Zoete woordjes

Vergelding De kleine verbouwing die een van onze grootgrutters ten deel is gevallen, zal u vast niet zijn ontgaan. Van buiten lijkt alles bij het oude te zijn gebleven, maar schijn bedriegt, want achter die onschuldige façade heeft de moderniteit toegeslagen. Daarvoor moest de winkel een paar daagjes dicht. De werkzaamheden waren natuurlijk netjes aangekondigd, maar boodschappen doet men op de automatische piloot, en dus had het werkvolk er een dagtaak aan om reeds afstappende fietsers ervan te overtuigen dat de winkel toch echt gesloten was.

Maar mij niet! Ik had mijn plan al getrokken: ik zou ditmaal inkopen doen bij een niet-bij-naam-te-noemen supermarkt in Oosterhaar. Het zonnetje lachte, de temperatuur was behaaglijk en de vogeltjes kweelden, terwijl ik vol opwinding naar het winkelcentrum aan de Anjerlaan toog.

Dat zo’n nieuwe omgeving een mens ontregelt, zij ten overvloede gezegd. Verdwaasd maakte ik een zeer omslachtige tocht door de winkel (wereldgerechten, vlees, zuivel, groente, vlees, brood, vlees etc.). De atjar tjampoer bleek onvindbaar. Personeel (om te bevragen naar de vindplaats van de atjar) bleek onvindbaar. Het bezoek nam dus enige tijd in beslag. Maar met goed gevolg: de babi pangang van het huismerk smaakte ’s avonds uitstekend.

Toen mijn vertrouwde winkel weer geopend was, achtte ik het respectvol om de winkel het voordeel van de twijfel te gunnen. (Dit heeft ook te maken met een bepaald driehoekig broodje, dat alleen bij die ene supermarkt te verkrijgen is.) Mijn ergste vermoedens werden bevestigd. Efficiëntie en winstbejag hadden het aantal normale kassa’s (en vermoedelijk ook het aantal cassières) aanzienlijk doen afnemen; daarvoor in de plaats waren er nu zelfscankassa’s. Een soort zoek-het-zelf-maar-uit-zaak.

De volgende dag had ik mijn ongenoegen in een groots plan omgezet. Een Daad zou ik stellen! Het weer was beduidend lelijker, en ik moest wachten voor de trein, maar de voorzienigheid moest met meer komen om mij van mijn Voornemen af te krijgen. Geen boodschappen meer bij de zelfscangrutter, voortaan zou ik naar de concurrent gaan. Het bezoek aan Oosterhaar verliep vlotter dan de vorige keer.

De voorzienigheid houdt niet van wrokkige mensen en greep daarom in. Toen ik thuiskwam, bleek de tiramisuverpakking kapot te zijn gegaan en – belangrijker – ontdekte ik dat ik de rijst, de ontbijtkoek en de croissants vergeten was. Ik moest eigenlijk naar mijn studie, en had dus geen tijd om nog weer helemaal naar Oosterhaar te fietsen. Dan toch maar naar de zelfscanwinkel. Nu er ik toch was, kocht ik ook maar weer het driehoekige broodje. Op de terugweg zei het driehoekje tegen mij: ‘Dat ging lekker snel hè, bij die zelfscankassa’s!’ Ik zei niets en fietste koppig door.