Wat gedenken we op 4 mei?

HAREN

Afgelopen zondag 18 maart vindt het laatste koorgesprek van dit seizoen plaats, het is de koudste 18 maart ooit gemeten. De koude maakt de gedachten helder en tegen 17.00 uur, als het buiten nog licht is, hebben een kleine dertig mensen de behaaglijkheid van de kerk opgezocht. Ds. Rudolf Oosterdijk wisselt met Klaas Drenth van gedachten over het thema “Wat gedenken we op 4 mei?” Klaas Drenth is, naast voorzitter van het Harener 4 mei-comité, jazzmuzikant, poëziemens en – alhoewel gepensioneerd – docent Nederlands aan het Praedinius Gymnasium.

De oorlog, herdenken en de huidige samenleving “Sinds 2001 ben ik betrokken bij het 4 mei-comité en sinds 2004 ben ik voorzitter. Ik had altijd grote belangstelling met alles wat in verband met de Tweede Wereldoorlog werd georganiseerd. Persoonlijk heb ik de oorlog als een angstige tijd ervaren. Je was niet veilig en je kon je niet verschuilen. Alles was hoorbaar wat er gebeurde. Opgroeien in angst verlaat je je hele leven niet. Of het verhaal van de oorlog na onze generatie ophoudt, is een filosofische vraag. Hoe kun je het verhaal duidelijk maken als je het niemand meer kunt vragen? De samenleving is een verbond van de levenden en de doden. Het is een vorm van beschaving dat je het verleden blijft herdenken. Het is onze plicht het verleden vorm te geven en we mogen de geschiedenis niet ontkennen. Hoe de 4 mei-herdenking ook gestalte krijgt, zelfs het herdenken van Duitsers, het moet altijd een spiegel zijn van wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Of het om kinderen in Syrië of in Auschwitz gaat, je mag de spiegel niet in gruzelementen gooien. Ook de humaniteit speelt een grote rol. Mensen moeten in staat zijn het leven van de levenden en doden erin mee te nemen. Het baat me zorgen dat we tegenwoordig steeds meer moeten. Niet het materialisme is van belang maar hoe we met elkaar omgaan. Ook in de persoonlijke zorg is de menselijkheid waardevol.” Tine Boeke en Anda Kerkhoven “Ik heb een vriendschap opgebouwd met verzetsvrouw Tine Boeke. Zij is als een moedertje voor me, al past die betiteling niet bij haar. Zij is een vrouw met een sterk karakter. Zij toont fierheid en onverschrokkenheid in alles wat zij bij zich draagt en draagt dit uit. Zij was in de oorlog pas 19 jaar en verpleegkundige, en heeft veel kinderen en gezinnen weten onder te brengen op onderduikadressen. Ze vond dat dat ze moest doen wat ze deed: mensen moeten worden geholpen. Tine Boeke stond op, veel mensen durfden niet om het leven van anderen in gevaar te brengen. Ik ben onder de indruk van haar persoonlijkheid en herinneringen die we moeten blijven vertellen. Ze zat aan het eind van de oorlog in het kamp Oranienburg. Toen er een dodenmars zou worden gehouden, heeft ze zich verstopt in het kamp. Het kamp is bevrijd door de Russen en toen ze door Berlijn liep, zag ze tastende en zoekende mensen. Het waren Duitsers maar dat zijn toch ook mensen, dacht ze. Het is het ergste wat ze ooit heeft gezien. Een andere verzetsvrouw is Anda Kerkhoven, zij maakte deel uit van de niet-militaire verzetsgroep De Groot en heeft veel onderduikers kunnen onderbrengen. Zij is doodgeschoten aan de Oosterbroekweg in het Quintusbos. In 2003 hebben we daar met alle steun van de gemeente een gedenksteen geplaatst. Mensen leggen sporen en het blijft zichtbaar dat het daar is gebeurd.” Jeugd “We moeten leren van de ervaringen van de doden, hun ervaringen beschikbaar houden en deze blijven vertellen. Ik heb verhalen verteld tijdens de lessen Nederlands op het Praedinius Gymnasium. De leerlingen vonden het boeiend en zeiden: de verhalen horen bij onze geschiedenis. Tine Boeke heeft ook haar verhaal verteld aan klas 5A van het Praedinius. Ze zei “Ik ben Tine Boeke” en sloeg met de hand op tafel: toen was het doodstil in de klas. De jeugd heeft zeker besef van de geschiedenis en heeft interesse voor de huidige samenleving. Door verhalen uit de oorlog te vertellen, heb je de jeugd te pakken en kun je de kinderen opvoeden. De jeugd komt met prachtige gedichten – blijf dichten! – en steeds meer jeugd is betrokken bij de 4 mei-herdenking en beseft dat we moeten voorkomen dat het ooit weer gebeurt. Het 4 mei-comité zet zich voor dingen die belangrijk zijn en het omgaan met kinderen stemt mij hoopvol.” Klaas Drenth sluit het Koorgesprek af door staand en uit z’n hoofd het volgende gedicht van Adriaan Roland Holst te reciteren: Voor later ‘k Geef nu aan jou mijn vreugd, mijn leed en mijn schemergouden dromenschat, opdat je later nog zal weten hoe ik je eens heb liefgehad. Later, als al dit schoon voorbij is, want tijd neemt liefde, vreugde, smart – als elk van ons weer droef en blij is dicht aan een nieuw gevonden hart, dan zal ineens alles vervagen bij ‘t zien van dit vergeten blad; je zal weer dromen van de dagen toen we in elkanders ogen zagen, toen ik je zo heb liefgehad. (uit: Verzamelde gedichten, 1971) Kees Romijn

Auteur

admin