De interviewestafette

HAREN

De woning van Veldstra, vlakbij het centrum van Haren, maakt bij aankomst van de interviewer een uitermate groene indruk met bomen en struiken eromheen.

Van Hallum naar Haren

“Ik ben geboren in Hallum, in het noorden van Friesland. Door het beroep van mijn vader, ik ben de zoon van een dominee, heb ik daarna in verschillende plaatsen gewoond: Aldeboarn, Utrecht en Winsum. In 1990, 28 jaar geleden, zijn we in Haren komen wonen. Steeds hebben we in dit huis gewoond.

Sinds mijn pensionering houd ik me vooral bezig met de Operatie Steenbreek; ik ben voorzitter van de stichting. Het doel is om met kleine, lokale maatregelen gemeenten mee te krijgen om de particuliere ruimte, bijvoorbeeld bedrijfsterreinen en stenen tuinen, te vergroenen. In samenwerking met het kadaster is in Groningen onderzoek uitgevoerd naar de verstening van de stad, omdat uit buitenlands onderzoek bleek dat de verstening in sommige steden wel 60% in 10 jaar bedraagt. De plaveisels in tuinen, waarmee je de bodem afsluit, hebben een enorme invloed op de biodiversiteit.

In Groningen bleek de verstening mee te vallen, met als uitschieter 15% in Selwerd in 15 jaar. Sinds het klimaatakkoord van Parijs ligt in ons land vooral de nadruk op maatregelen tegen wateroverlast, maar ook de versterking van de natuur is nodig. Het voordeel is dat groenparticipatie mensen aanspreekt en mensen hun tuin wel groener willen maken, als ze daarbij geholpen worden. In het kader van de Operatie Steenbreek hebben we in bijna negentig gemeenten acties in samenwerking met lokale vrijwilligers.

Ik ben ook nog betrokken bij de Coöperatie Duurzaam Haren, met groene projecten als de zelfoogsttuin ‘Het Proefveld’ van Gijs Nauta in de Biotoop en de aanleg van een voedselbos in Glimmen op de plek van boomkwekerij Bonte Hoek. Het voedselbos wordt een kruising tussen een natuurbos en een tuinbedrijf met planten en struiken in een permacultuur. Ecologisch is het grote winst en bovendien fantastisch als mensen de producten uit de buurt kunnen eten en dat restaurants in de omgeving eetbare producten uit het voedselbos kunnen afnemen.”

Van milieukundige tot stadsecoloog

“Als studie heb ik de HLS (Hogere Landbouwschool), de chemische microbiologie, in Groningen gedaan. Met een extra jaar in samenwerking met de RuG (Rijksuniversiteit Groningen) kon ik afstuderen in de milieukunde. Het was allemaal nieuw en zeer vooruitstrevend voor die tijd. Zozeer zelfs, dat ik pas na een jaar, in 1978 een baan vond: bij de gemeente Groningen.

Bij de gemeente heb ik van alles gedaan, om te beginnen met het inventariseren van het zwerfafval in de Stad. Ook heb ik vijf tot zes jaar bodemsanering gedaan, hinderwetvergunningen gecontroleerd en ben ik directeur Milieu geweest. Bijzonder was de enorme operatie van het schoonmaken van de zwaar vervuilde grond van het Aagrunol-terrein.

De laatste vijftien jaar, vanaf 1991, heb ik stadsecologie gedaan als eerste stadsecoloog van Groningen. In dat kader heb ik ook een groenstructuurplan voor de Stad gemaakt. Hierin worden waardevolle groene plekken en ecologische verbindingen aangewezen, waarbij ook de wijze van groenbeheer van belang is voor de kwaliteit van de natuur. Het ecologisch netwerk is daarna ook voorzien van zo’n dertig ecologische tunnels. Onder de busbaan langs het Stadspark zijn bijvoorbeeld vier faunakruisingen aangelegd. Het is in de gaten gehouden: na zo’n drie weken maken salamanders en andere kleine dieren er daadwerkelijk gebruik van.

Van de wethouders waarmee ik in al die jaren te maken heb gehad, was het contact met René Paas – de huidige commissaris van de Koning – het prettigst. Hij nam goede afgewogen beslissingen en had tijd om naar je te luisteren.”

Herindeling

“Vakinhoudelijk gezien maak ik me zorgen over het groenonderhoud en de ecologie in Haren. Als Haren onderdeel van Groningen wordt, gaan we er wat dat betreft sowieso op vooruit.”

Volgende geïnterviewde

“Ik geef het interviewstokje door aan Ronald Zuidema.”