Harener Historie | Eppo van Koldam

Haren

In de rubriek Harener Historie verschijnt om de week een artikel van de hand van Eppo van Koldam. Van Koldam voelt zich betrokken bij de geschiedenis van de gemeente Haren.

Het vijfde kruis, graf van de onbekende Nederlander

Binnenkort herdenken wij in onze gemeente weer de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Op 4 mei om ca 19.30 uur komen we samen bij de kerk en daarvoor is er vanaf 18.30 uur een rondgang langs de graven op de begraafplaats de Eshof. Ook zijn er nog aparte bijeenkomsten bij het monument in de Appelbergen en het monument voor Anda Kerkhoven. Iedereen is bij deze bijeenkomsten welkom. Je beleeft dingen intenser als je er meer van weet. Dat geldt ook voor het herdenken van onze in de oorlog overleden dorpsgenoten. Wil Legemaat heeft in 2010 een indrukwekkend boek geschreven over de oorlogsslachtoffers “Van kwaad tot onvoorstelbaar erger”, met als ondertitel “verhalen achter de namen op de gedenksteen in Haren”. Die ondertitel geeft precies aan wat ik bedoel. Op de Eshof worden bloemen gelegd bij de graven van de oorlogsslachtoffers. Dat zijn er 13. Niet alle op de Eshof begraven personen staan op de gedenksteen in het dorp. Dat komt, omdat ze wel in Haren begraven zijn, maar geen inwoner van de gemeente waren. Vanzelfsprekend geldt dat voor de vier omgekomen geallieerde vliegeniers. Hun graven liggen direct links achter de ingangspoort. Tegenwoordig staan op de graven gedenkstenen conform een daarvoor vastgesteld model. Aanvankelijk stonden er eenvoudige houten kruisen op hun graven. Een foto daarvan is nog terug te zien in het boek “Haren in bezettingstijd” geschreven door Hein Bekenkamp. Ooit stond er naast de vier genoemde kruisen nog een kruis: het vijfde kruis. Dit vijfde kruis was van “de onbekende Nederlander”. Voor de historie van dit kruis moeten we terug naar eind april 1943. De Duitse bezetter beslist dan, dat iedereen die in mei 1940 in militaire dienst was alsnog in krijgsgevangenschap moet. Voor de Duitsers is dit een truc om aan extra arbeidskrachten te komen voor de oorlogsindustrie in Duitsland. De Nederlandse bevolking reageert verontwaardigd. Er breken stakingen uit. Ook in Noord-Nederland. De reactie van de Duitsers op de stakingen is onverwacht scherp en gewelddadig. In de eerste dagen van mei 1943 vallen in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe in totaal 56 dodelijke slachtoffers. Van 34 slachtoffers worden de lichamen meegenomen en op een onbekende plaats begraven. Ook dat hoort bij de terreur. Tot deze groep van 34 personen behoren er 16 tot een groep willekeurig gearresteerde inwoners uit de buurtschap De Haar bij Marum. Volkomen onterecht worden zij er van beschuldigd een aandeel te hebben gehad in het plaatsen van een wegversperring op de weg van Marum naar Trimunt. Zij worden in de Duitse radarstelling te Trimunt doodgeschoten. Na de oorlog wordt als snel duidelijk, dat in de Appelbergen heimelijk slachtoffers van de Duitse terreur begin mei 1943 begraven zijn. Op 30 november 1945 wordt in de Appelbergen een massagraf gevonden en geopend. Er blijken 19 stoffelijke overschotten in te liggen. Deze overschotten worden voor identificatie overgebracht naar de begraafplaats De Eshof in Haren. Als snel lukt het 18 slachtoffers te identificeren. Het blijkt te gaan om alle 16 slachtoffers van Trimunt en twee slachtoffers uit Drenthe. Eén slachtoffer kan men niet identificeren. Dit slachtoffer wordt daarom begraven op De Eshof naast de graven van de geallieerde vliegeniers. Het blijft onduidelijk om wie het gaat. Even bestaat op het gemeentehuis zelfs de gedachte, dat het wel eens het overschot van een landverrader zou kunnen zijn. Later komt men daar weer op terug en de Oorlogsgravenstichting (OGS) ontfermt zich over het graf. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw streeft men bij de OGS naar centralisatie. Men wil de graven concentreren op een paar erevelden. De onbekende Nederlander wordt in 1978 opgegraven en vervolgens herbegraven in Loenen. Dat is het einde van het vijfde kruis. Met het verdwijnen van het vijfde kruis is het verhaal echter nog niet af. Decennialang hebben veel personen zich ingespannen om ook de 15 niet gevonden stoffelijke overschotten terug te vinden in de Appelbergen. Vele – en steeds modernere – hulpmiddelen zijn daarbij ingezet, zoals grondradar en infraroodopnames vanuit straaljagers van de luchtmacht. Helaas zonder resultaat. Truus de Witte heeft dit beschreven in haar boek “Op een onbekende plaats begraven – de April-Meistakingen van 1943, een onderzoek naar oorlogsvermissing”. Truus de Witte raakt bij de problematiek van de slachtoffers in de Appelbergen betrokken vanwege de zoektocht naar haar oom Broer de Witte, één van de 56 slachtoffers en ook mogelijk begraven in de Appelbergen. Met een aantal andere personen verzamelt Truus de Witte alle beschikbare informatie en worden in het verleden gemaakte analyses nog eens kritisch bekeken. Truus de Witte komt tot de conclusie, dat bij de identificatie van de stoffelijke overschotten in 1945 een grote fout is gemaakt. Men heeft haar oom Broer de Witte verwisselt met Friedrich Ludwig (Frits) van de Riet. Van de Riet verbleef in 1943 als onderduiker in Marum. Hij kwam uit Heemstede. Broer de Witte is in 1945 ten onrechte als Frits van de Riet begraven in Marum. De ‘onbekende Nederlander’ onder het vijfde kruis was Frits van de Riet, waarvan men ten onrechte aannam, dat hij was geïdentificeerd en begraven was in Marum. Na de ontdekking van de verwisseling is het graf in Marum onberoerd gelaten. Van de Riets stoffelijk overschot is in 2008 vanuit Loenen eveneens overgebracht naar Marum. Daar heeft hij dus zijn vierde en laatste rustplaats gevonden.

Auteur

admin