Van Helpman naar Haren - Van Felland naar Onnen

HAREN

In meerdere delen neemt gastschrijver Henk Werners uit Haren u mee 'Van Helpman naar Haren'. Deze week deel 27 Van Helpman naar Haren - Van Felland naar Onnen.

We verlaten Oosterhaar en daarmee ook het vroegere Tuindorp, door het spoor over te steken en daarmee tevens de Dr. Ebelsweg, om vervolgens in Felland te belanden. Vroeger aangeduid als de buurtschap Velland tussen Haren en Onnen, liggende op een zandrug parallel aan de Hondsrug maar dat geldt trouwens ook voor Onnen. Felland vroeger met een bewoning gericht op een overwegend boerenbestaan en aan de westkant veel bos dat zich uitstrekte tot het Geertsemabos. En daar waar nu een druk verkeer over de Dr. Ebelsweg henen spoedt bevonden zich vroeger ter hoogte van Felland een paar boerderijen. Zo stond er op de hoek met de Tuindorpweg, waar nu de tunnel is, in de lengte langs de weg naar Onnen de boerenbehuizing van de gezusters A. en G. Woldring.

Huisnummering

Voor 1950 begon de huisnummering van-, naar- en in geheel Onnen met nummer 1 links van de weg bij het spoor dus bij de gezusters Woldring voornoemd. Die nummering ging voort door heel Onnen, zowel langs de doorgaande weg als links daarvan tot en met het Zuidveld aan toe. Vandaar werd aan de overzijde van de weg in noordelijke richting doorgenummerd, ook de panden ten westen daarvan, om te eindigen bij het spoor met huisnummer 150 en dat was de Seinpost. Woningen/panden die later bijgebouwd werden kregen aanvullingen met a, b, c etc. Straatnamen waren er toen nog niet zodat voor het hele dorp de adressering luidde Onnen 1 t/m 150. Dat de weg aanvankelijk niet verhard was moge duidelijk zijn.

Felland

Aan de weg naar Onnen (nu Felland geheten) is aan de rechterhand in 1990 het eerste bedrijventerrein aangelegd dat ook de naam Felland draagt. Een aantal jaren later is aan de oostzijde Felland Noord er bij gekomen met een aansluiting op de Dr. Ebelsweg. De weg door het bedrijvenpark Felland Noord ligt praktisch op dezelfde grond waarlangs je eerder over een pad de boerderij van de familie Tuinman kon bereiken die afgebroken werd ten behoeve van de aanleg van de Dr. Ebelsweg en het bedrijvenpark.

Tegenover de boerderijen 13 en 13a van v.h. Menko en Lammert Swaving (nu Veldhoeve) bevindt zich een soort rondweggetje met uitlopers in oostelijke richting. Langs het pand met huisnummer 14, van wijlen vrachtrijder Henk Hoving, bereiken we op nr. 20 het paarden pensionbedrijf van Annie Blom waar voordien haar ouders boerden die het hadden overgenomen van G. Arends. Aan de noordkant van deze boerderij liep vroeger het pad waarlangs men de woning van Vriesema kon bereiken, die woonde in het huis dat nu tegenover Cantersveen aan de Dr. Ebelsweg is geadresseerd. Net voorbij Arends (Blom) woonde de familie De Groot aanvankelijk Jan sr. in een oud pand en later zoon Jan met een grondverzetbedrijf. Hij bouwde daarna iets naar voren een nieuw pand alwaar zich nu het timmerbedrijf van Venema bevindt. De derde generatie Jan de Groot beheert vanuit Felland nog steeds een grondverzetbedrijf.

Op nr. 24 aan het rondweggetje bestierde Sieger Swaving (en later zoon Egbert) een timmerbedrijf en aan de uitloop van dit weggetje, die vroeger doorliep naar de Noorderlandsdrift, stond vroeger het keuterboerderijtje van Linze (later Albert) Holtman.

Terug naar de straat staat links op nr. 38 het pand waar W. Abbring boer was en later zijn zoon een lasbedrijf had.

Op nr. 40 was W. van der Es boer en op nr. 44 J. van Wieren, opgevolgd door zoon Corrie die z’n bedrijf later voortzette in Vries. Veehandelaar Willem van der Es was boer op nr. 46, zoon Jan zette dit bedrijf voort maar verkaste vervolgens naar de westkant van de Dorpsweg met een veestalling achter villa De Westkamp. Lammert Berends boerde op nr. 48 waar zoon Klaas het over nam en op zijn land een aantal jaren toegang verschafte aan de show en keuring van trekpaarden.

Aan de westzijde van de weg op nr.15 woonde Jan van der Es die in menig college gemeenteraadswerk heeft verricht. Op nr. 17 had Hendrik Smid zijn fietsenzaak, H. Berends op 23 zijn veebedrijfje terwijl Albert Holtman voornoemd op 27 de melkcontrolevereniging behartigde.

Dorpsweg Onnen

Verderop belanden we bij het Boerlandspad waar het boerderijtje stond van Willem Venema en bevinden ons dan feitelijk op de grens van Felland en Onnen, ofwel bij de huidige Dorpsweg. Bij Dorpsweg op nr. 2 zijn we bij de eerdere keuterboerderij van Jan Ebels die er ook timmerman en rietdekker bij was. Daarnaast zat melkboer Willem Doornkamp met zijn shetland pony’s en op nr. 6 Luinge die werd opgevolgd door Bruinsma als groenteboer.

Vervolgens komen we bij de Biksweg (vroeger Oostersteeg) waaraan H. Van Dalen eerder boer was.

Van de Biksweg gaan we nog even de Noorderlandsdrift op om aan de rechterhand bij de Noorder Hooidijk te komen en die leidt naar de Windwatermolen en de molenaarswoning die reeds in 1857 gereed zijn gekomen maar vervolgens zijn afgetakeld, maar daarna weer verbouwd en opgeknapt. De molen ‘De Biks’ staat bij het Drentsche Diep en behoort bij het waterschap ‘De Onnerpolder’, dat is opgericht in 1855. De eerste molenaar was Evert Berends opgevolgd door Klaas Meijer (van 1946 tot 1974) en sindsdien Cees Kuiken en die woont er nu nog.

Aan de Noorderlandsdrift stond vroeger de boerderij van A. de Boer, opgevolgd door zoon Maarten. Vervolgens zaten Lammert Elema met Annechien Venema er als pachters, maar die hadden de pech dat er in 1943 een verwoestende brand uitbrak. In een noodwoning gingen ze later verder en na hun vertrek vertoefden er andere bewoners o.a. Jan de Groot. Maarten woonde later als veehandelaar aan de Dorpsweg.

Terug bij de Dorpsweg waren we bij de Biksweg waarnaast Jan Oosterveld het vrachtvervoer runde voor de Groninger Beurtvaart en er tevens een periode een benzinepomp exploiteerde. Op nr. 12 zat Anton Berends als veehouder, terwijl daarnaast aan de Veldmanssteeg rietdekker Berend Venema woonde alsmede Hermannes Mannes als keuterboer. Aan de zuidkant van de Biksweg was Ielke Hendriks boer en net voor de Tijborgsteeg evenzo Kars Eitens.

Westzijde vang de weg

Aan de westzijde van de Dorpsweg was op nr.1 vroeger Jan Berends veeboer naast de villa ‘Westkamp’ van zijn ouders, alwaar nu boer Jan van der Es woont. In de volgende boerderij boerde aanvankelijk Albert Koops later de gebroeders I. en J. Ebels en daarna exploiteerde Zuidema daar een pensionstal met manege met de tot op heden gehandhaafde naam ‘De Onneresch’. Vervolgens kwamen we destijds, net voor de Mottenbrink, bij het boerenbedrijf van de familie Hornhuis terwijl op die stee Art en Janneke van der Molen later een meubelmakerij exploiteerden.

Tijborgsteeg (Tie)

Het woordje ‘Tie’ is voor Onnen vanouds veelzeggend, het staat volgens onderzoek van Siekmans en anderen in het Saksisch voor een centrale plek van samenkomst. Alzo wordt de omgeving van het kruispunt bij de Mottenbrink en de Tijborgsteeg, alsmede het sportterrein en omgeving, aangemerkt als het centrale deel en oudste woongebied van Onnen. Dit verklaart ook dat de oudste boerenhoven zich hier op de noordes bevonden en dat dit ook met betrekking tot het vee een oriëntatiepunt was. Met de koeien en schapen ging men hiervandaan naar en van de oostelijke landerijen o.a. genoemd ‘Boerlanden’ en ‘Tijlanden’. Aan de Tijborgsteeg stond rechts het boerenbedrijf van de familie Kooi. Er tegenover aan de noordzijde ligt het sportveld als centrale plek van veel buitenactiviteiten, vooral op sportgebied en functioneert inmiddels ook als ijsbaan. In de oudheid heeft hier ooit een klooster gestaan.

Via Onnervaart en Zuiderhooidijk de Onnerpolder in

Bij het oversteken van de Noorderlandsdrift belanden we bij de Onnervaart en bij de Zuiderhooidijk die ons de Onnerpolder in leidt. In 1913 is deze polder samengevoegd met de Groene-, de Oever- en de Oosterpolder. In hetzelfde jaar werd ook een plan goedgekeurd voor een vaarverbinding tussen Onnen en het Drentschediep of wel de Hunze. Grotendeels met handwerk kwam daardoor in 1915 het Onnervaartje tot stand. Maar er gebeurde in die tijd meer ten faveure van Onnen, er viel namelijk tevens een besluit tot drooglegging van de polder. Aldus werd er een sluis gebouwd ter breedte van 37 m alsmede een sluiskolk van 27 bij 8 meter.

Door dit samenspel van maatregelen kwam Onnen, door aanvoer van turf, meststoffen, pulp, riet en bouwmaterialen, in een bloeiperiode terecht. Het volgende welkomstlied, met vlagvertoon en gezongen door kinderen, onderstreept de welgevalligheid van de aankomst van het eerste vrachtschip van Bruining:

„Hoera de vreugde stijgt ten top

Hijs allen vlag en wimpel op

En laat weerklinken ’t vrolijk lied uit aller mond

Daar komt een schip met mest belaan

Hij brengt ons d’eerste lading aan

’t Is feest bij d’Onnervaart” (2x)

Een begrijpelijk en nu nog tot de verbeelding sprekend feestvertoon op en bij de Tie!

Correctie m.b.t. deel 26: Groenendal was pachter op boerderij Meinders en ging daarna naar Meeden.