetaalbaar geworden. Een tweede ontwikkeling is de globalisering waardoor je als land de economie niet meer in eigen hand hebt en er is een concurrentiestrijd wat betreft technologie ontstaan. In de tweede epiloog vraag ik me af waar de ongehoorde kilte vandaan is gekomen als het om het vluchtelingenvraagstuk gaat. Hoe kan dat in een land waar jarenlang vrijheid van godsdienst bestaat. Ik heb het geprobeerd te verklaren door het bundelen van twee vraagstukken: migratie en Europa. Ik ben gekomen tot een onversneden pleidooi dat het beleid lokaal verankerd moet zijn met een Europese borging. Op de stelling dat minderheden gevaarlijk zijn, zeg ik dat de meerderheid bestaat uit bonafide, betrouwbare moslims.”

(Lokale) politiek

“Ik ben mijn hele politieke leven gefrustreerd over de omgangsvormen in politiek: er is veel vervelende ongein. Politieke macht is geleende macht en zo moet je je gedragen. In deze tijden van nationalisme – Trump en Wilders – is het belangrijk vooruit te kijken. In mijn jeugd heb ik de kracht van taal ontdekt om opvattingen te verwoorden en om subtiele verschillen te verwoorden. Als het goed is gaan de progressieve partijen zich herformuleren. De partijen vormen de verbinding binnen de democratie. Dat er veelvuldig op lokale partijen wordt gestemd, moet partijen aan het denken zetten. Ik ben voorstander van het idee om de gemeenteraadsverkiezingen per provincie op een andere dag te houden. Ik wil u oproepen te gaan stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen, want die vormen een graadmeter voor de landelijke politiek. Ik ben voorstander van het Duitse model, waarbij mensen kunnen kiezen voor een lokale volksvertegenwoordiger. Het empoweren van mensen is een zwak punt van de sociaaldemocratie. Als je mensen niet kunt overtuigen, dan is een deel van je visie niet zichtbaar. Toen ik burgemeester van Groningen was heb ik de vreugde en minder mooie kanten van de Stad gezien. Daarbij heb ik geprobeerd bruggen te slaan. Ik sprak met zwervers die mij later dan weer groetten als ze mij op straat tegenkwamen. Destijds waren niet alle partijen, behalve de linkse partijen, in de raad van het idee van het verkeercirculatieplan overtuigd. De middelen moeten passen bij het ideaal, in dit geval het verkeerscirculatieplan, en ik heb het erdoor gedrukt – maar dat is op het randje. Per straat en per ondernemer heb ik gesprekken gevoerd. Veel mensen waren het niet eens met het plan maar vonden dat ik het fantastisch had gepresenteerd. Ten slotte nog iets over het populisme, dat geen ziekte of medicijn is maar een thermometer en iets zegt over de staat van de democratie. Toen ik aan de dialoogtafel zat die over de afwikkeling ging van de aardbevingsschade, ben ik me doodgeschrokken. Als het belangrijk werd, werden er geen besluiten genomen maar deals gesloten.” Kees Romijn Jacques Wallage – Het land achter de heuvels – Politiek als ambacht 1968 - 2018 – Uitgeverij Cossee.

Auteur

kvanderweide