Moedersterfte Ethiopië kan volgens UMCG-onderzoek omlaag

De sterfte onder bevallende vrouwen en baby’s in landen zoals Ethiopië kan fors omlaag, blijkt uit drie onderzoeken van het UMC Groningen. Maandag is er een symposium over.

Tussen 1990 en 2015 is de moedersterfte wereldwijd met 44 procent gedaald. Toch overlijden jaarlijks nog 300.000 vrouwen tijdens de zwangerschap of bevalling. Er gaan ieder jaar vijf miljoen baby’s dood tijdens of vlak na de bevalling, met name in laagontwikkelde landen.

Bij de Rijksuniversiteit Groningen promoveren volgende week drie onderzoekers, die tal van aanbevelingen doen die moeder- en babysterfte tegen te gaan. Zo zou het opzetten en goed gebruiken van maternity waiting homes in landen Ethiopië en Tanzania die sterfte aanzienlijk terug kunnen dringen, blijkt uit onderzoek dat Tienke Vermeiden deed. Ze werkte voor ontwikkelingsorganisatie VSO in zo’n kraamvrouwenhuis bij het Butarija ziekenhuis in Ethiopië.

Leeg of overvol

Veel van de maternity waiting homes staan leeg en andere zijn juist overvol. Vooral voor armere vrouwen is het lastig om tijdelijk in zo’n huis te verblijven, hoewel duidelijk is dat vrouwen die daar zijn voor hun bevalling allemaal in leven bleven. Normaal zou bijna de helft van deze risicogroep overleden zijn.

Obstakels om naar zo’n huis te gaan zijn de onbekendheid, de vraag wie thuis de zorg overneemt voor de andere kinderen en of de familie en gemeenschap wel meewerken. Het gesprek aan goede en respectvolle zorg is sowieso een reden om zorginstellingen te mijden. De maternity homes zouden veel beter gebruikt worden als er meer voorlichting voor os en de lokale gemeenschap er meer achter staat, stelt Vermeiden.

Tijdens een symposium in het UMCG vraagt VSO op maandag 24 juni aandacht voor deze maternity waiting homes en twee andere onderzoeken. Tegelijk met Vermeiden promoveren Abera Kenay Tura en Dunstan Bishanga op onderzoeken over het zelfde onderwerp, onder supervisie van de Friese gynaecoloog professor Jelle Stekelenburg.