Wat te doen met Gate Tower Clio?

Haren

Bij alle discussies over de gemeentelijke herindeling is volgens mij een belangrijk punt over het hoofd gezien. Wat moeten we na een eventuele samenvoeging van Haren en Groningen aan met de stadsmarkering Clio aan de A28?

Eerst maar even wat uitleg, want velen van u zullen waarschijnlijk denken, dat Clio een overblijfsel is van een oude hoofdspanningsleiding, die van enige leuke attributen is voorzien. Wel, dat is dus niet zo. Clio is een kunstwerk ontworpen door Kurt W. Forster. Het is een van de tien stadsmarkeringen die in 1990 rond Groningen zijn geplaatst onder regie van de bekende architect Daniel Libeskind. Clio zit vol symbolen. Op de toren staan bijvoorbeeld zeven vlamvormen. Iedere dag van de week wordt een extra vlam aangelicht. De vlammen staan symbool voor de gasbodemschat in Groningen. Zo werd er in 1990 tenminste nog over gedacht. Op de toren staat ook het getal 1040. Iedere avond om 22.40 wordt de verlichting in de cijfers vijf minuten lang ontstoken. Zoals bekend, ga ik bij het schrijven van mijn artikelen zorgvuldig te werk. Dus heb ik persoonlijk gecontroleerd of dat (nog) waar is. Ik moet zeggen: het functioneert voortreffelijk!

Met het getal 1040 zijn we meteen bij de aanleiding van de plaatsing van de stadsmarkeringen gekomen. In het jaar 1040 werd de stad Groningen voor het eerst vermeld in een officiële akte. De stad ziet dat als de officiële stichtingsdatum. Daarmee verdoezelt men wellicht expres een beetje dat Groningen voor die tijd een gewoon Drents dorp was. In 1990 heeft men het 950-jarig bestaan uitbundig gevierd. Onder andere dus met het plaatsen van de stadmarkeringen. Kurt W. Forster heeft in dat historisch kader zijn kunstwerk Clio genoemd, omdat Clio de muze is van de geschiedenis.

Maar nu het probleem. Clio is in 1990 niet geplaatst op de grens van de oorspronkelijke stad Groningen. We mogen er vanuit gaan, dat die grens vanaf 1040 tot 1884 ongeveer heeft gelopen volgens het tracé van de huidige A7 (zuidelijke ringweg). Plaatsing van Clio bij het Sterrebos aan de Hereweg of bovenop het botenhuis van de roeivereniging Gyas aan het Hoornschediep bij het Julianaplein had dus voor de hand gelegen. Maar dat heeft men niet gedaan. Men heeft gekozen voor het maximale. Dus de uiterste grens van de gemeente in 1990. En die grens lag toen net bij de uitmonding van restanten van het oude Hoornsche diep en de Drentse Aa in het Noord-Willemskanaal. Daar lag de grens vanaf 1968. Tussen 1915 en 1968 lag de grens nog wat noordelijker, namelijk bij de zogenaamde Onlandse Dijk. En die ligt ongeveer 150 meter voor het einde van de Hoornschedijk bij de brug in de Van Ketwich Verschuurlaan.

Maar stel nu, dat Haren en Groningen samen met Ten Boer een gemeente gaan vormen, dan staat Clio straks bij de viering van het 1000-jarig bestaan van de stad in 2040 midden in de gemeente. En dan markeert Clio een punt, dat in die 1000-jarige geschiedenis van de stad slechts 50 jaar enige relevantie heeft gehad. Dat kan natuurlijk niet. Vandaar mijn vraag in de eerste alinea. Wat te doen met Clio? Het eenvoudigst is uiteraard dat de samenvoeging Groningen-Haren niet doorgaat. Clio kan dan gewoon blijven staan. We zitten dan wel met de vermaledijde gasvlammen, maar dat kun je een beetje zien in dezelfde categorie als de Coentunnel en de Piet Heinstraat. We dragen vanuit de historie nu eenmaal dingen met ons mee waar we achteraf misschien wat minder trots op moeten/kunnen zijn. Het lijkt me logisch dat dit aspect van bijkans doorslaggevende statuur alsnog bij de besluitvorming in Den Haag wordt betrokken.

Tja en als de herindeling wel doorgaat, zit er niets anders op dan Clio te verplaatsen. Er komen dan twee locaties in aanmerking. Naar de locatie bij het Julianaplein. Dus terug naar de grens van 1040. Of naar de brug over de Drentse Aa in de Rijksstraatweg bij De Punt. Dit zou een ook historisch veel betere plek zijn dan de huidige. Bij De Punt lag de grens tussen het Gorecht en het Landschap Drenthe. Lange tijd had de stad hier zelfs een tol en een stadsherberg. Het gebouw staat er nog steeds. De stad zorgde ook voor het onderhoud van de brug. Daarvoor werd indertijd door de nonnen van het klooster Maria in Campis te Assen hout geleverd uit het Asserbos. Om die reden hadden de nonnen en ander personeel van het klooster vrije doorgang bij de tol.

Na de reformatie heeft de stad dit privilege toegekend aan de inwoners van Assen. Assen heeft nog nooit zoveel inwoners gehad als toen in die tijd! Iedereen die bij de tol langs kwam, zei uit Assen te komen.

Maar er zit wel weer een mooie symboliek in.

We werken in onze regio toch samen in de Regio Groningen Assen 2030? Clio geplaatst bij de brug over de Drentse Aa zou deze verbondenheid op een historisch verantwoorde wijze kunnen illustreren.


Auteur

Redacteur