Van Helpman naar Haren - Waterhuizerweg en Tuindorp

HAREN

In meerdere delen neemt gastschrijver Henk Werners uit Haren u mee 'Van Helpman naar Haren'. Deze week deel 26 Van Helpman naar Haren - Waterhuizerweg en Tuindorp.

Vanaf de Mellenshorst vervolgen we onze route richting Waterhuizen waarbij we aan de linkerkant vroeger op nr. 50 (nu 80) het pluimveebedrijf de ‘Woudbloem’ van H.J. Begeman aantroffen en verderop op nr. 52 (nu 82) de rundvee- en varkenshouderij van Jan Klip. Via een tusseneigendom van H. Meurs kwam het pand in 1978 in handen van R. A. Weemhof en C.H.N. van der Straaten die een drastische verbouwing toepasten. Ook passeren we aan de rechterhand de villa De Kamp die behoorde bij de toenmalige er naast staande boerderij van de familie Meinders. Daar voorbij heeft ook nog de boerderij van Groenendal gestaan die later verkaste naar de Rijksstraatweg.

Ook heeft hier in het weiland tijdelijk een boortoren gestaan voor een proefboring naar gas. Overigens, de Waterhuizerweg stond vroeger bekend als de ‘Haarder Hooidijk’ en dat had uiteraard te maken met de situatie dat links en rechts op de drassige gronden hooi werd gewonnen. Niet met paardenkracht of mechanische kracht, het gras werd in die tijd met de zeis gemaaid en vervolgens met de hooihark bewerkt en gedroogd. Ook voor het opperen en het naar huis halen van het hooi was spierkracht nodig, de wegen waren nog niet gepavleid met klinkers of asfalt.

We zijn inmiddels ook weer dicht bij de Ruigelaan en verderop bij het Cantersveen, in 1976 klaargekomen en genoemd naar een familie Canters die daar in de buurt in de 18e en de 19e eeuw percelen grond in bezit had. Aan deze weg van 1976 treffen we het Medisch Kleuter Dagverblijf aan.

Aan het eind van de straat komen we bij de Dr. Ebelsweg en als we die per fiets of lopend voorzichtig oversteken bereiken we de Noordlandsedrift naar Onnen. Deze dreef vormde lang geleden de hoofdader van Onnen naar Haren en sloot aan bij de Ruigelaan, dichtbij de Harener wildernis.

Verderop weg naar het vroeger bij Haren horende Waterhuizen treffen we, terwijl we over de linker schouder kijken, bij de spoorlijn het spoorwegmuseumpje van wijlen Riekje Buivenga-Arends aan. Evenals het woonhuis, de zogenaamde blokwachterswoning, gelegen aan de z.g. Staatslijn B van Groningen naar Nieuweschans, waar haar man Lammert en zoon Erik nu nog wonen. Slechts op de zaterdag van de Open Monumentendag d.d. 8 september 2018 wordt het museumpje opengesteld voor het publiek.

Terugblikkend naar de tijd van voor 1916 liep de weg naar Waterhuizen dicht langs deze woning en kon men vandaar (ook met vee) met een pontje of sloep het Winschoterdiep oversteken. In 1916 kwam er een draaibrug die na de oorlog werd vervangen door een ophaalbrug. In 1950 werd het Winschoterdiep verlegd en ook de Waterhuizerweg, waardoor de huidige brug in een rechte lijn in de straat ligt. Aan de overzijde van de brug komen we bij de vroegere scheepswerven van Patje (rechts) en Van Diepen (links) die voor Haren met het vroegere Tuindorp een rol van betekenis hebben gespeeld, waarover verderop meer. Het Oude Winschoterdiep aan de oostkant van de beide werven wordt door de scheepswerven nog steeds gebruikt.

We verplaatsen ons in westelijke richting naar de spoorwegovergang om vandaar in het oudste gedeelte van het huidige Oosterhaar of wel het vroegere Tuindorp rond te gaan struinen. Destijds ook wel het ‘Rode dorp’ genoemd, terwijl oorspronkelijke bewoners zich de term Klein Rusland (ingesloten door het spoor) ook nog herinneren. De woonwijk werd opgezet voor medewerkers van de ‘Maatschappij tot Exploitatie van de Spoorwegen’. Die opzet was het gevolg van de aanleg van het Spoorwegenrangeerterrein Onnen dat in 1920 gereed kwam, waardoor er dichtbij ook woningen nodig waren. Daartoe werd de ‘Woningbouwvereniging Onnen’ opgericht. De eerste bewoners streken er in 1920 neer waarbij de spoorwegfunctie bepalend was voor de straat waar men terecht kwam. Zo woonden de machinisten aan de Mezenlaan en het Middenpad terwijl de rangeerders een plek kregen aan de Blekenweg en de Tuindorpweg en in de (meestal) dubbele woningen met een rieten dak huisden de stafleden. Het was in 1921 dat de Staatsspoorwegen de woningen overdroegen aan de genoemde woningbouwvereniging.

De huisnummering veroorzaakte bezoekers vaak een zoektochtje want die nummering liep, onder de naam Tuindorp 1, 2 , 3 etc., namelijk door de hele wijk en eindigde als nr. 132. De Blekenweg, vroeger ook wel Blaikensteeg genoemd (blaiken = bosbessen) en eindigde, c.q. liep in die tijd dood, bij de huidige woning op nr. 56.

De oostkant bestond uit bos en aan de noordkant bevond zich de vijver of beter gezegd de Tuindorpvijver, met daaromheen veel drassige gronden. Het was tevens een beruchte speel- en hangplek van de jeugd. Vanaf de Waterhuizerweg liep een zandweg het bos in met de naam Wolterslaantje, aangezien dit pad toegang verschafte tot de boerderij/kwekerij van Wolters.

In het ledenorgaan van Old Go nr.2 van 2017 maakt Roelof van Wijk ons in een artikel duidelijk dat een groot gebied van 5 ha om en bij de vijver in 1913 te koop werd aangeboden alsmede een jachthuis. En dat dit buitengoed, met de opmerkelijke naam ‘De Koepel’ werd aangekocht door professor Hendrik Willem Medendorp. Van Wijk maakt er gewag van dat architect Philippus (Flip) Jacob Hamers uit Bussum vervolgens in 1919-1920 een plan ontwierp voor een tuindorp. En dat plan is uiteindelijk in fasen werkelijkheid geworden.

Mede doordat het zogenaamde locomotieven depot werd opgeheven liep de werkgelegenheid terug, ontstond er leegstand en als gevolg gingen de woningen in de verhuur en in de verkoop. Voor prijzen van 3 á 4000 gulden werden aldus veel Tuindorpers huiseigenaar waardoor midden vijftiger jaren alle woningen weer bewoond waren. Echter weer zo’n 10 jaar later werd nog slechts 5 % van de woningen bewoond door spoorwegmensen en werd Tuindorp al een beetje Oosterhaar.

De Blekenweg liep dood bij de laatste spoorwegwoning nu nog aanwezig met nr. 56, maar werd later doorgetrokken naar de Waterhuizerweg. Aansluitend bij het oudste deel werden woningen gebouwd door de Harener Woningstichting die trouwens in 2005 gerenoveerd/vernieuwd zijn. Weer verderop, of wel de bocht door, werden woningen gebouwd voor de scheepswerfeigenaren uit Waterhuizen. Aan de westkant met even nummers voor medewerkers van Patje en aan de oostzijde oneven voor de mensen van Van Diepen, die ook enkele dubbele woningen aan de Waterhuizerweg plaatste ten westen van de Anjerlaan.

Aan de westkant van de vijver stond een blokje van zes woningen die plaats moesten maken voor de aanleg van de Zwanebloemweg in 1970, echter op die plek kwam het speeltuintje er voor in de plaats. De overige in de omgeving genoemde straten kregen in 1951 bij raadsbesluit de huidige namen. Dat heeft trouwens bij Mezenlaan nog de nodige discussie opgeleverd want het voorstel was Eksterlaan, doch dat viel bij een meerderheid van de raad niet in goede aarde want dat paste niet naast de Lijsterweg.

In 1924 werd het woningcontingent uitgebreid en vervolgens kwamen er in 1925 winkels bij onder andere aan de Lijsterweg de ‘Coöperatie De Toekomst’ als kruidenier incl. brood, in 1936 overgenomen door winkelier Harm Flikkema. Flikkema verhuisde met zijn gezin naar Muntendam waar hij een boerderij had gekocht, waardoor Van der Laan de winkel in 1949 voortzette en dat duurde tot 1974 waardoor Berends er in 1974 z’n groentezaak in onder bracht.

Zoon Erik zou dit later voortzetten aan de Anjerlaan en na ongewild lang wachten nu inmiddels aan het Anjerplein. Naast het winkelpand aan de Lijsterweg behartigde Honebecke zijn slagerij.

Andere winkels verschenen aan de Tuindorpweg, in 1935 Wildeboer met manufacturen en dit pand later Hagen als kapper die werd opgevolgd door Henk Veldman. Daarnaast begon Jan Bruining een fietsenzaak, waarin later visboer Schut zat en daarna Harm Kram met een verswinkel. Voor de volledigheid zei opgemerkt dat Kees Nijdam aan de Waterhuizerweg bij de spoorwegovergang aardappelen en groente verkocht.

Als zeer markant en geëigend mag de Tuindorpschool aangemerkt worden, met veel kenmerken van de z.g. Amsterdamse School en met een open torentje met schoolbel. Door de gemeente gebouwd in 1921 op grond die gekocht kon worden van de Staatsspoorwegen. Deze openbare lagere school werd op 17 juni 1922 geopend en kort na de oorlog kwam de kleuterschool ‘Margriet’ erbij. Op hetzelfde terrein werd ook een ambtswoning gebouwd (die er trouwens nog staat) en tot 1972 door een schoolhoofd werd bewoond en sindsdien door Kommer en Trijnie Brunt. Aan de andere kant, oostelijk van de school, stond de boerderij van de familie Vrieling. Als vervolg zullen we naar Felland gaan.

Correcties bij vorige artikel (25) :

Tuindorp is ontstaan in de jaren ‘20. In eerdere boerderij van Ubels woont nu fam. Robat. Lou- moet zijn Lo Velthuis en Gerrit- moet zijn Geert Bazuin.