Haren leeft! | Arnold Heikamp

Haren

De ronkende zaag

De mooiste tijd van het jaar is voorbij. Voor de poort staat de vermoeiende lente, met dat krankzinnige gegroei en schril gesnerp van de vogelen des velds.

Gelukkig wordt het vanzelf weer september. Tot die tijd moeten we ons behelpen met het uitbundig aanwezige groen in onze omgeving en eindeloze warme dagen.

Hoewel, uitbundig aanwezig groen? Dat valt voor een ieder die wel eens verder komt dan zijn tuinhekje nog maar te bezien.

Want er waart een ronkende zaag door de buurt.

In de grote boze stad ten noorden van ons is men al een heel eind gevorderd met het tot de laatste twijg verwijderen van al het groen rondom de zuidelijke ringweg. Autoverkeer, weet u wel. Heel belangrijk.

Bij het Hampshire Hotel aan het Hoornsemeer roeide een heus machinepark een heel bos met wortel en tak uit. Alle daar levende dieren konden oprotten. De boel moest weg om plaats te maken voor uitbreiding van het terras en … water. Daardoor zou het hotel opeens aan het meer liggen, waardoor de kamerprijzen… Enfin, u snapt het wel. ‘Alles wordt veel mooier dan het was,’ bezwoer ons de uitbater.

Vanachter de bureaus van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer bedachten stropdassen dat bomen en struiken van landgoederen als De Braak, Vennebroek en het Quintusbos hoognodig moeten verdwijnen, omdat anders het ‘parkachtige’ landschap verloren gaat. Dat het gevolg hiervan is dat de leefomgeving van alle dieren die er zitten gevaar loopt, is blijkbaar van ondergeschikt belang.

Dan is er nog de honderd jaar oude houtwal achter de Peter Petersenschool aan de Rummerinkhof in Haren. Moest weg. Parkeerplaats, weet u wel. Heel belangrijk. Honderd jaar groeigeschiedenis of niet: “Wegwezen, mijn auto moet daar staan.” Inmiddels bedacht iemand een alternatief: er hoeft slechts een gedeelte van de houtwal te sneuvelen. Misschien is het een idee om de houtwal in zijn geheel met rust te laten? Om het ‘dorpse karakter’ van Haren te bewaren? Opgehoepeld met die auto’s.

Er was ook goed nieuws! De Nederlandse Vereniging van Botanische Tuinen heeft namelijk besloten dat de Hortus voortaan ‘hoeder en poortwachter van de biodiversiteit’ is. Dat is wel heel erg een slager die zijn eigen vlees keurt, maar hij zit toch maar mooi op de hoed, die pluim. De Hortus mag zich nu ‘Botanic Guardian’ noemen. Dat moet natuurlijk weer in het Engels, anders begrijpt niemand het.

Dus: de biodiversiteit wordt op tal van plekken de nek omgedraaid, maar we hebben wel een poortwachter van die biodiversiteit in huis. Zijn we nu trots?


Auteur

Redacteur