De interviewestafette

HAREN

’t Hart woont met zijn vrouw – hun drie kinderen zijn al lang het huis uit en ze hebben al kleinkinderen – aan de Harstkampen in Oosterhaar.

Van Den Briel naar Haren

“Mijn wiegje stond in Menado, daar werkte mijn vader toen, en ik ben vanaf mijn eerste levensjaar getogen in Den Briel, waar ik op de kleuterschool heb gezeten. In Zwijndrecht heb ik op de lagere school gezeten en in Schiedam op de middelbare school gezeten. Toen ik mijn beroep moest kiezen – er was in die tijd nog geen beroepsvoorlichting – , zei mijn vader: “Waarom ga je niet naar de kweekschool?” Dat is een goed idee geweest, want ik wilde geen kantoorwerk doen en vind het fijn om met mensen en kinderen te werken. Dat ik in het onderwijs ben terechtgekomen was niet vreemd, want mijn vader was leerkracht en mijn moeder kleuterjuf. Ik ben thuis gereformeerd opgevoed maar ben daar langzamerhand uitgegroeid. Je raakt op afstand, maar daar is geen woord over gevallen en mijn moeder accepteerde het. In 1972 zijn we getrouwd en in 1975 zijn we naar het noorden, eerst naar Wildervank, verhuisd. We waren vaak op bezoek bij familie in het noorden, werden getrokken door de ruimte en we wilden vrij wonen. Toen ik in 1988 in Haren directeur werd, zijn we in Haren aan de Harstkampen gaan wonen. Na mijn pensioen ben ik vrijwilligerswerk gaan voor De Mikkelhorst. Het begon met het af en toe rijden van de ‘SRV-wagen’ vrijdags, maar dat is gestopt, en nu ben ik preventiemedewerker. BHV(bedrijfshulpverlening)-zaken hebben daarmee te maken en het keuren van de speeltoestellen en elektrische apparaten. Het terrein moet veilig zijn en alle medewerkers moet veilig kunnen werken. Daarnaast heb ik de bijenstal uitgebreid en geef ik de basiscursus imker: een praktijkles één keer in de veertien dagen aan drie mensen. Ik ben regelmatig ’s ochtends op De Mikkelhorst: even kijken en de veiligheidsaspecten doornemen. Soms ben ik er halve dag, dan weer twee dagen achter elkaar. Als we een weekje weggaan, plan ik dat goed in. En één dag per week ben ik er voor mijn kleinkinderen. Mijn kleinzoon heeft al eens gezegd: “Er zijn twee plekken waar ik thuis ben!”

Van leerkracht tot schooldirecteur

“Mijn eerste baan als leerkracht was in Charlois, Rotterdam-Zuid. Het was een gemoedelijke school in een gemengde buurt: aan de ene kant een volksbuurt, aan de andere kant goede buurt met grote huizen. Het was geen probleemwijk. Er waren wel probleemkinderen, uit gescheiden gezinnen of met een vader in de gevangenis, maar dit had geen invloed op de sfeer op school. In Haren heb ik eerst les gegeven op de Hervormde aan de Oude Brinkweg, die in 1984 is gefuseerd met de school aan de Kerkstraat. Van 1988 tot 2001 ben ik directeur geweest van de Vijverschans, die school heet nu al jaren De Borg. Hierna ben ik tot mijn pensioen directeur geweest van de christelijke school Adewerth (de school heet nu de Adeborg) in Aduard. De school staat op het terrein van het voormalig klooster Aduard. Het klooster had een reputatie op onderwijsgebied en een gerenommeerde bibliotheek. Zes jaar geleden, in 2012, ben ik met pensioen gegaan en heb afscheid genomen met een leuk feest. Er was een circus op school, met jongleren en een voorstelling voor de ouders. Later heb ik nog een dansdag cadeau gedaan aan de school. Toen ik daarvoor terugkwam op school, zei een van de leerlingen: “Zo, ben je er nu alweer?”

Herindeling

“Het samenvoegen kan ik op zich begrijpen maar ik vind dat het geen democratisch genomen besluit is. Het is achter een bureau besloten en moet van hogerhand. Ik heb er een gevoel bij van ‘moet dit nu zo’ en groter is niet altijd beter. Een samenvoeging met Tynaarlo was beter geweest, want inwoners van Haren hebben wel veel met de Stad te maken maar daarvoor hoef je er nog mee te fuseren.”

“Ik geef het interviewstokje door aan Bill Morris.”