Column van haar

Elke vrijdagochtend heb ik bij BodyFit Haren mijn vaste uur groeps-fitness. Dit keer met Geoffrey voor de groep als docent en met veertien vrouwen in de zaal. Na wat steppen, oefeningen met gewichten en diverse leuke en minder leuke grondoefeningen, met planking als hoogtepunt, is het om tien uur tijd voor ons gezamenlijke koffie-uurtje.

Al snel vormen we op de banken bij de bar een gezellig kwebbelende damesgroep. Hét gespreksonderwerp van eigenlijk elke vrijdagochtend: vrouwenzaken, ofwel de nodige ellende. Heerlijk om over te praten en om even je hart te luchten. Het eerste verhaal is vooral erg vervelend, want een van onze vaste dames is voor het eerst op de koffie na haar aanrijding op de fiets, waaraan ze een flinke hersenschudding heeft overgehouden.

Mijn buurvrouw komt vervolgens met een pillenverhaal. Hoge bloeddruk, pillen waar ze niet tegen kon en stijfkoppige apothekersassistenten die niet meedenken. Instemmend geknik van een andere vrouw die bij het gesprek zit. Zij heeft dezelfde ervaringen met de apotheek en nee, overstappen naar een andere apotheek heeft geen zin, want net zo erg. Gelach alom. Overigens constateren we met elkaar dat we in onze handen mogen knijpen met de goede medische zorg in Nederland.

Dan is het de hoogste tijd voor het regelmatig terugkerende onderwerp: de Overgang. Helaas ben ik nog niet in de overgang, want dat maandelijkse gedoe kan me niet snel genoeg afgelopen zijn. De meeste vrouwen in deze groep zijn al een eind in de vijftig of inmiddels in de zestig (of zelfs in de zeventig, en sporten nog vrolijk mee) en kunnen in de verledentijd over de overgang praten. Toch breekt bij iemand tijdens de koffie het klamme zweet uit en tovert ze uit haar handtas een waaier waarmee ze zichzelf koele lucht toe wappert.

Ik vind het prettig dat ik door de verhalen van deze vrouwen enigszins voorbereid ben op wat mij mogelijk nog allemaal te wachten staat. En prachtig om te merken hoe open iedereen hierover is. Toch zeggen al die verhalen tegelijkertijd weinig, want de een heeft amper last gehad van de overgang, terwijl de ander tot haar zestigste nog ongesteld was.

Dan kijkt mijn buurvrouw op haar horloge en roept verschrikt uit dat het al bijna twaalf uur is. Het koffie-uurtje zijn er weer twee geworden. En we zijn nog lang niet klaar met het bespreken van alle vrouwenzaken. Tot volgende week dan maar weer!