Vreemdelingenlegioen | Buitenspel

De vreemdelingenlegioenen rukken op in de eredivisie. Van de Zuid-Limburgse clubs waren we gewend dat het aantal buitenlanders geregeld het aantal Nederlanders overtreft, maar net als de processierups trekt de stoet buitenlanders steeds verder het land in.

In Noord-Limburg trok Stan Valckx namens VVV Venlo vorige week alweer de achtste (!) buitenlander van deze transferperiode aan. Daar kunnen zomaar weer een paar toppers tussen zitten, want de oud-international heeft een uitstekend netwerk. Aan scouten doet VVV niet.

In Enschede is de Uruguyaan en oud-FC Groninger Gonzalo Garcia-Garcia nu de hoofdtrainer. FC Twente had al enkele Spaanstalige spelers in de selectie en is druk bezig dat aantal uit te breiden. Dat de ervaren technisch directeur Ted van Leeuwen een zwak voor het Spaanse voetbal heeft, is terug te zien in de spelersgroep.

Ruim dertig kilometer ten noordwesten van Enschede, bij Heracles in Almelo, is Duits de voertaal. Tim Gillissen, de opvolger van Mark-Jan Fledderus, schonk zijn Duitse trainer Frank Wormuth onlangs een zevende landgenoot, al klinken hun namen niet allemaal even Duits.

Ook FC Emmen begint trekjes van een vreemdelingen-legioen te krijgen. Vedette Anco Jansen wordt er ‘gek’ van en ‘mopperde’ dat er voortaan alleen nog maar Engels en Nederlands mag worden gesproken. De selectie van de ambitieuze Drenten is aangevuld met maar liefst zeven buitenlanders: een Deen (Laursen), twee Kroaten (Sopic en Kolar), twee Duitsers (Beste en Hamrol) en twee Zwitsers met roots die elders liggen (Ugrinic en Tarashaj).

Veel buitenlandse spelers zullen binnen een jaar zijn vergeten, maar een deel zal de eredivisie verrijken. Dat maakt de competitie telkens opnieuw interessant.

Wim Masker